- ...
- Cultureel
- Luchtmachtgeschiedenis
- Periode 1945-1953
Zelfstandig krijgsmachtdeel
De voorbereiding voor een zelfstandige Nederlandse luchtmacht komt eind jaren 40 in een stroomversnelling. Oorzaak is vooral de communistische expansie in Oost-Europa. Daarnaast was tijdens de Tweede Wereldoorlog overtuigend aangetoond dat het luchtwapen ook zelfstandig kon opereren.
Vooral het geallieerde Combined Bomber Offensive tegen het Derde Rijk levert het bewijs dat een moderne luchtmacht ook los van marine en landmacht effectief kan zijn. Bovendien hebben belangrijke NAVO-partners als Groot-Brittannië en de Verenigde Staten op dat moment al langer zelfstandige luchtmachten. Ook het belang van een organisatorische gelijkvormigheid binnen de NAVO is een belangrijk argument voor een zelfstandige luchtmacht in Nederland.
Tijdens de wederopbouw tussen 1945 en 1947 wordt veel personeel opgeleid, aanvankelijk in Engeland, maar na 1947 voornamelijk in eigen land. Op materieel gebied wordt het plan Target One ontwikkeld, dat de aankoop van vliegtuigen en ander materieel uit surplusvoorraden van de RAF inhoudt
De bekroning van het proces naar zelfstandigheid vindt plaats op 27 maart 1953, vooruitlopend op het veertigjarige jubileum van de militaire luchtvaart in Nederland. Bij Koninklijk Besluit van 11 maart 1953 verleent Hare Majesteit Koningin Juliana de militaire luchtvaart het predikaat ‘Koninklijk’ en de ‘zolang begeerde en gewenste zelfstandigheid’.
De plechtigheden ter gelegenheid van dit besluit vinden plaats op de vliegbasis Soesterberg, in het bijzijn van luchtvaartpioniers als kolonel-vlieger b.d. W.C.J. Versteegh, Marinus van Meel, dr. Albert Plesman en Piet van der Griend. Prins Bernhard wordt als Inspecteur-Generaal van het nieuwe krijgsmachtdeel benoemd.
Er is een defilé van 1.500 luchtmachters en er vliegen verschillende formaties over: 25 Harvard-toestellen van de vliegbasis Gilze-Rijen, 25 Thunderjets van de vliegbases Volkel en Eindhoven en 25 Meteors uit Soesterberg en Leeuwarden.
Sociale Media