- ...
- Organisatie
- Defensie
- Geschiedenis
Tweede Wereldoorlog en naoorlogse jaren
De eerste oorlogsdagen verliepen chaotisch. Herhaaldelijk was er luchtalarm. Op de binnenplaats van het departement bevond zich een primitieve schuilplaats waar ambtenaren en militairen bij het horen van de sirene met helm en gasmasker dekking zochten. Op 13 mei 1940, toen de strijd zo goed als verloren was, besloten de ministers naar Engeland uit te wijken. Toenmalig minister van Defensie Dijxhoorn gaf zijn ambtenaren nog als laatste opdracht om alle geheime dossiers te vernietigen.
Dijxhoorn legde zich in Engeland toe op de wederopbouw van de landmacht. De vloot was namelijk tamelijk ongeschonden naar Engeland ontsnapt. De minister moest echter in 1941 wegens zijn zwakke beleid ontslag nemen. Het kabinet besloot Defensie weer op te splitsen in een Departement van Oorlog en een Departement van Marine.
Het Plein in Den Haag was inmiddels tot een belangrijk bestuurscentrum van de bezetter uitgegroeid en ook Plein 4 werd door de Duitsers gebruikt. Hier vestigde zich in mei 1940 het hoofdkwartier van de Wehrmachtbefehlshaber in den Niederlanden. Het Plein kwam ongeschonden door de oorlog, dit in tegenstelling tot andere delen van Den Haag.
Prof. Dr. De Quay, van 4 april tot 24 juni 1945 minister van Oorlog, maakte direct na de bevrijding een begin met de wederopbouw van het ambtelijk defensieapparaat. Zijn opvolger Meynen zette die taak voort. Om saamhorigheid onder het personeel te bevorderen, richtten enkele ambtenaren op 15 september 1945 de personeelsvereniging "Meer vriendschap onderling" (MVO) op. Deze vereniging bestaat nog steeds.
Het Departement van Marine keerde terug naar zijn oude onderkomen aan het Lange Voorhout. Plein 4 was weer uitsluitend verantwoordelijk voor de landmacht, net als vóór 1928. Na 1945 praatte men steeds vaker over "ministerie" in plaats van "departement". Vanaf 1947 maakte de legerleiding, inclusief de Generale Staf, deel uit van de ministeriële organisatie. Een groot verschil met de vooroorlogse structuur. Men hoopte dat hierdoor de samenwerking tussen politieke en militaire leiding beter zou verlopen. In 1949 deed de staatssecretaris zijn intrede. Het betekende een versterking van de politieke leiding.
Sinds 1948 werkten er 3500 mannen en vrouwen binnen de ministeriële organisatie, waarvan het merendeel verspreid over zo'n 30 locaties in Den Haag en Scheveningen. De bouwactiviteiten aan de Kalvermarkt van voor de oorlog werden hervat. De bouwhausse bereikte in de jaren 1952/1953 een hoogtepunt. Op 1 juli 1953 werden het huidige C- en D-gebouw opgeleverd. Een jaar later nam het ministerie aan de Grote Marktstraat een nieuw kantoorpand in gebruik. Het kreeg de naam F-gebouw. In 1956 onderging het ministerie van Oorlog weer een flinke uitbreiding. Het E-gebouw aan de Kalvermarkt 28 werd via een loopbrug verbonden met het D-gebouw.
Nederland was in 1949 lid geworden van de NAVO. Het defensiebeleid werd voortaan binnen dit Atlantische kader vastgesteld. Tijdens de formatie van het kabinet De Quay werden de portefeuilles van Oorlog en Marine in 1959 weer gefuseerd. De eerste naoorlogse minister van Defensie was S.J. van den Bergh.
Minister van Defensie De Jong introduceerde in 1963 een model waarin de krijgsmachtdelen (10 jaar eerder was ook de luchtmacht een zelfstandig krijgsmachtdeel geworden) een grote mate van autonomie kregen. Volgens hem konden marine, landmacht en luchtmacht alleen op deze wijze hun volledig van elkaar gescheiden NAVO-taken doelmatig uitvoeren. Tegelijkertijd voerde hij een ingrijpende centralisatie van werkzaamheden door. Het ging om op een overkoepelend niveau te verrichten taken, zonder de 3 krijgsmachtdelen bij hun opdrachten te belemmeren. In de jaren 60 werd met de term ministerie soms alleen dit overkoepelend deel van de organisatie bedoeld, maar formeel behoorden ook de Haagse staven van de 3 krijgsmachtdelen daarbij.
«vorige gebeurtenis - overzicht - volgende gebeurtenis»
Sociale Media