Werkstukken en spreekbeurten

Deze hoofdrubriek bevat 3 rubrieken:

Hier vind je handige informatie voor jouw werkstuk of spreekbeurt over de marine, landmacht, luchtmacht of marechaussee. Bedenk van tevoren goed welk onderdeel je kiest en wat je te weten wilt komen. Maak je onderwerp niet te groot. Met tips helpen we je een eind op weg. Je werkstuk of spreekbeurt over Defensie wordt dan vast een makkie! 

Weetjes en feitjes

Luchtmobiele militair in de jungle met shotgun.

Als voorbeeld nemen we een infanteriesoldaat bij 11 Luchtmobiele Brigade. Dat is een snel inzetbare, lichte infanteriegevechtseenheid die de afgelopen jaren over de hele wereld is ingezet. Van Congo tot Afghanistan tot Curaçao.

Als zo’n soldaat eropuit gaat, draagt hij een rugzak van ongeveer 40 kilo. Daarin zit van alles, van een toilettas en een thermosfles tot 5 patroonmagazijnen en een FM9200 VHF-radio. Verder draagt hij een zogeheten ops-vest van zo’n 15 kilo met nog meer spullen. Dat varieert van voedsel tot 4 granaten, maar ook tiewraps en een nachtzichtkijker. Als bescherming draagt hij een scherfvest van 12 kilo. Tel daar dan ook nog eens een wapen van 4 kilo (Colt C7 met patroonhouder en toebehoren) en een jas van 2 kilo (een smockjas om precies te zijn, met daarin zaken als een aansteker en nooddeken) bij op, dan kom je op een totaal van 73 kilo.

F-16-vlieger in cockpit.

De plaszak is een kunststof zak met vochtabsorberende korrels. De vlieger zet eerst de automatische piloot aan en zijn schietstoel op veilig. Vervolgens maakt hij zijn veiligheidsgordel los, zodat hij ‘comfortabel’ in de plaszak plast. Als hij de zak vervolgens kneedt, verandert de inhoud in een gelei. Het plascondoom wordt voor vertrek omgedaan. Er zit een slangetje aan dat uitkomt in een kunststof zak naast de voet van de vlieger. In die plaszak zitten dezelfde vochtabsorberende korrels. Een jachtvlieger kan de kleine boodschap dus gewoon laten lopen. Zelfs meerdere keren: de vlieger kan de zakken wisselen. En na de landing gooi je ze gewoon in de vuilnisbak.

In het midden van de 19e eeuw werden veel belangrijke medische uitvindingen in het leger gedaan. Een daarvan staat op naam van de Nederlandse militaire arts Anthonius Mathijsen (1805-1831). Tijdens de Belgische revolutie in 1830 kwam hij voor het eerst in aanraking met echte gevechten en zag daarbij de problemen van gebroken ledematen. Er bestonden in die tijd al wel stijfselverbanden om gebroken armen en benen te spalken, maar die waren niet echt fijn. Zo was het heel normaal dat een patiënt 3 dagen volledig bewegingloos in het ziekenhuis moest liggen voordat het verband gehard was.

Mathijsen verving in 1851 de gangbare stijfselpap door gips, en de grondstof linnen door katoen. Het was een schot in de roos: het nieuwe verband hardde snel en kon er ook makkelijk weer worden afgehaald. De uitvinding werd een wereldwijd succes, ook buiten het leger. Zelf was Mathijsen bescheiden. In de eerste wetenschappelijke publicatie over het gipsverband schreef hij dat zijn vinding een 'misschien niet onbelangrijke wijziging in het aanleggen der onbeweeglijke verbanden bij beenbreuken' was. 

Explosievenrobot Telemax

6 camera’s:

zitten er op een explosievenrobot van Explosieven Opruimingsdienst Defensie.

300 meter:

is de diepte die een waterboorinstallatie kan bereiken bij het slaan van bronnen tijdens humanitaire en vredesoperaties.

64.000 liter schoon drinkwater per 24 uur:

zoveel produceert de grootste mobiele drinkwaterinstallatie van de landmacht (uit oppervlaktewater). Dat is genoeg voor 5.000 man.

1,65 meter:

is de minimale lengte om in aanmerking te komen voor een lichamelijk zware functie zoals commando.

