Hennis bij militairen in Midden-Oosten en Irak

Jeanine Hennis-Plasschaert toont zich tevreden na een meerdaags bezoek aan de Nederlandse militairen die worden ingezet in de strijd tegen ISIS. De Defensieminister ging langs bij zowel het F-16-detachement in het Midden-Oosten als de militaire trainers in Irak. Daar sprak zij ook met verschillende autoriteiten.

Minister Hennis praat met luchtmachtpersoneel bij F-16.

Hennis bij F-16-detachement in Midden-Oosten.

"Dit bezoek was meer dan nuttig”, laat Hennis weten. “Ik zie hier een hoge mate van samenwerking met internationale partners. De kwaliteit van de militaire trainingen is bovendien hoog, en de trainees zijn gemotiveerd en leergierig. Goed om te zien dat we daar als Nederland een voortrekkersrol in vervullen.”

Terugdringen en uitschakelen

“We leveren daarmee een wezenlijke bijdrage aan het uiteindelijke doel: het in staat stellen van de Iraakse veiligheidstroepen en Peshmerga om ISIS terug te dringen en uiteindelijk uit te schakelen. Hier staat een trotse minister."

Minister Hennis schudt Koerdische Peshmerga de hand.

Minister Hennis sprak met Koerdische Peshmerga.

Bagdad en Erbil in Irak

Gisteren en vandaag bezocht de minister voor het eerst de Nederlandse militairen die onderdeel uitmaken van de Capability Building Mission Iraq. Deze missie is verdeeld over de locaties Bagdad en het noordelijker gelegen Erbil. Op beide locaties sprak Hennis met trainers en trainees.

In Erbil trainen de Nederlanders sinds 15 februari infanteristen van de Peshmerga. Tijdens de trainingen leren deze Koerdische strijdkrachten de militaire basisvaardigheden om ISIS op de grond effectiever te bevechten.

In Bagdad krijgen Iraakse special forces hun training. Deze opleidingen staan onder leiding van de Amerikanen en begonnen 10 maart. Nederlandse trainers werken hier samen met collega's van coalitiepartners Australië, België, Italië en Spanje. De Nederlanders leiden de 8 weken durende commando-opleiding. De Iraakse commando's krijgen vooral fysieke en mentale training en leren schieten en vechten in verstedelijkt gebied. Daarnaast is er speciale aandacht voor humanitair oorlogsrecht. Ook draagt Nederland bij aan medische training en de sniperopleiding.

F-16’s in Midden-Oosten

Voorafgaand bezocht de minister de Air Task Force Middle East (ATF ME). Vanaf hun basis in het Midden-Oosten voert dit F-16-detachement luchtaanvallen uit op Iraaks grondgebied. Het gaat om 6 F-16’s, 2 reservetoestellen en ruim 200 militairen, samengesteld uit luchtmacht, landmacht en marechaussee. Sinds het begin van de missie in oktober 2014 vlogen de F-16's ongeveer 600 missies en zetten zij 450 keer hun wapens in.

De minister vergeleek de situatie met haar eerste bezoek in november. “Toen waren onze F-16's koud aangekomen. Nu zijn we een half jaar verder en is de opmars van ISIS mede door de luchtaanvallen van de coalitie een halt toegeroepen. Maar ISIS blijkt een hardnekkige tegenstander. Deze strijd blijft er een van de lange adem”, aldus Hennis.

Waardering voor bijdrage

Naast de militairen ontmoette Hennis verschillende autoriteiten, met wie ze de actuele situatie in de regio besprak. Zij spraken hun grote waardering uit voor de Nederlandse bijdrage aan de strijd tegen ISIS.

Zo sprak ze in Erbil met een aantal Koerdische regionale autoriteiten, onder wie president Massoud Barzani en premier Nechirvan Barzani. In Bagdad de minister van Binnenlandse Zaken Mohammed Al- Ghabban, de chef van de Iraakse strijdkrachten generaal Babekir Zibari en de Amerikaanse force commander, generaal-majoor Paul Funk.

In Jordanië ontmoette Hennis onder anderen prins Faisal en premier Abdullah Al-Nusour. In dat land begon de week ook voor de minister. Ze reikte in Aqaba medailles uit aan boord van Zr. Ms. Johan de Witt.