Europese Commissie schetst toekomst Europese defensie

Het nieuw op te richten Europees Defensiefonds (EDF) moet de ontwikkeling van militaire capaciteiten door de lidstaten ondersteunen. De Europese Commissie maakte dat vandaag bekend. In reactie op de verslechterde veiligheidssituatie presenteerde het ook 3 toekomstscenario’s voor defensiesamenwerking. Die variëren van minimale versterking van de bestaande samenwerking tot ‘een gemeenschappelijke veiligheid en defensie’ in 2025.

Een Duitse Leopard 2A6-gevechtstank (februari 2017) in een besneeuwd Pools landschap.

Een Duitse Leopard 2A6-gevechtstank tijdens een gezamenlijke oefening (februari 2017). Dankzij nauwe Duitse-Nederlandse samenwerking heeft Nederland weer tankcapaciteit.

Minister Jeanine Hennis-Plasschaert is een groot voorstander van vergaande samenwerking: “Alleen zo kunnen we onze slagkracht vergroten, werken aan een betere balans in de NAVO en meer verantwoordelijkheid nemen voor onze eigen veiligheid.”  De vandaag aangekondigde initiatieven betekenen volgens haar niet dat er een Europees leger komt. “Zelfs in het meest vergaande scenario is daar geen sprake van. Landen houden zeggenschap over hun eigen krijgsmacht. In het uiterste geval stemmen landen hun Defensieplanning, financiën en besluitvorming volledig op elkaar af.”

Het EDF ondersteunt zowel onderzoek, ontwikkeling als verwerving van Europese defensiecapaciteiten. Het fonds moet efficiëntie en interoperabiliteit bevorderen. Dit betekent dat systemen goed met elkaar communiceren en verdere vereenvoudiging van samenwerking.

Het EDF bestaat uit 2 delen:

  • Een onderzoeksdeel. Voor de periode 2017-2019 wordt hiervoor bij wijze van proef €90 miljoen gereserveerd. Dit is een eerste stap naar een volwaardig Defensieonderzoeksprogramma na 2020 waarvoor de Commissie 500 miljoen per jaar wil reserveren.
  • Een deel voor de gezamenlijke ontwikkeling van capaciteiten. Zo financiert de commissie delen van projecten voor het opstellen van technische specificaties, haalbaarheidsstudies en het ontwikkelen en testen van prototypes. Dit programma wordt van 2019 tot 2020 uitgeprobeerd. De commissie maakt hier €500 miljoen voor vrij. Na 2020 wordt dan mogelijk een uitgebreider programma opgezet waarvoor de commissie €1 miljard per jaar voor reserveert.

Voor de uiteindelijke aanschaf van capaciteiten wil de commissie onder meer vrijwillige bijdragen van lidstaten voor specifieke poolprojecten. Voorbeelden van capaciteiten die mogelijk met ondersteuning van het EDF worden ontwikkeld zijn drones , luchttankercapaciteiten, satellietcommunicatie- en cybercapaciteiten. De financiering van het fonds is nog wel een aandachtspunt; de onderhandelingen daarover beginnen halverwege 2018. De bedragen liggen dan ook nog niet vast.

Toekomstscenario’s

Als vervolg op het witboek over de toekomst van Europa (maart 2017), schetst de Commissie 3 scenario’s voor 2025. Die bevatten alle 3 interessante elementen voor de ontwikkeling van het Europese veiligheids- en defensiebeleid.

  • Het 1e  scenario betreft de voortzetting van de huidige samenwerking en kan worden gezien als een soort ‘doormodderscenario’ met  weinig ambitie. Stappen ter versterking van veiligheids- en defensiesamenwerking blijven uit, zoals meer politieke toewijding en minder vrijblijvendheid. In de EU is de laatste maanden juist afgesproken om meer verantwoordelijkheid te nemen. Dat is ook in het belang van Nederland.
  • Het 2e scenario, ‘gedeelde veiligheid en defensie’, past bij de recent ingezette koers om meer werk te maken van de Europese veiligheid en defensie. Het is een uitwerking van het nieuwe ambitieniveau dat in december 2016 door de lidstaten is afgesproken. Initiatieven zoals permanent gestructureerde samenwerking (PESCO) maar ook het Europees Defensiefonds staan hierbij centraal.
  • Het 3e scenario, ‘gemeenschappelijke veiligheid en defensie’, gaat nog een stap verder. Hierbij verdiepen lidstaten de onderlinge samenwerking. Er is sprake van integratie wat leidt tot een gemeenschappelijke veiligheid en defensie. Lidstaten houden wel de zeggenschap over de eigen krijgsmacht en er is geen sprake van een Europees leger.