- ...
- Missies
- Afghanistan
- Actueel
Boerenkool met worst in de woestijn
De missie in Uruzgan vergt veel energie van de militairen die in zware, zeer hete omstandigheden hun werk moeten doen. Een goede, voedzame maaltijd is dan ook essentieel om de gezondheid op peil te houden. Gelukkig kunnen ze op de verschillende bases rekenen op een uitstekende keuken. De variëteit is enorm. Soms staan er zelfs poffertjes op het menu.

Het is even voor vier uur in de middag. Over een half uurtje schuifelen de eerste militairen alweer met hun dienbladen langs de rijkelijk uitgestalde etenswaren. In de keuken van de eetzaal hangt een doordringende uienlucht waar zelf de meest geharde kok tranen in de ogen van zou krijgen. Een grote emmer vol met uien wordt in perfecte ringen gesneden. Even verderop staan acht grote friteuses waar in het kokende vet aardappelblokjes liggen te pruttelen. De koks, afkomstig uit India en Nepal, verzorgen de finishing touch bij de maaltijden.

“Ze zouden eigenlijk liever veel meer met het voedsel bezig willen zijn”, bekent adjudant Cees, die in de functie van cateringmanager verantwoordelijk is voor een vlekkeloze verwerking van al die bergen voedsel op Kamp Holland, Deh Rawod en de verschillende buitenposten. “Het overgrote deel van de maaltijden wordt echter kant-en-klaar aangeleverd, en moeten enkel nog opgewarmd worden in één van onze combisteamers.” In deze uit de kluiten gewassen magnetrons worden grote bakken, bestemd voor acht personen en met uiteenlopende gerechten, gaar gestoomd. Vandaag bestaat het hoofdgerecht onder andere uit stukken zalm en andijvie. Wekelijks gaan er op Kamp Holland ruim 1500 bakken doorheen.

Cees streeft ernaar om de bewoners van de kampen een zo gevarieerd mogelijk menu voor te schotelen. Daarbij zitten typische Hollandse producten als kaas, pindakaas en diverse soorten vis. Maar het kan ook voorkomen dat je midden in de woestijn je vork in een bord boerenkool met rookworst zet. Sommige militairen zijn zo gewend geraakt aan deze diversiteit, dat ze soms klagen wanneer bepaalde producten er niet zijn. Cees haalt daar zijn schouders voor op. “Ik zeg altijd: verbaas je erover wat er wel is, en niet over wat er niet is. Ik hou er niet van als mensen beginnen te zeuren dat iets op is. We zitten hier in een missiegebied. Je kunt een product niet even snel in de buurt inkopen.” Maar veruit de meeste militairen complimenteren hem dagelijks over de uitstekende kwaliteit van het voedsel.

Cees benadrukt dat je als cateringmanager flexibel moet kunnen zijn. “Je moet altijd feeling blijven houden met het zware werk dat de militairen binnen en buiten de poort doen. Als iemand bijvoorbeeld om een extra blikje fris vraagt, moet je daar niet moeilijk over doen.” Voor militairen die na sluitingstijd van de eetzaal pas terug komen van een patrouille, is Cees nooit te beroerd om de keuken weer te openen, als ze tenminste tijdig aankloppen. “Wat is er voor die vermoeide militairen nu mooier dan dat ze bij terugkomst eerst even lekker kunnen eten? Als je het vraagt, kan er veel. En ik probeer veel contact te houden met de mensen. Zo blijf ik goed op de hoogte van de uiteenlopende wensen.”
Lees het complete artikel op pagina 5 in Defensiekrant nummer 25 van 17 juli 2008.
Sociale Media