Hoe de geallieerden de Duitsers de Roer over joegen

Het oprollen van het zogenoemde Roerbruggenhoofd in Zuid-Limburg begin 1945 staat centraal in de shortread van website 75jaarvrij.nl van het NIMH. Hoofd afdeling Publieksinformatie en Collecties Richard van Gils vertelt in 4 korte artikelen alle ins and outs van Operation Blackcock.

Zwart-wit-foto van militairen die plat op de grond liggen en bukken voor een granaatinslag.

Britse infanteristen zoeken dekking in Nieuwstadt wanneer een mortiergranaat ontploft. (Bron: IWM)

Van Gils schetst eerst de verhoudingen tussen de opperbevelhebber van de geallieerde troepen, Dwight D. Eisenhower en de aan hem ondergeschikte Britse veldmaarschalk Bernhard Montgomery. De heren waren het hartgrondig oneens over de te volgen strategie. Eisenhower wilde dat de geallieerde legers over een breed front in de aanval gingen. Montgomery wilde juist een doorbraak forceren door de geallieerde gevechtskracht zo veel mogelijk op 1 plek aan het front te concentreren. De geallieerden kampten op dat moment met grote tekorten aan munitie, brandstof, voedsel en materieel. Montgomery wilde dat hij de meeste logistieke reserves kreeg voor zijn 21st Army Group. Hij kreeg grotendeels zijn zin en startte met operatie Market Garden. Die mislukte.

Zwart-wit-foto van een tank die een andere tank uit de modder trekt.

In de buurt van Echt wordt een Cromwell bergingstank ingezet om een tank van de 7th Armoured Division los te trekken uit de modder. (Bron: IWM)

1.152 doden en gewonden

Montgomery moest eerst het Roerbruggenhoofd uitschakelen voordat hij vervolgens het Rijnlandoffensief kon starten. Het Roerbruggenhoofd bevond zich in de driehoek tussen de plaatsen Roermond, Sittard en Linnich (Duitsland). Dat bood een uitstekende uitvalsbasis om de geallieerden tijdens het Ardennenoffensief in de rug aan te vallen. Dat gebeurde uiteindelijk niet, maar het idee alleen al bezorgde de geallieerden kopzorgen.

Het Roerbruggenhoofd was sterk. Er waren 3 verdedigingslinies aangelegd door Russische dwangarbeiders en Limburgse mannen, die daartoe waren gedwongen. Dorpjes waren veranderd in vestingen. Bovendien was het terrein eigenlijk niet geschikt voor de mechanische oorlogvoering. Er lagen in het gebied veel van oost naar west lopende beekjes die bij nat weer snel overstroomden. Daardoor werd het laagliggende terrein zompig en bleven tanks in de modder steken. Het maakt de opgave om het Duitse verzet in de Roerdriehoek op te rollen nog moeilijker voor de geallieerde commandanten. Het oprollen van het Roerbruggenhoofd kreeg als codenaam Operation Blackcock. Het kostte de geallieerden 10 dagen en 1.152 doden en gewonden: de Duitsers 2.000.