Defensie wil slagkracht moderniseren en uitbreiden

Defensie wil haar slagkracht de komende jaren moderniseren en uitbreiden. Een grondige analyse van de geopolitieke, maatschappelijke, demografische en technologische ontwikkelingen ligt hieraan ten grondslag. Doel van dit alles: een duurzaam gerede en snel inzetbare krijgsmacht als houvast in een onzekere wereld. Dit blijkt uit de zogenoemde ‘lijnen van ontwikkeling’ die minister Jeanine Hennis-Plasschaert vandaag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Militairen en voertuig in de sneeuw.

Een voorbeeld van slagkracht tijdens de oefening Bison Drawsko in Polen (februari 2017).

De snelheid waarmee crises opkomen, de groeiende diversiteit aan dreigingen en ook de toegenomen complexiteit hiervan, vragen om een krijgsmacht met voldoende handelingsvermogen. De huidige krijgsmacht biedt een goed vertrekpunt voor de beoogde versterking en vernieuwing. Daarbij zal Defensie de komende jaren krachtig moeten innoveren, en dus ook optimaal gebruik maken van nieuwe ontwikkelingen.

Versterking en vernieuwing hand in hand

“Duidelijk is dat versterking en vernieuwing van de krijgsmacht nadrukkelijk hand in hand moeten blijven gaan. Dit is noodzakelijk om, samen met onze bondgenoten en partners, het hoofd te kunnen (blijven) bieden aan een onveilige wereld”, aldus Hennis. De lijnen van ontwikkeling zien toe op moderne slagkracht gericht op escalatiedominantie, een sterke positie in het cyber- en informatiedomein, onderscheidend in en door samenwerking, technologisch vooruitstrevend, een wendbare organisatie en ook aandacht voor mens en mindset in een adaptieve krijgsmacht.

Infographic over de doorontwikkeling van de krijgsmacht.

Infographic over de doorontwikkeling van de krijgsmacht.

Meerjarig perspectief

Al eerder schetste het kabinet een meerjarig perspectief voor de verdere versterking van de krijgsmacht. In het kader van dat meerjarig perspectief heeft het kabinet de afgelopen jaren belangrijke stappen gezet. Zo kan de basisgereedheid van de krijgsmacht de komende jaren op orde worden gebracht, met behulp van opeenvolgende verhogingen van de Defensie-uitgaven oplopend tot ongeveer 870 miljoen euro structureel in 2020. De resterende stappen in het meerjarig perspectief omvatten:

  • Investeringen om de huidige krijgsmacht te continueren en vernieuwen. De investeringsbehoefte voor de benodigde vernieuwingen, instandhoudingsprogramma’s en vervangingen is de komende 15 jaar groter dan het beschikbare budget. Zoals de begroting van Defensie duidelijk maakt, vergt alleen al de vervanging van wapensystemen, meer financiële middelen dan waarover Defensie nu beschikt. Zowel de NAVO als EU onderstrepen dat de tijdige vernieuwing, instandhouding en vervanging van deze wapensystemen urgent is, omdat die de kern van de slagkracht van de huidige krijgsmacht vormen.
     
  • Verbetering van de operationele (gevechts)ondersteuning. De inzetbaarheid en het voortzettingsvermogen van de krijgsmacht worden in hoge mate bepaald door ondersteunende operationele eenheden (enablers) zoals onderhoud, inlichtingen, robuuste logistiek en geneeskundige ondersteuning. Dit zijn schaarse capaciteiten. Zowel de NAVO als EU beklemtonen dat landen zelf in deze ondersteuning moet kunnen voorzien, dus ook Nederland.
     
  • Uitbreiding en modernisering van de slagkracht. In toenemende mate zijn capaciteiten van (mogelijke) tegenstanders van een technologisch hoogwaardig en in sommige gevallen zelfs van een gelijkwaardig niveau. Hierdoor moet onder meer rekening worden gehouden met conflicten hoger in het geweldsspectrum. Door de razendsnelle ontwikkeling van het cyber- en informatiedomein zijn tot substantiële maatregelen nodig. Ook moet de krijgsmacht gelijktijdig, voor langere duur en in voldoende omvang kunnen deelnemen aan verschillende activiteiten en operaties. Tevens moet Defensie rekening houden met een groeiend beroep op de krijgsmacht in het kader van de nationale taken. Voor een toekomstbestendige, en dus een adaptieve krijgsmacht, moet ook het personeelsbeleid worden vernieuwd.

De mogelijkheden voor de invulling van de resterende stappen in het kader van het meerjarig perspectief zijn vanzelfsprekend afhankelijk van de beschikbare financiële middelen en ook de toekomstige politieke besluitvorming daarover.

Zie ook