Dutchbat-delegatie krijgt resultaten verkennend onderzoek

Een delegatie Dutchbat III-veteranen kreeg vandaag de resultaten van het verkennende onderzoek naar hun zorgbehoeften. Dit gebeurde in het Veteraneninstituut in Doorn. De verkenning biedt aanknopingspunten voor het daadwerkelijke onderzoek naar de gevolgen van hun uitzending naar Srebrenica.

Hans Borstlap (midden, donkergrijs pak) overhandigt de verkenning naar de inhoud en opzet van het onderzoek naar de zorgbehoefte van Dutchbat III aan een delegatie veteranen.

Hans Borstlap (midden, donkergrijs pak) overhandigt de verkenning naar de inhoud en opzet van het onderzoek naar de zorgbehoefte van Dutchbat III aan een delegatie veteranen.

Het onderzoek volgt op signalen dat een deel van de Dutchbat III-veteranen nog steeds kampt met uitzendgerelateerde problemen. In oktober 2015 bespraken minister-president Mark Rutte, toenmalige minister Jeanine Hennis-Plasschaert en Dutchbat III-veteranen de mogelijkheid van zo’n onafhankelijke onderzoek.

De Raad voor civiel-militaire Zorg en Onderzoek (RZO) gaf eerder aan dat voor het onderzoek de verwachtingen van de betrokkenen moeten worden afgestemd. Dit zorgt voor draagvlak voor het onderzoek. Dat is mede het doel van de nu uitgevoerde verkenning, die is uitgevoerd door voormalig Raad van State-lid Hans Borstlap.

Nieuwe informatie onwaarschijnlijk

De verkenningsfase bestond  uit een documentenanalyse en gesprekken met een groot aantal betrokkenen. Onder hen waren veteranen, zorgverleners en (oud-)bewindspersonen. Borstlap adviseert onder meer om te bekijken hoe het staat met de erkenning en waardering van Dutchbat III-veteranen en hoe hier verder invulling aan valt te geven. Ook adviseert hij onderzoek te doen naar het bijzondere karakter van de missie in Srebrenica in vergelijking tot andere operaties. Het doen van verdere waarheidsvinding naar de politieke en militaire feiten en omstandigheden raadt hij af. Dit omdat het nu niet waarschijnlijk is dat er nieuwe informatie naar boven komt.

Borstlap beveelt Defensie aan om het onderzoek zo in te richten dat het leidt tot lessen voor de toekomst op het gebied van erkenning, waardering, zorg. Defensie neemt deze aanbeveling over. Dit geldt ook voor het advies om de opvattingen van Dutchbat III-veteranen een centrale plaats te geven in het onderzoek. Dit komt tot uiting in de onderzoeksvragen.

Op basis van deze verkenning formuleert Defensie een definitieve onderzoeksopdracht en besteedt die aan. Het daadwerkelijke onderzoek duurt 1 tot 1,5 jaar. Conform de aanbeveling van Hans Borstlap worden de Dutchbat III-veteranen tijdens het onderzoek zorgvuldig op de hoogte gehouden.