NAVO kijkt nu ook naar ‘de ruimte’

Het verlopen van het INF-verdrag met Rusland, lastenverdeling, afschrikking en verdediging, maar ook het belang van ‘de ruimte’. Deze belangrijke onderwerpen bespraken de Defensieministers van de NAVO deze week in Brussel.

Militaire transportwagens rijden over een landweg.

Een troepenverplaatsing van Nederlandse militairen voor de enhanced Forward Presence in Litouwen. Ook voor troepenverplaatsingen is 'de ruimte' van belang.

De ministers hebben aangegeven gericht beleid te ontwikkelen voor ‘de ruimte’. De NAVO erkent hiermee dat ook dit domein (naast land, lucht, zee en cyber) grote impact heeft op onze veiligheid. Dit is onder meer zo vanwege de steeds grotere afhankelijkheid van GPS-systemen en satellieten, voor communicatie en troepenverplaatsingen. De NAVO wil beter voorbereid zijn op dreigingen en nieuwe mogelijkheden in kaart brengen.

Opzegtermijn verstrijkt

Ook het INF-verdrag (intermediate-range nuclear forces) tussen de NAVO en Rusland stond hoog op de agenda. De opzegtermijn, die door de VS in overleg met bondgenoten was vastgesteld, verstrijkt op 2 augustus. Nederland en de NAVO-bondgenoten willen het verdrag graag behouden, omdat het bijdraagt aan de veiligheid in Europa.

Minister Ank Bijleveld-Schouten zei dat de bondgenoten eensgezind zijn: Rusland moet zich aan de afspraken houden. Die oproep doet de NAVO ook tijdens de geplande NAVO-Rusland Raad, komende week. Tegelijkertijd gaven de Defensieministers groen licht aan de NAVO om zich voor te bereiden op het verlopen van het verdrag. Bijleveld benadrukte dat maatregelen defensief en proportioneel zullen zijn.

Groepsfoto van de NAVO-ministers van Defensie in Brussel.

Groepsfoto van de NAVO-ministers van Defensie in Brussel.

Lastenverdeling

De ministers bespraken de lastenverdeling aan de hand van de halfjaarlijkse update van de nationale plannen. Die dienden de landen eind 2018 in. Hierin staat onder meer hoe zij richting de zogenoemde 2%-norm (percentage van het Bruto Binnenlands Product) denken te gaan. Nederland komt in 2021 op 1,38% uit.

Het kabinet maakte in de Voorjaarsnota een structurele verhoging van de defensie-uitgaven bekend: “Het extra geld is een mooie en betekenisvolle stap. Het is een stap richting het realiseren van de gemaakte afspraken en het kabinet laat zien de huidige dreigingen serieus te nemen.”

Afschrikking en verdediging

Vanwege de verslechterde veiligheidssituatie legt de NAVO steeds meer nadruk op het versterking van de gereedheid en het reactievermogen. Het NATO Readiness Initiative (NRI) versterkt de poule van eenheden met een hoge gereedheid. Ter sprake kwam de concrete vraag die de NAVO heeft neergelegd bij individuele landen. Het gaat om gevechtseenheden, bataljons, fregatten en gevechtsvliegtuigen, én (gevechts)ondersteuningseenheden, zoals vuursteun, logistiek, medische ondersteuning en tankervliegtuigen. Nederland heeft in dit verband eenheden (land, lucht, maritiem) aangeboden. Dit gebeurt deels met een zogenoemd ‘individual readiness development plan’. Omdat de eenheden nu nog niet helemaal aan de eisen voldoen, komen deze geleidelijk beschikbaar.

Afghanistan

De deelnemende landen bespreken de laatste ontwikkelingen rondom de Resolute Support Mission. De missie in Afghanistan waaraan ook Nederland deelneemt. De NAVO volgt het vredesproces met de Taliban nauwgezet. Het bondgenootschap zet in op haar blijvende betrokkenheid en die van de internationale gemeenschap.

2 mannen met een Mk48-torpedo in Zr. Ms. Zeeleeuw (2017).

Archieffoto: Een Mk48-torpedo wordt geladen en gereed gemaakt om te lanceren tijdens een test exercise van Zr. Ms. Zeeleeuw (2017).

Scheepsmunitie

Minister Bijleveld ondertekende daarnaast een overeenkomst voor het samenwerken bij de aankoop van scheepsmunitie, zogenoemde Maritime Battle Decisive Munitions. Ook 6 andere NAVO-leden (België, Frankrijk, Italië, Polen, Portugal en Spanje) en partnerland Finland tekenden. De afspraak moet zorgen voor schaalvoordelen als een lagere prijs. Het gaat om raketten, torpedo's en vuurwapens.