- Marechaussee
- Cultureel
- Geschiedenis
Tijdens mobilisatie en oorlog
Tijdens de mobilisatieperiode van 1914 - 1918 bestond de taak van de Marechaussee tijdelijk uit politietoezicht over het gemobiliseerde Nederlandse leger.
In 1919 werd het Korps Politietroepen opgericht om de binnenlandse rechtsorde te handhaven en de demobilisatie in goede banen te leiden. De gemeentepolitie, het korps Politietroepen, de Rijksveldwacht en de Koninklijke Marechaussee vormden samen het politiebestel. De Rijksveldwacht en de Koninklijke Marechaussee vervulden rijkspolitiediensten, een situatie die tot in 1940 zou voortduren.
Op 5 juli 1940 verloor de Marechaussee het predikaat ‘Koninklijke’, want op last van de Duitse bezetter ging de Marechaussee op in de burgerpolitie, waarmee het tevens de militaire status verloor. De Rijksveldwacht en Gemeenteveldwacht werden opgeheven en ondergebracht bij de Marechaussee, waardoor buiten de steden één Rijkspolitiekorps ontstond onder de naam Marechaussee.
Buiten Nederland bleef de naam Koninklijke Marechaussee wel voortbestaan. Zo’n 200 marechaussees, afkomstig uit het zuiden van het land, verzorgden tijdens de bezetting onder meer de beveiliging van de Koninklijke familie in Engeland en vervulden politiediensten bij de Prinses Irenebrigade.
Sociale Media