Onderzoek wijst uit: Herwijnen beste plek voor Defensieradar

De blootstelling aan straling van de defensieradar (type SMART-L) in Herwijnen valt binnen de geldende wet- en regelgeving. Dat is ook het geval bij gelijktijdig gebruik met onder meer de KNMI-weerradar, mobiele telefonie, de te verwachten 5G-infrastructuur en de navigatieradars van schepen op de Waal. Dat heeft staatssecretaris Barbara Visser de Kamer vandaag laten weten. Ze deed dit op basis van een TNO-onderzoek naar de cumulatieve stralingseffecten in de gemeente West Betuwe.

Artist impression van radarstation.

Artist impression van radarstation.

Bij de wet- en regelgeving rond blootstelling aan straling geldt de richtlijn, die is vastgesteld door de International Commission on Non-Ionizing Radiation Protection. De SMART-L voldoet ruimschoots aan deze richtlijn. Dit geldt ook in combinatie met verschillende andere stralingsbronnen in het gebied. Daarom blijft Defensie bij de keuze voor Herwijnen. Toch houdt Visser een vinger aan de pols. Na de bouw en voorafgaand aan de operationele ingebruikneming worden er opnieuw metingen uitgevoerd. Dit om het feitelijke stralingsniveau vast te stellen. Pas nadat ook hieruit blijkt dat de radar voldoet aan de geldende richtlijnen neemt Defensie de SMART-L in gebruik.

Minimaal 1,5 tot 2 jaar en meer geld

Ook liet Visser door het Rijksvastgoedbedrijf onderzoeken of er alternatieve vestigingslocaties voor de radar zijn, operationeel gelijkwaardig aan Herwijnen. Zowel bewoners als de gemeente zelf konden die aandragen. Dit onderzoek leverde wel enkele operationeel acceptabele locaties op. Echter, omdat die niet in eigendom van de overheid zijn, nog geen passende bestemmingen hebben en ook minder gunstig liggen kost de ontwikkeling van zo’n alternatieve plek minimaal 1,5 tot 2 jaar en ook meer geld dan de locatie Herwijnen. Mogelijk komt daar nog tijd bij wanneer beroepsprocedures worden gestart of als er extra infrastructuur nodig blijkt. Wat Visser betreft is zoveel extra benodigde tijd niet acceptabel. Met name vanwege het risico op uitval van de huidige, verouderde radar in Nieuw Milligen, die ook nog eens niet de dekking geeft die tegenwoordig is gewenst. Ook moet nog blijken of er op zo’n locatie lokaal draagvlak bestaat.

De uitkomsten van beide onderzoeken geven Visser geen aanleiding het besluit tot toepassen van de Rijkscoördinatieregeling (RCR) voor de radar in Herwijnen te herzien. Binnenkort kondigt ze het RCR-besluit af in de Staatscourant zodat de procedure formeel van start kan gaan.

Zie voor rapporten en andere documenten: https://www.defensie.nl/onderwerpen/radarstations/downloads