]> Veelgestelde vragen over reservisten | Ministerie van Defensie

Ministerie van Defensie. Ga naar hoofdmenu / submenu / content / zoekveld.

  1. Home

Veelgestelde vragen over reservisten

  1. Wat betekent 'werkelijke dienst'?
  2. Ontvangt de civiele werkgever een vergoeding voor de periode die de reservist in werkelijke dienst is?
  3. Kan de reservist verplicht in werkelijke dienst worden geroepen?
  4. Welke opleiding(en) ontvangt een reservist?
  5. Kan een reservist worden uitgezonden?
  6. Wanneer en hoe vaak wordt de reservist, naast opleiding en training, daadwerkelijk ingezet?
  7. Mijn werknemer wordt voor langere tijd ingezet voor de krijgsmacht. Wat nu?
  8. Welke hulp biedt Defensie de reservist na een uitzending?
  9. Heeft de reservist recht op pensioen?
  10. Hoe berekent ABP de hoogte van het pensioen?
  11. Worden de militaire pensioenrechten te zijner tijd samengevoegd met de civiele pensioenrechten?
  12. Hoe zit het met de rechten van reservisten op het ouderdomspensioen 'oude' stijl?
  13. Wat gebeurt er als de reservist ziek wordt in een periode van werkelijke dienst?
  14. Wat gebeurt er als de reservist (tijdelijk) arbeidsongeschikt raakt in een periode van werkelijke dienst?
  15. Heeft de civiele werkgever recht op een vergoeding van Defensie bij arbeidsongeschiktheid van de reservist?
  16. Heeft de reservist recht op een vergoeding van Defensie bij arbeidsongeschiktheid?
  17. Welke standaard werknemersverzekeringen zijn er?
  18. Welke aanvullende bovenwettelijke voorzieningen biedt Defensie?
  19. Wanneer komt een reservist in aanmerking voor het verhoogd arbeidsongeschiktheidspensioen?
  20. Wanneer komt een reservist in aanmerking voor het invaliditeitspensioen en de bijzondere invaliditeitsverhoging (smartengeld)?
  21. Hoe berekent Defensie de hoogte van uitkeringen?
  22. Bij wie kan de reservist terecht met vragen over pensioenen?
  1. Wat betekent 'werkelijke dienst'?

    Werkelijke dienst is de periode waarin de reservist daadwerkelijk werkzaamheden verricht bij de krijgsmacht. Hij krijgt daarvoor een oproep. Zodra de reservist de werkzaamheden waarvoor hij is opgeroepen beëindigt, houdt de werkelijke dienst op. De reservist blijft dan wel aangesteld bij het reservepersoneel van de krijgsmacht.

    Naar boven
  2. Ontvangt de civiele werkgever een vergoeding voor de periode die de reservist in werkelijke dienst is?

    De reservist voert zijn werkzaamheden zoveel mogelijk uit in zijn vrije tijd. Indien nodig neemt hij daarvoor verlof op. Bij een langdurige inzet maakt de reservist hierover afzonderlijke afspraken met zijn werkgever, bijvoorbeeld over onbetaald verlof. Bij langdurige operationele inzet (3 maanden of langer) kan de werkgever een zogenoemde werkgeverstegemoetkoming aanvragen. Hierbij moet wel aantoonbaar zijn dat de reservist voorafgaand aan zijn inzet bij deze werkgever in dienst was en dat bij terugkomst nog is. Lees verder bij Informatie voor werkgevers.

    Naar boven
  3. Kan de reservist verplicht in werkelijke dienst worden geroepen?

    Nee. Sinds de opschorting van de dienstplicht komt de reservist op vrijwillige basis in werkelijke dienst. Het motto is: vrijwillig, maar niet vrijblijvend. Zo neemt de reservist de verplichting op zich om een bepaald aantal dagen per jaar deel te nemen aan militaire opleidingen, trainingen en oefeningen. Verder hangt de beschikbaarheid van de reservist af van de eigen bereidheid en die van zijn civiele werkgever.

    Naar boven
  4. Welke opleiding(en) ontvangt een reservist?

    Bij aanvang van de aanstelling krijgt de reservist een Algemene Militaire Opleiding. Hij leert hier de basisvaardigheden, nodig om als militair te functioneren. Na functietoewijzing volgt (indien nodig) een functiegerichte opleiding. Die kan variëren van een rijopleiding en bedrijfshulpverlening (BHV) tot een officiersopleiding aan de Koninklijke Militaire Academie.

