Eerste stap gezet in Europese militaire mobiliteit

Er ligt een overeenkomst om de regelgeving rond grensoverschrijdend militair vervoer binnen de EU te vereenvoudigen. 26 lidstaten, waaronder Nederland, hebben het document gisteren getekend. Dat gebeurde tijdens de bijeenkomst van de Europese defensieministers in Brussel. In het door Nederland getrokken project Militaire Mobiliteit is nu een eerste serieuze stap gezet.

De overeenkomst is met het Europees Defensie Agentschap (EDA). Dat helpt de EU-landen met het versimpelen van de regels.

Een ander onderwerp dat ter tafel kwam betrof de geïntensiveerde samenwerking van de EU met de Sahel-regio. Nederland draagt bij aan de EU-missies in de Sahel en steunt financieel het operationeel krijgen van een Afrikaanse troepenmacht, gevormd door Mali, Niger, Burkina Faso, Mauritanië en Tsjaad aldaar.

Ook de Permanente Gestructureerde Samenwerking (PESCO) stond op de agenda. Daarbij is gesproken over de deelname van niet EU-landen aan PESCO-projecten. Nederland en een aantal andere lidstaten vinden het belangrijk dat ook die aan sommige initiatieven kunnen meedoen. Volgens minister van Defensie Ank Bijleveld-Schouten stellen enkele landen nog teveel voorwaarden. Dit kan samenwerking met belangrijke strategische partners van Nederland en de EU schaden. Dan gaat het bijvoorbeeld om Canada, Noorwegen, de Verenigde Staten en straks het Verenigd Koninkrijk.

Veiligheid op Europese continent

Nederland zet zich met gelijkgezinde lidstaten volop in om zogenoemde derde landen te laten deelnemen en deed een voorstel. “We moeten open staan voor samenwerking en ons niet afschermen. Samenwerking met derde landen is nodig om Europa als geheel sterker te maken”, aldus Bijleveld.

Nederland is een groot voorstander van meer samenwerking tussen de EU en de NAVO. Het versterkt namelijk de veiligheid op het Europese continent. Het moet dan vooral gaan om zaken waar de EU en de NAVO elkaar aanvullen en versterken. Het gaat dan om militaire mobiliteit, capaciteitsopbouw in ontwikkelingslanden, contra-terrorisme, cyber en het tegengaan van hybride dreigingen. Het Europese expertisecentrum voor het tegengaan van hybride dreigingen in Helsinki is daarvan een goed voorbeeld. Nederland wil hieraan deelnemen.

De volgende bijeenkomst van defensieministers is op 17 juni in Luxemburg.