20 kilometer:

is de maximale hoogte waarop een Patriot-luchtverdedigingssysteem een vijandelijke raket of vliegtuig nog kan raken.

1488:

in dat jaar werd de Admiraliteit opgericht, de voorloper van de Koninklijke Marine.

3,5 jaar:

zo lang duurt een opleiding tot F-16-vlieger ongeveer.

60.000 mensen:

ongeveer werken voor Defensie (burgers en militairen).

2 uur:

duurt het maximaal voor een veldhospitaal met 2 operatiekamers en 3 intensive care-kamers is opgezet.

1.000 meter:

is de afstand tot waarop schutters nauwkeurig kunnen schieten met het 7.62 mm Accuracy-snipergeweer.

Computerverbindingen.

Dat lijkt veel. Maar als je het vergelijkt met de aantallen waar sommige andere overheidsinstellingen mee te maken krijgen, is het lachwekkend laag. Zo heeft de Belastingdienst binnen een jaar wel eens 297 miljard aanvallen gehad. Dat komt neer op meer dan 800 miljoen inbraakpogingen per dag! Waarom Defensie relatief zo weinig hackpogingen te verduren krijgt? Veel van de inbraakpogingen gebeuren door geautomatiseerde systemen die wereldwijd alle internetpoorten aflopen op zoek naar een 'openstaand deurtje'. "Defensie heeft maar heel weinig systemen die gekoppeld zijn met het internet", legt 'cyberkolonel' Hans Folmer uit. Bedrijven en ook de Belastingdienst hebben heel veel koppelingen en al die koppelingen maken een systeem kwetsbaar voor hackpogingen.

Tot die tijd was homoseksualiteit nog reden om een rekruut af te keuren wegens 'psychische instabiliteit'. Dat was niet alleen voor homo’s die graag in het leger wilden een klap in het gezicht. Ook homo's die geen trek hadden in de diensttijd hadden er last van. Want het zal je maar gezegd worden dat je geestelijk niet in helemaal orde bent. Bovendien konden werkgevers een sollicitant weigeren die ‘psychisch instabiel’ was verklaard. Zo bestond het gevaar dat de militaire keuring leidde tot discriminatie op de arbeidsmarkt.

Hoe het nu gaat?

De Nederlandse krijgsmacht doet het goed met de acceptatie van homo’s, lesbiennes, biseksuelen en transgenders. Alleen Nieuw-Zeeland scoort hoger. Dat blijkt uit internationaal onderzoek van The Hague Centre for Strategic Studies.

Achterkant motor marechaussee.

Behalve vaste camera's die bij 15 grote grensovergangen boven de weg hangen, heeft de Koninklijke Marechaussee ook 6 mobiele camera’s. Deze zijn elk ingebouwd in een Audi Q5. Geen klein en goedkoop autootje, maar dat kan ook niet. Het camerasysteem @migoboras is ingebouwd in de achterbak. Het systeem heeft een aparte accu, zodat het niet op dezelfde stroomvoorziening hoeft te draaien als de auto. De auto sleept naar schatting een paar 100 kilo extra mee. Om ook nog een beetje snel te zijn, moet het voertuig natuurlijk een behoorlijk vermogen hebben.

Voor 1933 voeren onderzeeërs het grootste deel van hun tijd boven water. In dat jaar vonden de Nederlandse marineofficieren Jan Wichers en J.C. van Pappelendam de snuiver uit. Dat was een luchtverversingssysteem waarmee onderzeeboten langer onder water konden blijven dan voorheen.

De vaartuigen liepen op dieselmotoren en die hebben nu eenmaal lucht nodig om te functioneren; in een dieselmotor ontbrandt de brandstof dankzij hete, gecomprimeerde lucht. Tijdens het varen werd een accumotor opgeladen waarmee een onderzeeër als het nodig was onder water kon varen, bijvoorbeeld als hij onder vuur genomen werd. Maar accumotoren waren in die tijd nog maar pas in ontwikkeling. En de capaciteit was te klein om lang onder water te blijven. Voor je het wist moest je als onderzeeboot weer naar boven. En dan maar hopen dat de vijand was verdwenen.