    Naar boven
  5. Kan een reservist worden uitgezonden?

    Ja, maar pas nadat daarover overeenstemming is bereikt tussen de reservist, zijn (civiele) werkgever en Defensie.

    Defensie kent 2 soorten reservisten: de Reservist Militaire Taken (RMT) en de Reservist Specifieke Deskundigheid (RSD).

    Naar boven
  6. Wanneer en hoe vaak wordt de reservist, naast opleiding en training, daadwerkelijk ingezet?

    Dit hangt voornamelijk af van de afspraken die zijn gemaakt. Ook hangt het af van de inzetbehoefte in aanvulling op het beroepspersoneel. Een reservist kan op jaarbasis maximaal 720 uur worden opgeroepen. Dit maximum is niet van toepassing bij uitzending, of vervanging van een beroepsmilitair tijdens diens uitzending.

    Naar boven
  7. Mijn werknemer wordt voor langere tijd ingezet voor de krijgsmacht. Wat nu?

    Voordat Defensie met een reservist overeenkomt dat hij voor langere tijd wordt ingezet, heeft de reservist vanzelfsprekend toestemming nodig van de (civiele) werkgever. Dat heeft natuurlijk consequenties voor de werkgever. 

    De werknemer vraagt om onbetaald verlof voor de periode van inzet. In deze periode beschikt de werkgever niet over de werknemer. Dit vraagt flexibiliteit van werkgever en werknemers.

    Defensie waardeert het zeer als de werkgever inzet van de reservist mogelijk maakt. Goede communicatie met de civiele werkgevers is van essentieel belang. Zij dienen niet alleen te worden geïnformeerd over de uitzending van hun werknemer, maar moeten ook antwoord krijgen op hun vragen. 

    Werkgevers kunnen voor vragen terecht bij het ServiceCentrum Employer Support Reservisten. Indien gewenst komt een medewerker langs. Lees verder bij Informatie voor werkgevers.

    Naar boven
  8. Welke hulp biedt Defensie de reservist na een uitzending?

    Defensie voelt zich na inzet verantwoordelijk voor het welzijn van de reservist, die veelal geen eenheid heeft om gezamenlijk ervaringen van de uitzending te delen. Defensie biedt fysieke en psychische hulp bij de verwerking van  nadelige gevolgen van werk onder extreme omstandigheden. De reservist kan hierover contact opnemen met het eigen P&O-loket. Hij kan ook het Veteraneninstituut raadplegen. Meer informatie: www.veteraneninstituut.nl

    Naar boven
  9. Heeft de reservist recht op pensioen?

    Ja. Sinds 1 juni 2001 bouwt de reservist bij het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) ouderdoms- en nabestaandenpensioen op. Het betreft pensioenopbouw over de periode dat daadwerkelijk dienst is verricht waarover loon is ontvangen.

    Naar boven
  10. Hoe berekent ABP de hoogte van het pensioen?

    Het ABP berekent het ouderdomspensioen door de tijd dat de reservist in werkelijke dienst is geweest (en waarvoor pensioenbijdrage op het loon is ingehouden) op te tellen en te herleiden naar pensioenjaren. Vervolgens bepaalt het ABP aan de hand van de pensioengrondslag de hoogte van het pensioen. Omdat reservisten niet doorlopend in werkelijke dienst zijn, krijgen ze maar eenmaal per 6 jaar een pensioenoverzicht van het ABP.

    Naar boven
  11. Worden de militaire pensioenrechten te zijner tijd samengevoegd met de civiele pensioenrechten?

    In veel gevallen bouwt de reservist ook een ouderdoms- en nabestaandenpensioen op bij zijn civiele werkgever. Die staat geheel los van de pensioenopbouw bij Defensie. Beide pensioenen keren onafhankelijk van elkaar uit.

    Naar boven
  12. Hoe zit het met de rechten van reservisten op het ouderdomspensioen 'oude' stijl?

