]> Vaandels en standaarden | Ministerie van Defensie

Ministerie van Defensie. Ga naar hoofdmenu / submenu / content / zoekveld.

  1. Nederlands Instituut voor Militaire Historie
  2. Geschiedenis

Vaandels en standaarden

Trouw, eenheid en eergevoel daar staan vaandels en standaarden voor. Het zijn de belangrijkste symbolen van een eenheid of krijgsmachtdeel. Militairen leggen na hun aanstelling bijvoorbeeld de eed of belofte af op het doek.

De vlag van de Rampenbrigade is geen vaandel en behoort niet toe aan een reguliere krijgsmachteenheid, maar aan een verzameling parate eenheden voor noodhulpoperaties. Vlak na de hulpoperatie van de Nederlandse krijgsmacht in het Indiase Bihar (1969) werd een speciaal rampenteam opgericht. Deze zogenoemde Rampenbrigade bestond uit reguliere eenheden van de krijgsmachtdelen die op afroep optraden.

Een vaandel (of standaard) dat de vorst toekent en uitreikt, staat voor de binding van de eenheid met het Koninklijk Huis en de saamhorigheid van iedereen die bij de eenheid dient of heeft gediend.

Kortere stok

Het verschil tussen een vaandel en een standaard is dat laatstgenoemde een kortere stok heeft dan een vaandel. Dit verschil heeft een historische achtergrond. Cavaleristen konden te paard moeilijk met de lange stokken van vaandels overweg. Tegenwoordig zijn het dus de bereden, gemotoriseerde eenheden die een standaard hebben.

Vaandels en standaarden zijn tegenwoordig met veel ceremonieel omgeven. Van oorsprong zijn het echter veldtekens. Deze werden meegevoerd op het slagveld als bron van bezieling en trots, maar ook ter oriëntatie voor commandanten en militairen meevoerden op het slagveld.

Vroegste bewijs

Het vroegste bewijs voor het gebruik hiervan vinden we in het graf van de Egyptische koning Narmer. Zijn troepen voerden al rond 3000 voor Christus lange stokken met dierenafbeeldingen met zich mee als ze ten strijde trokken. Bekender zijn de standaarden van de Romeinse legioenen. De dierensymbolen waren ook voor hen een bron van bezieling, maar het gebruik door aanvoerders ter identificatie en aansturing nam onder hen een vlucht. Het gebruik groeide dan ook aanzienlijk. 

Oriëntatiepunt

Ook in de tijd van het Staatse leger (1575-1795), de strijdmacht van de Republiek der Verenigde Nederlanden, fungeerden vaandels en standaarden nog als oriëntatiepunt in het strijdgewoel. Elke compagnie had destijds een eigen vaandel of ruitervaan (standaard), dat tot het uiterste moest worden verdedigd.

Geleidelijk werd dit aantal echter teruggebracht en onder het Koninkrijk der Nederlanden ontbraken ze aanvankelijk zelfs helemaal. De eenheden opereerden toen alleen nog met zogenoemde richtvlaggen, uitsluitend bedoeld voor op het slagveld.

Vanaf 1820 kende koning Willem I weer vaandels en standaarden toe aan de eigen eenheden. Het model uit die tijd is tot op de dag van vandaag in gebruik. Om de eenheid te inspireren, staan op de veldtekens ook de krijgsverrichtingen van de voorgangers van de eenheid vermeld. Deze opschriften kunnen op het doek staan of op een cravate, een lint dat als een strik boven aan de stok is bevestigd. 

In het geval van het Korps Mariniers en het Eskader van de Koninklijke Marine gaan deze opschriften terug tot de tijd van de Staatse vloot. Naarmate de oorlogvoering zich verder ontwikkelde, verloor het vaandel haar tactische waarde. Het zijn echter nog steeds symbolen van trouw, eenheid en eergevoel.

Literatuur: W.L. Plink e.a., Vaandels en standaarden bij de Nederlandse Krijgsmacht (Den Haag 2004).


Sociale Media

Achtergrondinformatie