Militaire steunverlening COVID-19 in Nederland neemt af

De behoefte aan militaire steunverlening in de strijd tegen COVID-19 is in Nederland sinds 1 mei duidelijk afgenomen. Op het dieptepunt zette Defensie zo’n 500 militairen in, met name medisch personeel. Inmiddels zijn er nog ongeveer 200 militairen bij civiele instanties aan het werk.

De daling is met name het gevolg van de verminderde druk op de zorg. Diverse zorginstellingen kunnen het weer alleen bolwerken en bedankten Defensie voor alle steun. Toen de nood het hoogst was, werd die op 35 plaatsen geleverd door 350 professionals op medisch gebied. Op dit moment werken nog 190 militairen in 24 zorginstellingen in Nederland.

Zr.Ms. Karel Doorman aan de kade in Sint Maarten.

Archief: Zr.Ms. Karel Doorman in 2017 afgemeerd in Sint Maarten.

Planningscapaciteit

Defensie leverde medische planners die nood-zorglocaties hielpen opzetten, waaronder in Ahoy in Rotterdam. Algemene planners versterkten daarnaast de nationale crisisstructuur en andere ministeries. Nog 10 planners zijn actief.

Caribisch gebied

Terwijl in Nederland de druk op de zorg afneemt, blijft er oog voor de situatie in het Caribisch gebied. Zr.Ms. Karel Doorman ligt er met materieel en mensen om snel te kunnen reageren op verzoeken om militaire bijstand.
De pandemie lijkt door de lokale maatregelen op de eilanden redelijk onder controle. Militairen assisteren momenteel onder meer de kustwacht en lokale autoriteiten bij het handhaven van de openbare orde.

Gereed om weer op te schalen

Defensie blijft paraat om bij te springen en indien nodig op te schalen, zowel in Nederland als in het Caribisch gebied. De krijgsmacht hervat inmiddels weer opleidingen en trainingen. Een groot deel was vanwege de pandemie stilgelegd. Het nu weer voor Defensie zelf beschikbare medische personeel levert deze opleidingen en trainingen de vereiste medische ondersteuning.