Luchtvarenden leren overleven in gortdroge omstandigheden

‘Hoe overleef ik in een woestijnachtige omgeving nadat mijn toestel is neergestort?’ Voor die vraag staat vliegend luchtmachtpersoneel deze 2 weken in Zuid-Spanje. De cursus is opgezet omdat vliegers en loadmasters van vliegtuigen en helikopters steeds vaker opereren in dit soort omstandigheden. Zoals bij de missies in Mali en eerder in het Midden-Oosten.

Militair eet schorpioen.

Om te overleven eten de luchtmachtmilitairen ook niet-alledaagse dingen, zoals hier een schorpioen.

Het vliegend personeel van F-16’s, C-130’s en helikopters krijgt survivalles van 7 Nederlandse instructeurs en 1 Belgische. De Nederlanders  komen van de Survival, Evasion, Resistance and Extraction school (SERE-school Gilze-Rijen). Ze laten zien hoe de luchtvarenden na een crash kunnen overleven, ontsnappen, zich verzetten en uit een gebied gehaald kunnen worden.

Theorie en ‘droog’ oefenen

In Alcantarilla krijgen de luchtmachtmilitairen met collega’s uit België, Canada, Noorwegen, Spanje en Tsjechië eerst theorieles. Daarna volgt in het oefengebied de statische fase. In vredestijd moeten ze onder meer een onderkomen maken, voor drinkwater en voedsel zorgen en navigeren door het terrein.

Militairen lopen in woestijnachtige omgeving.

Luchtvarenden in een woestijnachtige omgeving in Zuid-Spanje.

’s Nachts verplaatsen

Na 3 dagen breekt de dynamische fase aan. De luchtvarenden, onder wie ook Belgische, Canadese en Tsjechische,  worden gedropt in bosrijk gebied. Daar moeten ze zich overdag schuilhouden. Ze verplaatsen zich ‘s nachts, zodat ze niet ontdekt worden door de oefenvijand.

Hét kenniscentrum

De Nederlandse SERE-school is onderdeel van het Centrum voor Mens en Luchtvaart in Soesterberg. Het is door Commandant der Strijdkrachten generaal Tom Middendorp naast opleidings- en trainingscentrum aangewezen als hét kennis- en expertisecentrum voor Personnel Recovery in Nederland.

Meer lezen over en zien van de oefening? Kijk dan in de Vliegende Hollander van september.