Parijs toneel 1e ‘teambuilding’ Europese Defensieministers

Minister Ank Bijleveld-Schouten woonde vandaag in Parijs de 1e vergadering bij van het European Intervention Initiative (EI2). Dit Franse initiatief is bedoeld om Europa’s militaire samenwerking te versterken door beter op elkaar ingespeeld te zijn. Nederland is volgend jaar gastheer van de bijeenkomst.

Bijleveld: “Ik ben voorstander van een Europa dat meer verantwoordelijkheid neemt om de eigen veiligheid te kunnen borgen. Het is daarbij van belang elkaar snel te kunnen vinden en handelen. Het is dus nuttig om regelmatig met een groep gelijkgezinde landen strategische plannen, inlichtingen en geleerde lessen uit te wisselen. Zo kunnen we op voorhand afspraken maken over efficiënte inzet en mogelijke scenario’s. Daarnaast richten we ons op onderwerpen waar de NAVO of de EU zich niet direct mee bezig houden. Denk aan nauwere samenwerking in het Caribisch gebied. Bijvoorbeeld met het oog op het orkaanseizoen is dit van groot belang.”

Informeel

De EI2 startte deze zomer met 9 landen. Vandaag werd dat aantal met Finland uitgebreid tot 10. Naast Nederland en Finland maken België, Duitsland, Denemarken, Estland, Frankrijk, Portugal, Spanje en het Verenigd Koninkrijk deel uit van EI2. Volgens Bijleveld dragen juist dit beperkte aantal deelnemers en het informele karakter bij aan de efficiëntie en “zal dit ook een sterkere EU en NAVO ten goede komen. Dat is iets waar Nederland veel belang aan hecht, evenals aan een EU en een NAVO die elkaar versterken ten behoeve van onze veiligheid.”

Richting gegeven

De ministers vonden de bijeenkomst nuttig. Er is nu door hen politieke richting gegeven waarmee beleidsmakers en militairen verder aan de slag kunnen. Bijleveld benadrukt dat het hier niet gaat om de oprichting van een nieuwe reactiemacht of een Europees leger: “EI2 gaat geen nationale troepen gebruiken voor eigen reactie doeleinden. Bovendien is de inzet van militairen ergens in de wereld een nationale aangelegenheid. Dat zal het wat Nederland betreft ook altijd blijven.”