Als oplossing voor dit probleem werd de snuiver, een lange snorkeltuit bovenop de onderzeeër bevestigd. De dieselmotor zoog daarmee lucht naar binnen en kon daardoor ook onder water functioneren en de accu opladen. Het duurde wel even voordat Nederland de credits kreeg voor de uitvinding. In de Tweede Wereldoorlog kwam de snuiver in handen van de Duitsers. Daarom werd lange tijd gedacht dat zij de uitvinders waren. 

Nederlandse militairen in gesprek met lokale bewoner tijdens missie in Uruzgan.

Maar het is niet verboden om te zeggen in welk land je je bevindt. Het is wel belangrijk dat je geen operationele informatie deelt, dat is specifieke informatie over de missie. Militairen krijgen voorafgaand aan hun uitzending instructies over hoe ze moeten omgaan met sociale media. Die verschillen per missie. In regio's waar de strijdende partijen je iets willen aandoen, moet je bijvoorbeeld absoluut niet vertellen waar je de volgende dag zult zijn. Want dan zouden er explosieven op die plek geplaatst kunnen worden. In Afghanistan dreigde bijvoorbeeld dat gevaar. Maar de antipiraterijmissie voor de kust van Somalië speelt zich op open zee af. Daar is het risico op aanslagen klein, dus is de locatie geen geheim.

Op Twitter kun je via @defensiemissies (veilige) tweets over militaire operaties lezen.

In 2012 kregen Amerikaanse militairen een waarschuwing: let op dat je de geotag ('Waar ben je?') bij een Facebook-bericht niet aanklikt. 

Je kunt als militair niet ineens besluiten dat je niet wilt worden uitgezonden als je niet achter een missie staat. Zo’n weigering is een reden voor ontslag en kan zelfs als strafbaar feit worden gezien. Ook een bevel weigeren is lastig. Een opdracht moet in principe gewoon worden uitgevoerd. Maar dit wil niet zeggen dat in de krijgsmacht altijd 'bevel is bevel' geldt.

Bij een onrechtmatig dienstbevel wordt de medewerker zelfs geacht te weigeren. Wanneer dat is? Als het in strijd is met het humanitair oorlogsrecht. Daarvan moet een militair dan ook op de hoogte zijn. Bij de voorbereiding op een missie wordt hij daarom getraind in geweldinstructies. Opleidingen besteden hier ook aandacht aan. 

Explosievenspeurhond met camera op zijn kop.

De honden kunnen verboden middelen opsporen, gevaarlijke verdachten aanhouden of explosieven opsporen. Ze helpen de Koninklijke Marechaussee op Schiphol, maar zijn ook ingezet tijdens de missie in Afghanistan. Daar kregen speurhonden een camera op hun kop om explosieven te zoeken.

De tijd dat de cavalerie op paarden ten strijde trok is voorbij, maar de edele dieren draven nog wel op tijdens ceremonies. De eenheid die ze onderhoudt, wordt de Gele Rijders genoemd. Bij sommige politietaken gebruikt de marechaussee ook paarden, maar die zijn eigendom van de politie. In Afghanistan droegen ezels de zware bepakking van soldaten over langere afstanden. 

In de jaren '30 werd duidelijk dat oorlog niet langer vooral te voet of in lichte voertuigen zou worden gevoerd. Er werden steeds meer zware en moeilijk versleepbare wapens ontwikkeld, zoals artillerievoertuigen en zwaar luchtafweergeschut. Fabrikant DAF (toen alleen nog aanhangwagenproducent) bedacht daarom een achteras voor vrachtwagens waarmee die veel zwaarder materieel konden trekken. Het werd de Trado-as, die was vernoemd naar uitvinders Piet van der Trappen (artillerieofficier) en Hub van Doorne (directeur van DAF).

Aan de Trado-as hingen 4 maal 3 wielen. Die maakten een 6x6-wielaandrijving mogelijk. Ter vergelijking: een normale auto heeft een 2-wielaandrijving, een terreinwagen 4x4. Maar het bijzonderste aan de as was de beweeglijkheid. Dat kregen de heren voor elkaar door de (dubbele) wielen aan beide zijden onafhankelijk van elkaar op te hangen. Dat betekent dat op glooiend terrein de wielen toch aan alle kanten de grond raakten en grip konden krijgen. Dat maakte het mogelijk om zwaar materieel naar plaatsen te krijgen die eerder onbereikbaar waren. Bovendien kon om de achterbanden binnen 15 minuten een rupsband worden gespannen. Daarmee waren zelfs moerassen en veengebieden niet langer onbereikbaar gebied voor zwaar geschut. 

