Defensie en civiele hulpdiensten beproeven samenwerking

Defensie heeft veel expertise op het gebied van chemische, biologische, radiologische en nucleaire stoffen (CBRN). Daarom ondersteunt de organisatie civiele hulpdiensten. Om die samenwerking te beproeven werd er gisteren geoefend in het Defensie CBRN-Centrum in Vught.

Een slachtoffers wordt in de grote ontsmettingsstraat van de Brandweer gereinigd.

Een slachtoffers wordt in de grote ontsmettingsstraat van de Brandweer gereinigd.

“Help dan toch!”, schreeuwt een van de slachtoffers bij de ingang van het metrostation. Een ander ligt hoestend en kermend op de grond. Je waant je in een Amsterdams metrostation tijdens een terroristische aanval. Alleen het Rotterdamse metrostel in de tunnelbuis verraadt de oefenplek. Ritmeester en oefenleider Johnny overziet de situatie. “We hebben hier een unieke locatie waarbij we elk mogelijk scenario kunnen uitwerken. Van een drugslab in een villa tot een aanslag in een metro. Dat kan nergens anders in Nederland.”

Brandweer, GGD, Politie, ME, het RIVM en de CBRN Respons Eenheid werken samen in dit grote CBRN-scenario.

Brandweer, GGD, Politie, ME, het RIVM en het CBRN-response team werken samen in dit grote CBRN-scenario.

Thuiswedstrijd

Brandweer, politie, GGD en RIVM zijn te gast terwijl de defensie-experts van de CBRN Respons Eenheid een thuiswedstrijd spelen. Zij staan 24/7 klaar voor inzet bij civiele rampen met strijdgassen. “Eigen veiligheid is het belangrijkst”, vertelt sergeant-majoor Olaf. “Onze eenheid is altijd ondergeschikt aan het civiele gezag. Zij bepalen hoe veilig de situatie is en of wij actie kunnen ondernemen.”

Maximaal 45 minuten hebben de verkenners van het team om hun werk te doen. Dan is hun zuurstoftank leeg. Drie kwartier lijkt misschien lang, maar manoeuvreren in het onhandige pak kost veel tijd. En met meerdere handschoenen over elkaar werken, om kans op besmetting te verkleinen, bevordert het precisiewerk ter plekke ook niet. Daarom moeten de randvoorwaarden duidelijk zijn. Robert Raben van de Brandweer beaamt dat: “Welk gebied rond de aanslag is veilig? Wie geeft het gebouw vrij? Daar moeten tussen de civiele partners en Defensie duidelijke afspraken over bestaan. Dat trainen we vandaag.”

Zie ook