- ...
- Onderwerpen
- Materieel
- Vliegtuigen en helikopters
McDonnell Douglas KDC-10 / DC-10
De KDC-10 is het grootste transportvliegtuig van de Koninklijke Luchtmacht en kan snel grote hoeveelheden vracht en personeel over lange afstand vervoeren. De KDC-10 doet ook dienst als vliegend tankstation. Zo kan een F-16 gemakkelijk in de lucht bij tanken.
Aantal 2 tankvliegtuigen en 1 transportvliegtuig
Lengte 55,43 meter
Breedte 50,40 meter
Hoogte 17,70 meter
Motoren 3 maal CF6-50C2 turbofan
Vermogen 52.500 lbs per motor
Gewicht leeg 120.000 kg; maximaal gewicht 256.300 kg
Snelheid kruissnelheid 890 km/uur; maximaal 962 km/uur
Vliegbereik circa 9760 km
Registratienummers T235 Jan Scheffer; T264 Prins Bernhard; T255 (DC-10)
Fabrikant McDonnell Douglas
Kleur grijs
In gebruik bij Koninklijke Luchtmacht
De Koninklijke Luchtmacht kocht in juni 1992 twee DC-10, zogenoemde 'widebody', verkeersvliegtuigen van de luchtvaartmaatschappij Martinair. Beide DC-10's werden omgebouwd tot multifunctionele transport- en tankervliegtuigen en halverwege 1995 in gebruik genomen.
De aanpassing van de DC-10 vliegtuigen omvatte de installatie van een boom-systeem en -verlichting, de aanpassing van de brandstof-, elektrische en hydraulische systemen voor het gebruik van deze boom en een Remote Air Refueling Operating (RARO)-bedieningsstation, met bijbehorende systemen. Ook militaire vliegtuigelektronica en navigatie- en communicatiemiddelen moesten worden geïnstalleerd.
De KDC-10's kunnen flinke hoeveelheden vracht en personeel snel en over grote afstanden vervoeren. Daarbij kan gekozen worden voor geen passagiers en alleen vracht (max. 65 ton) of voor de combi-configuratie: half passagiers (165 personen) en half vracht. In principe worden de vliegtuigen in de combi-configuratie ingezet.
KDC-10’s kunnen andere vliegtuigen in de lucht bijtanken. Dit gebeurt uit de eigen brandstofvoorraad. De K van KDC-10 is een internationaal gebruikt teken om aan te geven dat een vliegtuig een tanker is.
Bijtanken in de lucht gebeurt met behulp van het RARO-systeem. Dit systeem bestaat onder meer uit 5 camera's en een zogenoemde boom. Dit is een smalle, 8 meter lange tankbuis die uit de achterkant van het toestel naar buiten toe kan worden uitgeschoven tot een maximumlengte van 15 meter.
De boom wordt direct achter de cockpit van de KDC-10 bediend door een boom-operator. Geholpen door een computer en via een aantal driedimensionale monitoren heeft de boom-operator goed zicht op het toestel dat moet worden bijgetankt. De tankbuis wordt met behulp van een joystick in de goede positie gemanoeuvreerd.
Bij het tanken kan per minuut circa 1750 liter brandstof vanuit de KDC-10 in de tanks van het ontvangende vliegtuig worden gepompt. Inzet van de tanker voor het bijtanken van Nederlandse F-16’s verlengt de missieduur en kan daarmee het rendement van de missie verhogen. Dit heeft ook een gunstig effect op de geluidsoverlast rond Nederlandse vliegbases.
Door het gebruik van tankvliegtuigen kunnen jachtvliegtuigen ver van hun thuisbasis worden ingezet en kunnen zij gedurende lange periode in het operatiegebied aanwezig blijven. De effectieve slagkracht van de F-16 vloot van de luchtmacht wordt hierdoor aanmerkelijk vergroot.
De KDC-10 toestellen worden regelmatig ingezet voor humanitaire hulpvluchten. Sinds hun ingebruikname bij de luchtmacht hebben ze dergelijke vluchten verzorgd naar landen in Midden- en Zuid-Amerika, Afrika en het Midden-Oosten. Ook werden ze in de afgelopen jaren ingezet voor het tanken van vliegtuigen van de luchtmacht en NAVO-partners rond de Balkan en voor humanitaire vluchten in Europa.
Een bijzonder voorbeeld van de flexibiliteit van de KDC-10 was een vlucht tijdens de Kosovo-crisis. Een KDC-10 voerde eerst een missie uit waarbij boven Zuid-Oost Europa NAVO-vliegtuigen van brandstof werden voorzien om vervolgens te landen op het vliegveld van Skopje in Macedonië. Daar werden vluchtelingen uit Kosovo aan boord genomen en naar Nederland teruggebracht.
In 2002 werd een KDC-10 op het vliegveld Al Udeid in Qatar gestationeerd, waar het deelnam aan de operatie Enduring Freedom. In het kader van de operatie ISAF heeft een KDC-10 in 2004 vluchten uitgevoerd vanaf Manas. Sinds het begin van de Nederlandse deelname aan ISAF wordt de KDC-10 wekelijks ingezet voor het vervoer van vracht en passagiers richting Afghanistan.
Ook is de KDC-10 in 2010 ingezet voor humanitaire vluchten naar Haïti dat door een zware aardbeving werd getroffen.
De KDC-10 toestellen, die de namen Prins Bernhard (T-264) en Jan Scheffer (T-235), een luchtvaartpionier, hebben, zijn ingedeeld bij het 334-squadron op vliegbasis Eindhoven.