Een beperkte groep reservisten, vooral die van het Korps Nationale Reserve, kon aanspraak maken op een diensttijdpensioen op basis van de Algemene Militaire Pensioenwet (AMP). Om hiervoor in aanmerking te komen moesten reservisten:
- gemiddeld 10 etmalen per jaar in werkelijke dienst zijn;
- 28 dienstjaren vervullen, inclusief minimaal 16 reservejaren.
Indien op basis van de AMP aanspraak op een diensttijdpensioen is opgebouwd, dan is deze per 1 juni 2001 overgedragen aan het ABP. Deze overgang heeft geen consequenties voor de aanspraken op het pensioen 'oude' stijl.
Nabestaandenpensioen: het nabestaandenpensioen bestaat uit het vanaf 1 juni 2001 opgebouwde ouderdomspensioen. Eventuele 'oude' pensioenaanspraken op grond van de AMP leiden dus niet tot een nabestaandenpensioen.
Diensttijdpensioen: indien u op grond van de AMP een diensttijdpensioen heeft opgebouwd, dan betaalt het ABP dat uit op 65-jarige leeftijd. Als u daarnaast ook aanspraak heeft opgebouwd op basis van het ABP pensioenreglement, dan betaalt het ABP beide uit.