]> Vaandels en standaarden binnen de krijgsmacht | Ministerie van Defensie

Ministerie van Defensie. Ga naar hoofdmenu / submenu / content / zoekveld.

  1. Nederlands Instituut voor Militaire Historie
  2. Geschiedenis

Vaandels en standaarden binnen de krijgsmacht

Trouw, eenheid en eergevoel, daar staan vaandels en standaarden voor. Het vaandel, de bereden wapens hanteren de standaard die een kortere stok heeft, is het belangrijkste symbool van een eenheid of krijgsmachtdeel. Militairen die in dienst treden bij een vaandel- of standaardvoerende eenheid leggen na hun aanstelling de eed of belofte af op het vaandel of de standaard. Een vaandel dat de vorst toekent en uitreikt, is een blijvend symbool van de binding van de eenheid met het Huis van Oranje en van de saamhorigheid van allen die bij de eenheid dienen of gediend hebben.

Vaandels en standaarden zijn tegenwoordig met veel ceremonieel omgeven. Van oorsprong zijn het echter veldtekens, die eenheden meevoerden op het slagveld. Het vroegste bewijs voor het gebruik hiervan vinden we in het graf van de Egyptische koning Narmer. Zijn troepen voerden al rond 3000 voor Christus lange stokken met dierenafbeeldingen met zich mee als ze ten strijde trokken. Bekender zijn de standaarden van de Romeinse legioenen. De dierensymbolen op deze vexilla waren enerzijds een bron van bezieling en trots, anderzijds dienden ze ook een tactisch doel. Legeraanvoerders konden hun troepen zo makkelijker identificeren en dus ook beter aansturen. In de nadagen van het Romeinse Rijk groeide het gebruik van vlaggen en vaandels op het slagveld aanzienlijk. 

In de tijd van het Staatse leger, de strijdmacht van de Republiek der Verenigde Nederlanden, fungeerden vaandels en standaarden als oriëntatiepunt in het strijdgewoel. De vaandrigs en kornetten hadden tot taak deze in handen te houden en tot het uiterste te verdedigen. Elke compagnie voetvolk en ruiterij had destijds dus ook een eigen vaandel of ruitervaan (standaard). Later bracht men dit aantal terug. Onder het Koninkrijk der Nederlanden ontbraken ze aanvankelijk zelfs helemaal. De eenheden opereerden toen alleen met zogenaamde richtvlaggen, die uitsluitend bedoeld waren voor gebruik op het slagveld. 

Vanaf 1820 kende koning Willem I vaandels en standaarden toe aan de eigen eenheden. Het model uit die tijd is tot op de dag van vandaag in gebruik. Om de eenheid te inspireren, staan op de veldtekens ook de krijgsverrichtingen van de voorgangers van de eenheid vermeld. Deze opschriften kunnen op het doek staan of op een cravate, een lint dat als een strik boven aan de stok is bevestigd. In het geval van het Korps Mariniers en het Eskader van de Koninklijke Marine gaan deze opschriften zelfs terug tot de tijd van de Staatse vloot. 

Naarmate de oorlogvoering zich verder ontwikkelde, verloor het vaandel haar tactische waarde. Op het moderne strijdtoneel van machinegeweer en langeafstandsgeschut veranderde de vaandrig van een zinnebeeld van moed en onverzettelijkheid in een makkelijk doelwit. De vaandels en standaarden zijn echter nog steeds symbolen van trouw, eenheid en eergevoel. 

Literatuur: W.L. Plink e.a., Vaandels en standaarden bij de Nederlandse Krijgsmacht (Den Haag 2004).

De vlag van de Rampenbrigade

Vlag van de Rampenbrigade

Deze bijzondere vlag - het is geen vaandel - behoort niet toe aan een reguliere eenheid van de krijgsmacht, maar aan een verzameling parate eenheden voor noodhulpoperaties. Vlak na de hulpoperatie van de Nederlandse krijgsmacht in het Indiase Bihar (1969) werd binnen de krijgsmacht een speciaal rampenteam opgericht dat op afroep kon optreden in een door rampspoed getroffen regio. Deze zogenoemde Rampenbrigade bestond uit reguliere eenheden van de verschillende krijgsmachtdelen.


Sociale Media

Achtergrondinformatie