- Home
- Organisatie
- Defensie
Geschiedenis
Het ministerie van Defensie is al 185 jaar gevestigd aan het Plein 4 in Den Haag. Alleen de Tweede Wereldoorlog zorgde voor een tijdelijke onderbreking. Het pand zelf werd gebouwd in 1746. Dit gebeurde in opdracht van de stad Rotterdam met als reden haar afgevaardigden bij de Staten Holland, die in Den Haag vergaderden, te huisvesten. In 1820 nam het Departement van Oorlog er zijn intrek. Diverse malen werd er uitgebouwd tussen het Plein en de Kalvermarkt. De eerste grote uitbreiding dateert uit 1862, de laatste van 1987. Het oud-logement beslaat tegenwoordig nog maar een klein deel van het totale defensiecomplex. Niettemin bevindt zich daar nog steeds het bestuurlijke hart van het ministerie, de zogenoemde Bestuursstaf.
De periode van 7 jaar tussen de oprichting van het Departement van Oorlog op 29 november 1813 en de verhuizing naar het Plein verliep tamelijk onrustig. De commissarissen-generaal, zoals de bewindslieden toen heetten, volgden elkaar in hoog tempo op. Behalve door de grote problemen, zoals het van de grond af opbouwen van een nieuw leger, werd de snelle uitputting van de commissarissen-generaal ook veroorzaakt doordat koning Willem 1 voortdurend over hun schouders meekeek.
Vanaf 1830 lag de dagelijkse leiding in handen van een directeur-generaal. Op 18 juni 1843 werd de benaming van deze functie op aandringen van de toenmalige directeur-generaal Frederik Carel List door de koning gewijzigd in het meer prestigieuze "minister van Oorlog". In zijn ambtsperiode (1840-1848) onderging de ministeriële positie belangrijke wijzigingen. De strafrechterlijke ministeriële verantwoordelijkheid werd ingevoerd, terwijl eveneens werd bepaald dat de minister alle koninklijke besluiten voor zover het zijn departement betrof mede moest ondertekenen.
Deze aanpassingen betekenden overigens niet dat koning Willem II geen invloed meer bezat op het beleid. Integendeel. Pas bij de grondwetsherziening van 1848 werden de beginselen van de koninklijke onschendbaarheid en de politieke ministeriële verantwoordelijkheid voor de landsverdediging bij de minister vastgelegd. Toen deze belangrijke veranderingen plaatsvonden, werkten er op het Departement van Oorlog 100 ambtenaren en militairen.
In de jaren tot 1860 volgde stapsgewijs een reeks bouwtechnische uitbreidingen aan het departement. In 1862 vond de oplevering van een groot nieuwbouwproject plaats: het huidige B-gebouw. Het Rijksmagazijn van Geneesmiddelen en het Topografisch Bureau werden erin gehuisvest. Ook in het hoofdgebouw (Plein 4) werden nu en dan aanpassingen aangebracht.
Leuk om te melden is het zogeheten ministerstrapje. Achter een deur, halverwege de grote trap, bevindt zich een tweede smalle opgang van 13 treden die naar de eerste verdieping voert. In 1872 nam Menno David graaf van Limburg Stirum dit trapje in gebruik. Als jong genieofficier had hij tijdens de Belgische Opstand zijn rechter onderbeen verloren. Zijn militaire carrière werd er niet door gehinderd. Hij bracht het tot minister van Oorlog. Omdat hij het vervelend vond voor het oog van zijn ambtenaren de trap op te strompelen, liet hij een privé-opgang bouwen, die vlak bij de ministerskamer uitkwam. Dit ministerstrapje bestaat nog steeds.
Gedurende de jaren 70 bevond het Nederlandse leger zich in een armzalige toestand. Vooral tijdens de slecht verlopen mobilisatie van 1870 kwamen veel zwakke plekken aan het licht. De verschillende ministers kregen binnen en buiten de Tweede Kamer veel kritiek te verduren. Een hele reeks bewindslieden zag allerlei voorstellen in het parlement in de prullenbak belanden. De toenmalige defensieminister De Roo wist uiteindelijk wel een reorganisatie van het departement tot stand te brengen. Hij maakte daarmee een einde aan de veel te grote invloed van het Bureau Personeel en Militaire zaken.
In de jaren tot 1910 werd er aan het departement wederom veel verbouwd en aangebouwd. Rond 1900 breidde de organisatie zich flink uit, waardoor meer vloeroppervlak nodig was. Dus kwam er een nieuw pand bij aan de Kalvermarkt 20 en het vervallen huis aan Plein 5, sinds 1857 bij het departement in gebruik, moest plaats maken voor ruimere nieuwbouw. Ook werd elders ruimte gehuurd, onder meer aan het Spui en in Sociëteit de Witte aan de overkant van het Plein.
Sociale Media