- ...
- Operationeel
- Schepen
- Hr. Ms. Schiedam
Naam & embleem
Schiedam is een gemeente in de provincie Zuid-Holland.
Het is binnen de marine een oude traditie om schepen te vernoemen naar steden. Grote steden geven hun naam aan grote schepen, zoals Hr. Ms. Rotterdam en Hr. Ms. Amsterdam. Mijnenjagers en vroeger de mijnenvegers, worden veelal vernoemd naar middelgrote of kleine steden.
Schiedam werd 'geboren' toen Dirk Bokel in 1250 een dam in de monding van rivier de Schie liet aanleggen. Dirk Bokel was de eigenaar van de polder Riviere en wilde met de dam zijn vis- en jachtgebied beschermen tegen de zee.
Zijn dam had nog meer voordelen: schepen konden door de dam niet verder landinwaarts en moesten hun lading dus bij Schiedam laten overladen naar andere schepen. Dat leverde werk op, dat gecombineerd met de handel, visserij en nijverheid in de streek ervoor zorgde dat bij de dam al snel een nederzetting ontstond. Het gebied rond de monding van de Schie werd de toegang tot het graafschap Holland.
De nederzetting groeide en op 18 maart 1275 verleende vrouwe Aleida er stadsrechten aan, waarmee de stad Scyedam een feit was. In Aleida's tijd was Schiedam vooral een havenstadje; een bescheiden, maar snel groeiende nederzetting bij de belangrijke handelsroutes over de Maas en de Schie.
Door het aanslibben van de Maasoever ging het belang van de haven echter al snel achteruit. Toen Rotterdam en Delft in de veertiende eeuw hun eigen verbinding met de Maas kregen, moest Schiedam haar leidende positie afstaan.
Meer en meer richtte Schiedam zich op de nijverheid. In de zeventiende eeuw begon zo de geschiedenis van het bekendste Schiedamse product: de jenever. De grondstoffen hiervoor werden aangevoerd per schip, wat de bedrijvigheid in de havens weer deed toenemen.
Schiedam bloeide op. Op de stadswallen verrezen reusachtige molens om het graan voor de vele branderijen te malen. De jeneverindustrie bracht veel werkgelegenheid met zich mee en de stad groeide snel.
Tegen het einde van de negentiende eeuw kwam echter een terugslag. Toen in 1875 een crisis uitbrak in de Europese landbouw wreekte zich het feit dat Schiedam er nauwelijks andere industrieën op na hield naast de jeneverproductie. De belangrijkste grondstof voor de jenever, het graan, werd schaars. Daar kwam nog bij dat veel branderijen niet tijdig op moderne productiemethoden waren overgeschakeld. Een groot aantal bedrijven sloot zijn deuren of raakte in verval.
De stad Schiedam werd meegesleurd in de neergang. Het leven in Zwart Nazareth, zoals de stad werd genoemd vanwege de eeuwige roetwolken die boven de stad hingen, werd nog een tintje zwarter. Dankzij de vestiging van enkele grote scheepswerven (Werf Gusto, Wilton-Fijenoord) en een flink aantal toeleveringsbedrijven krabbelde Schiedam er eind negentiende eeuw weer bovenop, maar de economische wereldcrisis rond 1930 deelde opnieuw gevoelige klappen uit.
Het herstel van de scheepsbouw begon na de Tweede Wereldoorlog. De neergang van de scheepsbouw rond 1970 en 1980 bezorgde Schiedam echter opnieuw moeilijke tijden. Maar de stad heeft lering getrokken uit het verleden: een blik op de industriegebieden maakt duidelijk dat de werkgelegenheid nu over veel meer verschillende sectoren is verdeeld.
Ontleend aan het gemeentewapen van Schiedam. Een schuinbalk gaande over een leeuw van sabel.
Sociale Media