- ...
- Missies
- Afghanistan
- Actueel
Bouw ziekenhuis Tarin Kowt
“Ik heb hier de mooiste baan”, zegt majoor Phil. De Australische liaisonofficier bij Taskforce Uruzgan 3 heeft de afgelopen zes maanden intensief samengewerkt met de Nederlandse militairen. Hoogtepunt daarin was de bouw van het onlangs geopende hospitaal in Tarin Kowt.
De Australische coalitiepartner versterkt Task Force Uruzgan (TFU) met een geniecompagnie. Die heeft de afgelopen tijd veel projecten op met name het gebied van gezondheidszorg, onderwijs, veiligheid en infrastructuur ondersteund. Onmisbaar daarbij is volgens Phil de expertise van het Nederlandse Provinciale Reconstructie Team. “Ten slotte kunnen wij wel een gebouw uit de grond stampen, maar zonder artsen en verpleegkundigen wordt dat geen ziekenhuis.”
De bouw van het hospitaal in Tarin Kowt vormt een mooi voorbeeld van de nauwe samenwerking tussen beide landen. De Aussies maakten een ontwerp voor de bouw, de Nederlanders inventariseerden de behoefte op materieel gebied en boden kennis van zaken. Een uitstekende cohesie, vindt Phil. Het ziekenhuis voorziet ondermeer in een cholera afdeling en een kliniek. Met de vrouwenafdeling begint de Task Force zeer binnenkort. Nederland zorgde tevens voor medisch personeel en de toegepaste uitrusting.

Die laatste twee klussen lagen op het bord van majoor Simon. Samen met enkele voorgangers verzorgde de functioneel specialist Health (FSH) het contact met artsen en zette samen met hen een onderwijsprogramma op. Voor de aankoop van medisch materiaal schakelde hij het ministerie van Buitenlandse Zaken in. Maar het werven van personeel verliep niet vlot.
“Want door een gebrek aan veiligheid komt de gezondheidszorg in Uruzgan moeizaam op gang. Medisch personeel wordt bedreigd of vermoord, omdat de Taliban niet wil dat er een door ISAF gesteund ziekenhuis komt. Het medisch personeel is vaak goed opgeleid en komt ook buiten de provincie makkelijk aan een baan. Daardoor verdwijnt veel deskundigheid.”
Gelukkig wist Simon de schade te beperken. Hij legde contact met het Role 2 hospitaal op Kamp Holland en zorgde ervoor dat verpleegkundigen van het hospitaal in Tarin Kowt een soort stage konden lopen. De opleidingen worden gegeven onder het mom van train the trainer: inmiddels opgeleide verpleegkundigen geven hun kennis door aan collega’s. Ook streven de FSH’ers ernaar om, in samenwerking met de provinciale autoriteit, structuur te brengen in de gezondheidszorg. Met de Afghan Development Health Service willen ze gezondheidscentra bouwen voor eerstelijns opvang. “Voordat een patiënt wordt doorverwezen, gaat hij voor een oppervlakkige diagnose eerst langs bij een post in het dorp. Het liefst komt in deze posten personeel te werken met aanzien binnen de gemeenschap. Zij moet zowel Taliban als ‘gewone’ dorpelingen willen verzorgen. Anders loop je het risico dat wanneer de Taliban het niet eens is met een benoeming, de desbetreffende persoon vermoord wordt.
Dat de uitdaging van de Nederlandse specialist complexer is dan die van de Australische genisten, erkennen beide partijen. Ook blijken de resultaten van het Nederlandse projectaandeel vaak moeilijker te meten. Maar dat doet geen afbreuk aan de motivatie van majoor Simon, die voor de tweede keer dit jaar op uitzending is.
Niet alleen op het gebied van gezondheidszorg werken de coalitiepartners nauw samen. Ook qua veiligheid bundelen zij de krachten. De bouw van politieposten vormt daarvan een voorbeeld. Zo heeft de lokale sterke arm behoefte aan meerdere checkpoints en het PRT werkt daaraan mee. Op plekken waar de nood het hoogst is, probeert de Australische geniecompagnie zo snel mogelijk een post te bouwen. In samenwerking met de Afghaanse bevolking knappen Nederlandse genisten oude checkpoints op. Die vorm van coöperatie is de Australiërs ook niet vreemd. “We kunnen van alles voor hen bouwen, maar ze moeten ook leren hoe het moet. Daarvoor hebben we een trainingsschool, waar we Afghanen opleiden tot timmerman of loodgieter.”
Bij het voltooien van opdrachten maken beide landen gebruik van hetzelfde project management team, dat afspraken maakt met aannemers en toezicht houdt op de uitvoering. Dat is geen overbodige luxe, want: “Bij de aanleg van een brug bleek een bepaalde sectie instabiel te zijn. De werknemers werden verplicht die af te breken en te herbouwen.”
Volgens CIMIC-adviseur (Civil Military Co-operation) Phil staan de nationaliteiten elkaar zoveel mogelijk bij. Zo had het Nederlandse PRT voor de beveiliging van een post in Chora dringend hesco’s nodig. Helaas waren die nog onderweg. “Maar wij hadden er nog staan, zodat de mannen alsnog direct aan de slag konden. Zodra de nieuwe frames binnen zijn, krijgen we de onze terug.” Door vaak met de Nederlandse specialisten mee te lopen, voorkomt Phil dat beide nationaliteiten elkaar voor de voeten lopen of dubbel werk doen. “Het is beter om elkaar aan te vullen.” De contacten die Phil opdoet, stellen hem mede in staat de juiste ‘poppetjes’ aan elkaar te koppelen.
Majoor Phil heeft zich vanaf zijn komst welkom gevoeld op Kamp Holland. Volgens hem is het een goede zaak dat de Australiërs begin dit jaar hun verderop gelegen Camp Russel hebben verlaten. “Nu we zijn ingebed bij de Nederlanders verloopt de afstemming en coördinatie van projecten veel beter. We weten waar we elkaar kunnen ondersteunen. Natuurlijk zijn er altijd dingen die we zelfstandig blijven doen, maar ons doel blijft hetzelfde. We komen misschien van de andere kant van de wereld, maar zowel de Nederlanders als de Australiërs doen hier aan nation building. Dat onze werkwijze en ons gevoel voor humor praktisch hetzelfde zijn, maakt het werk alleen maar makkelijker en gezelliger.”
Dit artikel is verschenen in Defensiekrant nr. 35 van 4 oktober 2007 op pagina 4.
Sociale Media