"Betrek derde landen bij Europese defensie-initiatieven"

In de Bulgaarse hoofdstad Sofia is vandaag de informele EU-vergadering voor defensie-ministers gehouden. Staatssecretaris van Defensie Barbara Visser pleitte voor het betrekken van derde landen bij de nieuwe initiatieven om de Europese defensie te versterken. Het gaat dan om landen als Noorwegen, Canada, de Verenigde Staten, Zwitserland en straks het Verenigd Koninkrijk. Visser nam minister van Defensie Ank-Bijleveld-Schouten waar, die vanwege Bevrijdingsdag verhinderd was.

De Europese Unie wil meer aandacht besteden aan Europese defensiesamenwerking en heeft hiervoor vorig jaar de Permanente Gestructureerde Samenwerking (PESCO) gelanceerd. Onder PESCO zijn 17 initiatieven gestart om te komen tot meer Europese defensiesamenwerking. “Nederland vindt het belangrijk dat ook derde landen (niet EU-landen) bij sommige van deze initiatieven worden betrokken, omdat zij een belangrijke bijdragen kunnen leveren in de vorm van expertise, geld of capaciteiten“, aldus staatssecretaris Visser. “Ook kan zo worden voorkomen dat zaken dubbel worden gedaan, bijvoorbeeld binnen NAVO-verband.“

Militaire mobiliteit

Het betrekken van derde landen is met name van belang bij het project militaire mobiliteit, waar Nederland voortrekker van is. Dit project waar 24 lidstaten aan deelnemen heeft tot doel het grensoverschrijdend transport van troepen en militair materieel binnen Europa te vergemakkelijken.  Nederland streeft ernaar dat de deelnemende landen op de Europese Raad van juni en de NAVO-top van juli komen tot een “military mobility pledge.” Met deze pledge of belofte onderstrepen de landen hun betrokkenheid en maken ze duidelijk welke concrete resultaten moeten worden bereikt.

Samenhang

Ook  vroeg Visser aandacht voor de positie van het European Defence Agency (EDA). Nederland is voorstander van het betrekken van het EDA bij de verschillende defensie-initiatieven. Het agentschap kan zorgen voor samenhang tussen de verschillende projecten. Via het EDA kunnen de belangen en de zeggenschap van de lidstaten binnen de Europese defensiesamenwerking worden gewaarborgd. Ook bij het uitvoeren van het project militaire mobiliteit dicht Nederland het EDA een belangrijke rol toe. Op de EU-vergadering van Defensieministers van 25 juni zal hierover verder worden gesproken.