- Nederlands Instituut voor Militaire Historie
- Geschiedenis
- Tijdbalk
1795-1814: onder Franse invloed: reorganisatie en centralisatie

Deze periode was een periode van vernieuwing en modernisering in alle sectoren van politiek en maatschappij. Zij valt uiteen in 3 delen:
- Eerst was er de Bataafse Republiek, 1795-1806, waarin de belangrijkste politieke hervormingen plaatsvonden. Het Huis van Oranje speelde geen rol meer; Willem V was uitgeweken naar Engeland.
- In 1806 werd het Koninkrijk Holland uitgeroepen, met een broer van Napoleon, Lodewijk Napoleon, als koning.
- 4 jaar later, in 1810, lijfde Napoleon Nederland in bij Frankrijk.
Tot de belangrijke politieke hervormingen in deze tijd behoren onder meer:
- de centralisatie en democratisering van het bestuur;
- de creatie van een grondwet;
- het wettelijk vastleggen van vrijheid van godsdienst;
- de totstandkoming van nieuwe regelingen voor tal van sectoren van de maatschappij, zoals onderwijs en medische zorg.
Het waren stuk voor stuk vernieuwingen die de basis hebben gelegd voor het moderne Nederland.
Ook in militair opzicht veranderde er veel. De legerorganisatie werd gecentraliseerd. Aan de oude, versnipperde structuur van recrutering, betaling en organisatie kwam een eind. Er ontstond een soort Ministerie van Oorlog (Defensie) in embryonale vorm. De centrale overheid nam zijn verantwoordelijkheid voor de legervorming, voor de betaling van de militairen, voor materieel en bewapening en voor de geneeskundige zorg voor militairen.
De Franse legerorganisatie werd als voorbeeld genomen. Ondanks de vele legerreorganisaties die deze periode kenmerkten, bleef de sterkte van het leger vrij constant. Gemiddeld genomen lag de legersterkte tussen de 20.000 en 30.000 man. Daarnaast ws de Bataafse Republiek (en daarna het Koninkrijk Holland) verplicht om nog eens 25.000 (later 10.000) Franse troepen te onderhouden. Los van het onderhoud van Franse troepen waren de Bataafse Republiek en het Koninkrijk Holland als bondgenoten van Frankrijk ook verplicht om bij te dragen aan de oorlogen die Napoleon ontketende. Dit betekende dat Nederlandse militairen voortdurend in actie kwamen in vaak ver afgelegen oorlogsgebieden als Duitsland, spanje en Rusland.
Ook bij de zeemacht veranderde er veel tijdens de Bataafse en Franse tijd. Het federatieve, gedecentraliseerde marinebestuur van de 5 admiraliteiten, met een dominerende plaats voor Amsterdam, werd vervangen door een centrale organisatie, later ministerie, zetelend in Den Haag. De samenstelling van het officierskorps werd verbreed; oranjegezinde zeeofficieren werden geweerd. Hoewel het merendeel van de aspirant-officieren hun opleiding in de praktijk aan boord van oorlogsschepen genoten, kwam er daarnaast voor het eerst een adelborstenopleiding aan de wal.
De oorlogsschepen bleven in deze periode noodgedwongen binnengaats. Een aantal schepen wist Willem V naar Groot-Brittannië te volgen, andere werden op weg naar of in Indische wateren door de Britten ‘buitgemaakt’. Na de overgave van een eskader in de Saldahabaai (1796) en de verloren Zeeslag bij Kamperduin (1797), was de overgave van de scheepsmacht op de Vlieter (1799) de genadeslag voor de Bataafse vloot. Na de inlijving bij het Franse Keizerrijk in 1810 kon de marine zelfs helemaal niet meer zelfstandig opereren.
Sociale Media