]> Koude Oorlog (1949-1989) | Ministerie van Defensie

Ministerie van Defensie. Ga naar hoofdmenu / submenu / content / zoekveld.

  1. Marine
  2. Cultureel
  3. Geschiedenis van de marine

Koude Oorlog (1949-1989)

De marineleiding in Den Haag had de taken in de Nederlands-Indië het liefst meteen na 1945 afgestoten. Het kleine materieel dat in de Indische archipel werd ingezet, was niet geschikt voor de beoogde wereldwijde taak van de Koninklijke Marine.

De naoorlogse opvattingen over de wereldwijde oriëntatie en omvang van de vloot waren weinig realistisch. Voor de marine was het een probleem dat in de Westerse Unie en de NAVO (1949) aanvankelijk leger en luchtmacht de boventoon voerden.

Groeiende waardering

Na de Korea-oorlog (1950-1953) kreeg de marine meer waardering. Er kwam politieke steun voor financiering van een ‘balanced fleet’ met 2 smaldelen. Behalve het vliegkampschip Hr. Ms. Karel Doorman bestond de zeemacht uit 2 kruisers, 12 jagers, 8 onderzeeboten, een groot aantal mijnenvegers en enige tientallen vliegtuigen van de Marine Luchtvaart Dienst (MLD).

NAVO-lidmaatschap

Als lid van de NAVO ontwikkelde Nederland zijn veiligheidsbeleid in nauwe samenwerking met NAVO-andere lidstaten. De oprichting van het Warschaupact in 1955 verscherpte de bewapeningswedloop tussen Oost en West. Technische innovaties namen een hoge vlucht in het militaire bedrijf: op de toepassing van sonar en radar volgde de introductie van wapensystemen met tactische kernwapens en langeafstandsraketten. 

De tweedeling tussen oost en west schiep een duidelijk vijandsbeeld en bepaalde in hoge mate de militaire strategie. Uitbreiding en inzet van materieel werden inpasbaar gemaakt aan de NAVO-strategie. In dit kader nam de marine vanaf het midden van de jaren 60 ook deel aan permanente NAVO-smaldelen, zoals de Standing Naval Force Atlantic.


Sociale Media