Militaire noodhulp op Haïti ten einde

Water, hygiëneboxen, bouwmaterialen, rijst, dekens, tentzeilen…. De afgelopen 2,5 week brachten de marineschepen Zr. Ms. Holland en Zr. Ms. Pelikaan 450 ton hulpgoederen aan land op Haïti. Aan de militaire hulpverlening na de verwoestende passage van orkaan Matthew is nu een einde gekomen.

Het patrouilleschip Holland en het ondersteuningsvaartuig Pelikaan brachten de spullen naar plekken die over land onbereikbaar waren. Dit was met name aan de westkust van het eiland. Hier richtte Matthew de meeste schade aan.

Het verlenen van noodhulp na een orkaanpassage is een van de hoofdtaken van Defensie in het Caribisch gebied. Het doel op Haïti was het verlichten van menselijk leed en het leggen van een goede basis voor andere hulpverleningsorganisaties. Die kunnen hier op verder bouwen.

Opruim- en opbouwwerk

Voor deze taak hadden de marineschepen extra personeel aan boord. Mariniers van het squadron op Aruba voor de beveiliging van het goederentransport, genisten van de landmacht voor opruim- en opbouwwerkzaamheden en medici. Een hydrografisch team inspecteerde vaarwegen en steigers op obstakels en schade. 

Samenwerking

De militairen werkten nauw samen met de Haïtiaanse regering, het World Food Program en organisaties zoals het European Union Civil Protection Mechanism, een coördinatieteam met experts uit verschillende landen. Afstemming met de Verenigde Naties zorgde ervoor dat de goederen op de juiste plek terecht kwamen.

Vanwege de waterdiepte konden de marineschepen niet overal aan land komen. Om die reden hadden de schepen kleinere vaartuigen bij zich. Hiermee werden veel goederen van verschillende grote hulpverleningsinstanties naar getroffen dorpen aan de kust gebracht. De goederen werden steeds geladen in de Haïtiaanse steden Port-au-Prince en les Cayes.

Drugsbestrijding

De schepen zijn inmiddels onderweg terug naar Curaçao. Hier richten de bemanningen zich weer op andere hoofdtaken van Defensie in het Caribisch gebied zoals drugsbestrijdingsoperaties.