- ...
- Operationeel
- Schepen
- Hr. Ms. De Ruyter
Naam & embleem
Hr. Ms. De Ruyter is vernoemd naar Michiel Adriaenszoon de Ruyter, die op 24 maart 1607 te Vlissingen werd geboren als zoon van Adriaan Michielszoon en Alida Jansdochter. Van zijn vader’s vader kreeg hij zijn voornaam en via zijn moeder’s vader (die ruiter was geweest in Staatse dienst) kreeg hij de bijnaam De Ruyter, welke hij later als achternaam aannam.
Hij was een der grootste zeehelden van ons land en na Maarten Harpertszoon Tromp de tweede Bestevaer. De Ruyter werd onder grote belangstelling in de Nieuwe Kerk te Amsterdam begraven. Hij stierf in een zeeslag tegen de Franse vloot, maar het ontzag voor de admiraal was zo groot dat het schip met zijn stoffelijk overschot op de reis terug naar Nederland door de Fransen met saluutschoten werd onthaald.
Als kind was De Ruyter uitermate avontuurlijk. Nadat hij in 1617 van school was weggestuurd, kreeg hij een baantje in de touwslagerij. Op elfjarige leeftijd ging hij naar zee als bootsmanjongen op een koopvaarder. Bijna direct veranderde de lastige Michiel in een oppassend, vlijtig, gehoorzaam en leergierig schepeling. Hij klom aanzienlijk op, mede door de nautische zelfstudie die hij in zijn vrije tijd deed. Ook was hij nog korte tijd ruiter in het leger van prins Maurits, onder wie hij deelnam aan de bezetting van Bergen op Zoom.
In 1622 ging hij weer naar zee. Hij nam deel aan de kaapvaart en bestreed met matig succes de kapers in Duinkerken. Hierop ging hij weer bij de koopvaardij. In 1641 werd hij opnieuw onder de wapenen geroepen. Na zijn benoeming tot commandant van het oorlogsschip "De Haze" kreeg hij een tijdelijke vlagofficiersrang en nam hij deel aan de zeeslag met de Portugezen tegen de Spanjaarden. In 1642 keerde hij terug naar de koopvaardij en werd eigenaar van het schip "De Salamander".
Op het punt zich terug te trekken aan wal werd hij in 1652, nadat de eerste Engelse oorlog was uitgebroken, overreed om opnieuw een vlagofficiersfunctie te vervullen op ‘s Lands vloot. Toen nam zijn carrière een echte vlucht. Hij versloeg de Engelse admiraal Ayscue bij de slag bij Plymouth en was, onder Witte de With maar vooral onder Maarten Tromp, betrokken bij een groot aantal zeeslagen zoals die bij Duins en Nieuwpoort. Ook de Slag bij Terheyde, waar Tromp het leven liet, maakte De Ruyter mee.
Na het einde van de oorlog in 1654 ging De Ruyter naar de Middellandse Zee om de kapers te bestrijden. De Ruyter verwierf grote faam in Europa door de Zweden te verslaan tijdens hun oorlog tegen de Denen.
In de hierop volgende jaren hield De Ruyter zich voornamelijk bezig met het bestrijden van kapers in de Middellandse Zee. Hierbij maakte hij niet alleen gebruik van militaire middelen, maar hij gebruikte ook de nodige diplomatie om de leiders van de kapershavens tot meewerken te bewegen. Niet alleen de Mediterranee, maar ook de West-
Afrikaanse kust en West-Indië werden door het eskader van De Ruyter in die jaren bezocht om de orde te herstellen en de Nederlandse bezittingen te beschermen, met name tegen de Engelsen.
In 1665, tijdens de Tweede Engelse oorlog, werd De Ruyter opperbevelhebber van ‘s Lands vloot en kreeg De Zeven Provinciën als vlaggenschip. In deze oorlog behaalde hij zijn grootste successen. In de Vierdaagse Zeeslag verliest Nederland slechts 4 schepen, tegenover 17 schepen van de Engelsen. In deze slag werden voor het eerst mariniers ingezet.
Vervolgens verliest de Nederlandse vloot de Tweedaagse Zeeslag. Dat verlies wordt gewroken met de Tocht naar Chatham. De Ruyter zet arsenalen en schepen van de Engelse vloot in brand en kaapt zelfs het Engelse Koninklijke jacht, de "Royal Charles". Het resultaat van de tocht was dat binnen enkele weken vrede gesloten werd.
Tijdens de derde Engelse oorlog treft hij de grotere en zwaarder bewapende Engels-Franse vloot in de Slag bij Solebay (1672). Door het verzet van De Ruyter wordt de vijand weliswaar niet verslagen, maar de invasie van Holland wordt er mee voorkomen. Dit kunststukje herhaalde de Ruyter bij Schooneveld (2 keer zelfs) en Kijkduin. Naar aanleiding van deze successen werd hij "Redder van het Vaderland" genoemd.
Aan het einde van 1675 werd De Ruyter gevraagd een expeditie te leiden tegen een sterke Franse vloot nabij Sicilië. Hij uitte zijn bedenkingen over de hem toegezegde schepen: ze waren slecht onderhouden, te licht bewapend, de tuigage was ronduit bedroevend en ze waren te klein. Bovendien kreeg hij er te weinig mee.
Deze bedenkingen werden door een onbekend admiraliteitscollege afgedaan met de vraag of De Ruyter op z’n oude dag plotseling bang was geworden. De andere admiraliteitscolleges vonden dat wel erg oneerbiedig tegenover De Ruyter en verzochten hem dan ook om ondanks zijn bezwaren het verzoek toch te overwegen. Hierop antwoordde De Ruyter: "De Heeren hebben my niet te verzoeken, maar te gebieden, en al wierdt my bevoolen ‘s Landts vlagh op een enkel schip te voeren, ik zou daar mee t’zee gaan, en daar de Heeren Staaten hunnen vlagh betrouwen, zal ik myn leeven waagen."
22 april 1676 werd De Ruyter in de Slag bij de Etna, tegen de Franse vloot, getroffen door een kanonskogel. De slag zelf ging niet verloren, maar de verwondingen van De Ruyter waren dermate ernstig dat hij 29 april, aan boord van zijn vlaggenschip ‘Eendracht’, overleed.
Het embleem bestaat uit 4 delen:
- I in keel een zilveren kruis;
- II in azuur een aanziende geharnaste ruiter, gedekt door een helm met open vizier, gezeten op een steigerend paard en houdend in de opgeheven rechterhand een ontbloot zwaard in schuinslinkse stand, alles van zilver;
- III in azuur een zeventiende-eeuws driemast oorlogsschip met zijn volle zeilen en vlaggen, alles van zilver, zeilende op een zee van natuurlijke kleur;
- IV in keel een omgewend zeventiende-eeuws gevechtsklaar kanon met affuit, beneden vergezeld van 3 kogels, geplaatst 1:2, alles van goud. Familiewapen.
Sociale Media