- ...
- Missies
- Afghanistan
- Actueel
Brandweer Kamp Holland
Dagelijks landen of vertrekken vliegtuigen vol goederen en militairen vanaf Kamp Holland en is het een komen en gaan van diverse typen helikopters. Al deze vliegbewegingen worden nauwlettend in de gaten gehouden door het brandweerdetachement van de luchtmacht. Dag en nacht beschikbaar om uit te rukken bij calamiteiten, maar ook niet te beroerd om een verstopte riolering door te spuiten.
De landingsbaan en het helidek zijn essentieel voor het bestaan van het Kamp Holland en dus voor de missie. De baan wordt dan ook intensief gebruikt. Tijdens ‘spitsuren’ krioelt het in de lucht van vliegtuigen en helikopters. Ondanks de strakke regie van de controletoren over alle vliegbewegingen, blijft het zaak op te letten. Want het landen op de ‘dirt strip’ van Tarin Kowt is toch net even anders dan de asfaltbaan op bijvoorbeeld de Vliegbasis Eindhoven. Er rust dus een verantwoordelijke taak op de schouders van de brandweermacht van Kamp Holland, die langs de baan staat opgesteld om bij een calamiteit meteen in actie te komen.

“Het werk hier heeft wel raakvlakken met Nederland”, erkent On Scene Commander (OSC) sergeant-majoor Piet. Maar hij zet er meteen een kanttekening bij. “Daar draaien we diensten van vierentwintig uur op, achtenveertig uur af. Hier elke dag het klokje rond, en dat ruim vier maanden lang. Door de omstandigheden is de kans dat er iets misgaat bovendien vele malen groter dan in Nederland.” De ploeg bestaat uit twee OSC’s, die de coördinatie regelen, en negen spuitgasten, verdeeld over drie groepen van drie man, die de brandweerauto’s bemannen. “Onze rust moeten we pakken op de momenten dat het stil is, maar als er een oproep komt zijn we er altijd van.”
De primaire taak van ‘Fire Rescue TK’ is het stand-by staan bij het aftanken van de vele helikopters die dagelijks vanaf Kamp Holland het luchtruim kiezen om buitenposten te bevoorraden, of vuursteun te leveren aan coalitietroepen. Dit zogenoemde FARP’en (Forward Arming and Refueling Point) is geen ongevaarlijke klus. Binnenkomende helikopters worden met draaiende motoren bijgetankt en eventueel herbewapend. Het af- en weer aanzetten van de motoren kost simpelweg te veel tijd. “Je kunt het vergelijken met een pitstop in de formule 1”, verduidelijkt Piet. “Zodra de heli is geland, wordt er een grote slang ingestopt die hem afvult met kerosine. Alleen gaat het hierbij niet om tachtig liter, zoals bij een raceauto, maar bij een Apache om ruim tweeduizend, en bij een Chinook om vierduizend.”

Niet alleen bij helikopters wordt over de veiligheid gewaakt, ook bij landende en vertrekkende vliegtuigen. In maart stonden de mannen bij 255 vluchten stand-by. Mocht een toestel in de problemen komen, dan kan de MAC-11, een blusreus met tienduizend liter water en zeshonderd liter schuim aan boord, razendsnel ter plekke zijn om hulp te verlenen.
Ook als de brandweerlieden zich niet bij een vuurhaard bevinden, krijgen ze te maken met extreem hoge temperaturen. De felle Afghaanse zon is een geduchte vijand voor wie zijn beroep uitoefent in een dik brandwerend pak. “Nu valt het nog wel mee”, zegt Piet. “Maar over een paar weken wordt het echt heet.” De brandweerauto’s veranderen dan in heuse ovens. Volgens Piet zou het een hoop schelen als de wagens in de schaduw kunnen staan, bijvoorbeeld onder een overkapping. “Er wordt hard aan gewerkt om dit te realiseren. Verder proberen we deze problemen zo goed mogelijk aan te pakken door genoeg vocht in te nemen en op tijd voor aflossing te zorgen.”
Lees het complete artikel op pagina 6 in Defensiekrant nummer 14 van 10 april 2008.
Sociale Media