- Marine
- Cultureel
- Geschiedenis van de marine
Onder Franse invloed (1795-1813)
In de achttiende eeuw kon de zeemacht van de Republiek geen gewicht meer in de schaal leggen tegen Groot-Brittannië en Frankrijk. De organisatie van de marine veranderde ingrijpend. Er kwam een centrale marineorganisatie in Den Haag.
De uitvoering van een ambitieus scheepsbouwprogramma in de jaren 80 kond het rampzalige verloop van de Vierde Engelse Oorlog (1780-1784) niet keren. Bij de Vrede van Parijs moest de Republiek de vrije vaart door de Oost-Indische wateren accepteren, tekenend voor de Britse alleenheerschappij op zee.
Verschillende hervormingsvoorstellen van erudiete marineofficieren als Jan Hendrik van Kinsbergen vonden pas tijdens de Bataafse en Franse tijd (1795-1813) een goede voedingsbodem. Toen veranderde er veel op het gebied van opleiding, scheepsdienst en marineorganisatie.
Het gedecentraliseerde marinebestuur van de 5 admiraliteiten, met een dominerende rol van Amsterdam, werd vervangen door een centrale organisatie in Den Haag. Later zou dit het ministerie worden. De samenstelling van het officierskorps werd diverser. Politiek onbetrouwbare, Oranjegezinde zeeofficieren werden geweerd.
Hoewel het merendeel van de aspirant-officieren zijn opleiding in de praktijk aan boord van oorlogsschepen kreeg, kwam er in de Franse tijd voor het eerst ook een adelborstenopleiding aan de wal.
De oorlogsschepen bleven noodgedwongen binnengaats. Een aantal schepen wist Willem V naar Groot-Brittannië te volgen, andere werden op weg naar of in Indische wateren door de Britten veroverd. Na de overgave van een eskader in de Saldahabaai (1796) en de verloren Zeeslag bij Kamperduin (1797), was de overgave van de scheepsmacht op de Vlieter (1799) de genadeslag voor de vloot. Na de inlijving bij het Franse Keizerrijk in 1810 kon de marine zelfs helemaal niet meer zelfstandig opereren.
Sociale Media