Rechercheurs marechaussee kijken om en vooruit

De Koninklijke Marechaussee hield vandaag voor de 10e keer de KMar Opsporingsdag. Meer dan 500 mensen keken op Legerplaats Stroe terug op het afgelopen decennium. Maar ook naar de richting die de huidige ontwikkelingen het opsporingsvak op sturen. Centraal stond daarbij de internationale samenwerking van de recherche. Wie zijn de partners en hoe wordt er samengewerkt?

Man in auto wordt aangehouden.

Archieffoto april 2016: Tijdens Lowlands Grenade oefenen politie- en marechaussee-eenheden uit een groot aantal landen gezamenlijk optreden.

Minister Ank Bijleveld-Schouten had geen seconde getwijfeld toen haar werd gevraagd te spreken: “Het werk van de recherche mag best wat meer bekendheid krijgen. Het gaat om 650 collega’s die zich iedere dag met ziel en zaligheid inzetten.”

Commandant Koninklijke Marechaussee luitenant-generaal Harry van den Brink: “In de 1e jaren werd deze opsporingsdag vooral gezien als recherchevakdag voor eigen medewerkers. Maar in de loop van de tijd zijn verbindingen gelegd met onze omgeving. Om te horen wat er binnen andere domeinen gebeurt, welke ontwikkelingen er zijn en hoe wij optreden.”

Relatie terrorisme en criminaliteit

De commandant verwelkomde nu bijvoorbeeld ook collega’s van de Koninklijke Militaire Academie, het Openbaar Ministerie, de politie en de Bijzonder Opsporingsdiensten. Andere  aanwezigen waren (internationale) sprekers als de Belgische politiechef Jean Pierre de Vos en Jelle van Buren. Laatstgenoemde werkt op de Universiteit van Leiden bij het instituut Security and Global Affairs. Hij legde de context uit tussen de aanslagen in Den Haag en Amsterdam en de relatie tussen georganiseerde zware criminaliteit en (contra)terrorisme, -extremisme en –radicalisering.

Grensoverschrijdend

Van den Brink vertelde hoe de Brigade Recherche dankzij centrale sturing van gebiedsgebonden optreden naar informatiegestuurd optreden ging. “Dat maakt ons beter bestand tegen de ontwikkelingen die de criminaliteit doormaakt. Criminaliteit beperkt zich niet tot de landsgrenzen.”

Het verhaal van de minister sloot hier mooi bij. Zij refereerde onder meer aan een succesvol onderzoek naar mensensmokkel. “Via Italië werden honderden mensen naar Scandinavië, Nederland en Engeland gesmokkeld door één crimineel netwerk. Een wereld die gepaard gaat met enorm menselijk leed. In nauwe samenwerking met politiediensten uit Duitsland en Italië is dit netwerk opgerold.”

Steeds vaker digitaal

Ze noemde het voorbeeld omdat het typerend is voor belangrijke ontwikkelingen: digitalisering én (internationale) samenwerking. “Criminele netwerken krijgen steeds meer een internationaal karakter en gebruiken daarvoor steeds vaker digitale middelen, zoals crypto currency.”

De hoeveelheid informatie die rechercheurs moeten verwerken is enorm. Om met ‘Big Data’ om te gaan wordt techniek steeds belangrijker. “Maar uiteindelijk blijven het de mensen die met kennis van zaken de juiste vragen stellen aan de systemen.” Als korpsbeheerder wil de bewindsvrouw het werk van de marechaussee zo goed mogelijk faciliteren. Door het leveren van technische middelen, maar ook het tegengaan van doorgeslagen bureaucratie.