Bijleveld: “extra inzetten op ontwikkeling van militaire capaciteiten"

De dreigingen in de wereld zijn toegenomen. Dat is niet de enige reden die verdere intensivering van de Europese samenwerking noodzakelijk maakt. Europa moet ook beter in staat zijn de eigen veiligheid te borgen. Dat was vandaag de belangrijkste boodschap van minister van Defensie Ank Bijleveld-Schouten tijdens de Informele EU-Defensieraad in Boekarest.

Op verzoek van Nederland kwam de toekomst van die defensiesamenwerking uitvoerig aan bod. Die samenwerking moet concreter, maar mag niet ten koste gaan van die met de NAVO.

De Europese defensiesamenwerking staat volgens Bijleveld op een belangrijk punt. “We moeten serieus nadenken over hoe we de verdere doorontwikkeling van de Europese defensiesamenwerking vorm willen geven“, zei ze en gaf de Nederlandse visie daarop. Veel landen sloten zich hierbij aan.

Nederland is voorstander van meer Europese defensiesamenwerking, maar wel binnen bestaande Europese kaders en initiatieven (PESCO, CARD, EDF). Sinds 2016 is er gebouwd aan een Europees raamwerk om te komen tot meer defensiesamenwerking. Die coöperatie vraagt om verdere invulling zodat concrete resultaten zijn te boeken. Nieuwe initiatieven vindt Bijleveld voorlopig niet nodig. Ze vergeleek de situatie met een ontworpen huis. “Laten we daarin nu gaan leven, er goed voor zorgen en maken dat we ons er thuis voelen.”

NAVO vooral aan zet voor afschrikking en collectieve verdediging

Het is volgens Bijleveld tevens cruciaal dat duidelijk wordt hoe de EU en de NAVO zich tot elkaar verhouden. “Wie doet wat als het om onze veiligheid gaat.” Wat Nederland betreft is de NAVO vooral aan zet als het gaat om afschrikking en de collectieve verdediging van het Europese grondgebied. De EU is meer geschikt voor wederopbouw- en civiel-militaire missies om de veiligheidscapaciteiten van partnerlanden rond de EU te versterken. Denk  aan trainingsmissies. Daarnaast kan de EU een aanvullende rol op de NAVO spelen. Een voorbeeld is bij het handhaven van de veiligheid met civiele middelen in EU-gebied.

In Europees verband

Bijleveld noemde het belang van capaciteitsontwikkeling. Als de EU meer verantwoordelijkheid wil nemen voor de eigen veiligheid, moeten de Europese landen ook meer investeren in capaciteitsopbouw. Dat kan wat Bijleveld betreft prima in Europees verband, hier zijn juist PESCO en het Europees Defensiefonds op ingericht. "Met de capaciteiten die in EU-kader worden opgebouwd voeren de EU-lidstaten vervolgens missies en operaties uit, nodig om te beschermen wat ons dierbaar is." Die acties gebeuren in de EU, de NAVO, in VN-kader of in een coalitieverband. Bijleveld: “De komende jaren moeten we extra inzetten op de ontwikkeling van militaire capaciteiten. Daar hebben zowel de EU als de NAVO baat bij.“

Handen uit de mouwen

Wat de minister betreft is het de hoogste tijd de handen uit de mouwen te steken. “Er zijn meer concrete resultaten nodig. Dus moeten we afspraken maken over doelstellingen met een helder tijdspad. Niet alleen praten, maar nu ook echt doen. Het Nederlandse project ter verbetering van de militaire mobiliteit In de EU is daar een mooi voorbeeld van.“

Lidstaten bepalend

Tot slot stelde de minister dat bij Europese defensiesamenwerking, ook in de toekomst de lidstaten bepalend moeten blijven. “Ze hebben de leiding. Besluiten over samenwerking dienen unaniem te worden aangenomen. De europese commissie, de Hoge Vertegenwoordiger en het EDA moeten hierbij een nog sterkere faciliterende rol spelen, maar geen leidende.“ Nederland bepleitte dat over de toekomst van Europese defensiesamenwerking in mei conclusies worden aangenomen. Dat is tijdens de  volgende vergadering.