Gevechtsvliegtuig in Uruzgan.

Ze zetten daar voor het nummer van een toestel een 'F' wanneer het om een gevechtsvliegtuig gaat, een Fighter. Zo zijn er nog meer letteraanduidingen voor militaire toestellen. 'K' staat voor Tanker, en 'C' voor Cargo. Daar kun je uit afleiden wat de functie is van de KC-135: namelijk het bijtanken van andere vliegtuigen in de lucht. Enkele andere codes: de 'D' staat voor Drone, de 'O' voor Observation en de 'P' voor Patrol.

De F-16 waar de Koninklijke Luchtmacht nu mee vliegt, heet voluit F-16A/B MLU (Mid Life Update).

Het eerste militaire toestel van Nederland heette De Brik. Het werd in 1913 door de 'Luchtvaartafdeeling' van de krijgsmacht aangekocht.

De eerste functionele onderzeeboot werd al gebouwd rond 1620, door de Nederlandse alchemist Cornelis Drebbel (1572-1633). Hij maakte een volledig met hout ombouwde roeiboot, die hij verstevigde met ijzeren banden. Vervolgens bekleedde hij de romp met leer dat hij met teer had geïmpregneerd, om het vaartuig waterdicht te maken. Bovenop de boot plaatste hij een aantal buizen die boven het water uitstaken, om lucht te krijgen. Om onder water te komen, gebruikte hij waarschijnlijk varkensblazen. Als hij weer aan het oppervlak wilde komen, leegde hij die blazen weer.

Drebbel ondernam een succesvolle proefvaart met deze onderzeeboot in de Theems, tussen Londen en Greenwich. Maar echt in productie ging zijn vinding nooit. De eer voor de eerste duikboot die militair werd ingezet gaat naar de Amerikaanse uitvinder David Bushnell (1740-1824). Hij bouwde de zogenaamde Turtle-onderzeeboot. Die leek veel op Drebbels ontwerp en werd ingezet tijdens de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog tussen 1775 en 1783.

Interieur CV90

In de Challenger, een tank van Britse makelij, zit de bestuurder niet links, niet rechts, maar in het midden. Hoe zit dit bij 'onze' Leopard-tanks (de Leopard-gevechtstanks heeft Defensie van de hand gedaan, maar Nederland heeft nog wel Leopard-tanks voor het leggen van bruggen en het bergen van ander materieel).

Kanonladers zijn meestal rechtshandig. Zij zitten daarom aan de linkerkant in de tank, dan kunnen ze het kanon het gemakkelijkst laden. Aan de linkerkant staat ook het patronenrek. De plek die vrij blijft voor de chauffeur vind je aan de rechterkant. Chauffeurs van de Leopard-tank zitten dus zelf aan de 'verkeerde' kant. Maar dat geeft geen problemen in het verkeer. Omdat ze zo breed zijn, mogen de tanks alleen onder begeleiding van de politie de openbare weg op. De kans op aanrijdingen met brommers of fietsers die door de tankbestuurder over het hoofd worden gezien, is gelukkig dus heel klein.

In de CV90, geen tank maar een infanteriegevechtsvoertuig, zit de bestuurder wel links.

Tanks hebben hun motor achterin, maar bij de CV90 ligt die rechts. Achterin zitten de manschappen. Zo kunnen ze uitstappen onder de bescherming van het voertuig.

DARPA, een onderzoeksinstituut van de Amerikaanse overheid, ontwikkelt technologie die militair van pas kan komen. In Nederland doet TNO soortgelijk werk. Voor cybertechnologie richt het ministerie van Defensie een cyber research and development-lab op. Dat gaat in samenwerking met TNO technologische cybersnufjes ontwikkelen.