    Een beperkte groep reservisten, vooral die van het Korps Nationale Reserve, kon aanspraak maken op een diensttijdpensioen op basis van de Algemene Militaire Pensioenwet (AMP). Om hiervoor in aanmerking te komen moesten reservisten:

    • gemiddeld 10 etmalen per jaar in werkelijke dienst zijn; 
    • 28 dienstjaren vervullen, inclusief minimaal 16 reservejaren.     

    Indien op basis van de AMP aanspraak op een diensttijdpensioen is opgebouwd, dan is deze per 1 juni 2001 overgedragen aan het ABP. Deze overgang heeft geen consequenties voor de aanspraken op het pensioen 'oude' stijl.

    Nabestaandenpensioen: het nabestaandenpensioen bestaat uit het vanaf 1 juni 2001 opgebouwde ouderdomspensioen. Eventuele 'oude' pensioenaanspraken op grond van de AMP leiden dus niet tot een nabestaandenpensioen.

    Diensttijdpensioen: indien u op grond van de AMP een diensttijdpensioen heeft opgebouwd, dan betaalt het ABP dat uit op 65-jarige leeftijd. Als u daarnaast ook aanspraak heeft opgebouwd op basis van het ABP pensioenreglement, dan betaalt het ABP beide uit.

    Naar boven
  13. Wat gebeurt er als de reservist ziek wordt in een periode van werkelijke dienst?

    Gedurende de periode die de reservist in werkelijke dienst verblijft, heeft hij recht op geneeskundige verzorging door de militair geneeskundige diensten (MGD). Is de MGD dicht (bijv. in het weekend) of kan deze dienst de zorg zelf niet leveren, dan kan de reservist naar een civiele zorgverlener. De kosten zijn voor rekening van Defensie.

    Zolang de reservist in werkelijke dienst verblijft en ziek is, is Defensie verantwoordelijk voor (de aanvang van) het reïntegratieproces. Als hij nog steeds ziek is als hij de werkelijke dienst verlaat dan moet hij zich ziek melden bij de civiele werkgever of het UWV. Vanaf dat moment is de civiele werkgever, dan wel het UWV, ook verantwoordelijk voor de reïntegratie. 

    Afhankelijk van de situatie kan de periode van werkelijke dienst worden verlengd gedurende de tijd dat de reservist nog niet in staat is het werk bij de civiele werkgever te hervatten.

    Naar boven
  14. Wat gebeurt er als de reservist (tijdelijk) arbeidsongeschikt raakt in een periode van werkelijke dienst?

    Als er sprake is van een ongeval gedurende het verblijf in werkelijke dienst, moet er altijd een proces-verbaal worden opgemaakt. In de periode dat de reservist in werkelijke dienst verblijft, heeft hij recht op geneeskundige verzorging door of vanwege de militair geneeskundige diensten (MGD). Indien de MGD hem niet of onvoldoende kan helpen, moet hij zich wenden tot een civiele arts of ziekenhuis. De kosten van deze behandeling, voor zover op vergoeding aanspraak kan worden gemaakt, komen voor rekening van Defensie.

    Als de reservist niet (meer) in werkelijke dienst is en hij heeft geneeskundige zorg nodig, wendt hij zich zoals iedere Nederlandse ingezetene tot een civiele zorgverlener. Maar als de MGD een behandeling reeds heeft gestart tijdens de periode van werkelijke dienst, dan kan die gedurende 30 dagen worden voortgezet voor uit- en nabehandeling. Als er geen sprake is van ziekte of gebrek, veroorzaakt door de uitoefening van de militaire dienst, valt de reservist daarna terug op de civiele zorg en civiele zorgverzekeraar.

    Als de reservist niet in werkelijke dienst verblijft en een ziekte of gebrek heeft, veroorzaakt door de uitoefening van de militaire dienst, heeft hij aanspraak op vergoeding van de geneeskundige kosten. Voor de geneeskundige verzorging wendt hij zich in eerste instantie tot een civiele zorgverlener en declareert hij de kosten bij de ziektekostenverzekeraar. Als een bedrag niet vergoed blijft, wendt hij zich tot Defensie voor het resterende bedrag. Defensie vergoedt de kosten op basis van dezelfde aanspraken als die van de beroepsmilitair.

    Afhankelijk van de situatie kan de periode van werkelijke dienst worden verlengd gedurende de tijd dat de reservist nog niet in staat is het werk bij de civiele werkgever te hervatten.