Waar je dan aan moet denken? Tijdens de nucleaire top in maart 2014 was het in een straal van 100 kilometer rond Den Haag verboden om met drones (onbemande vliegtuigjes) te spelen. In de toekomst zou het lab de opdracht kunnen krijgen iets te verzinnen voor het verdedigen van het luchtruim tegen drones. Een kastje dat ze dwingt om te landen bijvoorbeeld.

F-16 met bewapening.

In 1996 ontwikkelde het bedrijf 'De Oude Delft' samen met Fokker de Orpheus-gondel. Dat was een verkenningssysteem dat onder gevechtsvliegtuigen gemonteerd werd, met 5 daglichtcamera’s en een infraroodscanner. Met deze camera’s, die maximaal 10 foto’s per seconde schoten, konden piloten tijdens een verkenning zeer nauwkeurige beelden maken.

Het was in die tijd geavanceerd dat de opnamefilm een snelheid had die in verhouding stond met de snelheid en de hoogte van het vliegtuig. Hierdoor kon de camera haarscherpe, niet-bewogen opnames maken. (Ga maar na: met een niet-bewegende camera in een bewegend voertuig krijg je een bewogen foto, bijvoorbeeld wanneer je vanuit een rijdende trein het weiland fotografeert). Door de opnamefilm een beetje mee te bewegen tijdens de opname, onderving de Orpheus-gondel dit probleem. Tegelijk mat de infraroodscanner temperatuurverschillen van 0,1 graad Celsius, waardoor bijvoorbeeld de aanwezigheid van personen op de grond nauwkeurig kon worden vastgelegd: mensen zijn meestal warmer dan hun omgeving. Tot in de 21e eeuw werden F-16’s met Orpheus-gondels uitgevoerd. Ook andere westerse luchtmachten gebruikten het systeem.

Binnen een paar uur zelfs, als er een directe dreiging is volgens artikel 5 van het NAVO-verdrag. Dat is als een ander land Nederland wil binnenvallen, bij een terroristische aanval, of als andere NAVO-landen worden aangevallen. Dat komt gelukkig zelden voor.

De krijgsmacht wordt vooral ingezet bij 'artikel 100-procedures'. De VN, of het land dat in oorlog is, vraagt Nederland dan om steun. De krijgsmacht kan dan helpen de internationale rechtsorde te handhaven of bevorderen, zoals in Soedan en Mali. Of om humanitaire hulp te verlenen, zoals aan de Filippijnen na de tyfoon in 2013.

Voor de regering manschappen stuurt, wordt er onderzoek gedaan. Is het wenselijk dat Nederland op missie gaat? Is er genoeg geld en mankracht? Zo ja, dan besluit de regering om militairen te sturen. Er volgt een debat in de Tweede Kamer. Toestemming van de Kamer is niet noodzakelijk, maar vindt de regering wel wenselijk.

Buffet aan boord.

Tijdens een missie of aan boord van een schip kun je bijvoorbeeld altijd een vegetarische maaltijd krijgen. Je kunt de missiekeuken vergelijken met een bedrijfsrestaurant waar verschillende bakken met gerechten staan. Zoals rijst, groenten, vlees en een alternatief voor vlees. Zo kun je je menu samenstellen. Als je het vooraf aangeeft, kan er ook halal of koosjer voedsel worden bereid.

Als je op patrouille moet, neem je blikken met noodrantsoen mee. Ook daarbij kun je kiezen voor een vegetarisch, halal of koosjer blikmaal. Of je dieet aangepast kan worden op een voedselallergie of overgevoeligheid, hangt af van de ernst. Mensen met coeliakie die glutenvrij moeten eten, komen bijvoorbeeld niet door de keuring. Reden: in sommige situaties, bijvoorbeeld tijdens een missie in een ver land, kan het moeilijk zijn om aan bijvoorbeeld glutenvrij voedsel te komen. Een ernstige allergie kan de militair, en in het ergste geval ook de missie, op zo’n moment in gevaar brengen.

Als het kan, kopen koks van Defensie bij oefeningen lokaal in. Dat kan alleen als de hygiëne van de voedselverwerking en de veiligheid in een gebied goed is. Bij missies in het buitenland kan dat vaak niet en wordt het eten ergens vandaan ingevlogen.

Defensie staat er als het nodig is. Waar dan ook. Elke dag. Voor Nederland.