    Naar boven
  15. Heeft de civiele werkgever recht op een vergoeding van Defensie bij arbeidsongeschiktheid van de reservist?

    De civiele werkgever van de reservist ontvangt geen vergoeding van Defensie bij arbeidsongeschiktheid van de reservist. Indien de arbeidsongeschiktheid verwijtbaar is aan Defensie, dan heeft de civiele werkgever wel de mogelijkheid een schadeclaim bij Defensie in te dienen. Neem hierover contact op met het ServiceCentrum Employer Support Reservisten. Rechtstreeks een claim indienen kan bij: 

    Ministerie van Defensie 
    Commando DienstenCentra 
    Juridische Dienstverlening 
    T.a.v. plaatsvervangend hoofd Claims 
    Postbus 90004 
    3509 AA Utrecht 
     

    Naar boven
  16. Heeft de reservist recht op een vergoeding van Defensie bij arbeidsongeschiktheid?

    Een reservist heeft aanspraak op een bijzondere uitkering van Defensie als: 

    • de ziekte of het gebrek verband houdt met de uitoefening van de militaire dienst; 
    • de reservist tijdelijk niet in staat is inkomsten te verwerven.  
    Naar boven
  17. Welke standaard werknemersverzekeringen zijn er?

    Bij ziekte en arbeidsongeschiktheid kan de reservist in eerste instantie terugvallen op de wettelijke werknemersverzekeringen, zoals de Ziektewet (ZW) en de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). Deze verzekeringen gelden voor werknemers in het bedrijfsleven en voor overheidspersoneel.

    Naar boven
  18. Welke aanvullende bovenwettelijke voorzieningen biedt Defensie?

    Defensie heeft ten aanzien van de wettelijke sociale zekerheid een aantal aanvullende bovenwettelijke voorzieningen tot stand gebracht. Ze zijn met name bedoeld voor situaties waarbij de reservist in werkelijke dienst, ten gevolge van de uitoefening van de militaire dienst, ziek wordt of een ongeval krijgt. 

    Voor de hoogte van de uitkering is het van belang of de reservist een dienstverband heeft bij een civiele werkgever. Daarbij maakt Defensie onderscheid tussen: 

    • arbeidsongeschiktheid met dienstverband (bedrijfsongeval tijdens vredessituaties); 
    • invaliditeit met dienstverband (ongeval met dienstverband tijdens buitengewone of daarmee vergelijkbare omstandigheden).  
    Naar boven
  19. Wanneer komt een reservist in aanmerking voor het verhoogd arbeidsongeschiktheidspensioen?

    Indien er sprake is van arbeidsongeschiktheid met dienstverband ontvangt de reservist sowieso een wettelijke uitkering op grond van de WIA. Eventueel komt de reservist in aanmerking voor een verhoogd arbeidsongeschiktheidspensioen (10% verhoging). Dit hangt af van de resterende (geld)verdiencapaciteit van de reservist.

    Naar boven
  20. Wanneer komt een reservist in aanmerking voor het invaliditeitspensioen en de bijzondere invaliditeitsverhoging (smartengeld)?

    Indien er sprake is van invaliditeit met dienstverband heeft de reservist, afhankelijk van de mate van invaliditeit, recht op een invaliditeitspensioen. Dat bedraagt, afhankelijk van de mate van invaliditeit, maximaal 100%. Indien er recht bestaat op een invaliditeitspensioen, kan de reservist ook recht hebben op de bijzondere invaliditeitsverhoging. Dit wordt ook wel smartengeld genoemd en bedraagt maximaal 40% van de pensioengrondslag.

    Naar boven
  21. Hoe berekent Defensie de hoogte van uitkeringen?

    Defensie berekent het (verhoogd) arbeidsongeschiktheidspensioen en het invaliditeitspensioen en de bijzondere invaliditeitsverhoging. Daarbij baseert Defensie zich op de inkomsten die de reservist in het jaar, voorafgaande aan het einde van zijn werkelijke dienst, zou hebben verdiend als hij niet in werkelijke dienst zou zijn gegaan.

    Naar boven
  22. Bij wie kan de reservist terecht met vragen over pensioenen?

    Bij vragen over pensioen of pensioenaanspraken kan de reservist contact opnemen met de ABP-klantenservice via de website van het ABP.

    Naar boven

Sociale Media