]> Historie wapensystemen | Ministerie van Defensie

Ministerie van Defensie. Ga naar hoofdmenu / submenu / content / zoekveld.

  1. Luchtmacht
  2. Cultureel

Historie wapensystemen

1 juli 1913 markeert het begin van de Nederlandse militaire luchtvaart. Het was een bescheiden start, de Luchtvaartafdeling had slechts de beschikking over één toestel, de Brik. Bij gebrek aan eigen materieel was deze anderhalfdekker een gehuurde machine, gebouwd door luchtvaartpionier Marinus van Meel. Op 6 september 1913 had de Brik 'de proeve van bekwaamheid' doorstaan. Het toestel werd aangekocht voor het destijds aanzienlijke bedrag van 1580 euro.

Eind september 1913 arriveerden 3 in Frankrijk bestelde Farmans van het type HF-20. In 1914 werden nog eens 6 Farmans besteld, nu van het type HF-22. Door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog konden echter slechts 4 van de 6 bestelde Farmans worden afgeleverd. In juni 1914 kreeg de Luchtvaartafdeling de beschikking over een tweede door Van Meel gebouwd toestel.

Eerste Wereldoorlog

Tijdens de Eerste Wereldoorlog was Nederland neutraal en werd de luchtvloot verder uitgebreid met ruim 100 toestellen van de oorlogvoerenden. Deze toestellen waren als gevolg van navigatiefouten en gebreken in Nederland geland. 

De Nederlandse regering kocht daarnaast ook zelf vliegtuigen aan: Farman-vliegtuigen die in Nederland bij Trompenburg in licentie gebouwd werden. De Trompenburgfabriek kreeg later een grote order van de Luchtvaartafdeling (LVA). De ontwerpen waren echter al verouderd. Uiteindelijk nam Fokker de order over om de toestellen in veel geringere aantalen te produceren. 

Nog voor het einde van de Eerste Wereldoorlog werd de eerste van 58 bestelde Spijker lesvliegtuigen afgeleverd op Vliegkamp Soesterberg. Op 1 oktober 1917 kreeg de LVA de beschikking over 10 Fokker DIII-jachtvliegtuigen uit Duitsland. Later werden 40 Rumpler C-VIII-verkenningsvliegtuigen besteld, waarvan de eerste in april 1918 werd afgeleverd.

Periode 1918-1940

Aan het eind van de Eerste Wereldoorlog bestond de luchtvloot uit ruim 150 vliegtuigen. Door de bonte verzameling van typen en door personeelsgebrek ontstonden grote operationele problemen. Er werd daarom gestreefd naar uniformiteit van de luchtvloot. 

Een stap in de goede richting was de komst van Anthony Fokker naar ons land. Na de Duitse capitulatie nam hij het materieel uit zijn vliegtuigfabriek mee naar Nederland, waar hij in 1919 de NV Nederlandse Vliegtuigenfabriek oprichtte en de belangrijkste producent van militaire vliegtuigen zou worden. 

Uit de fabrieksvoorraden van Fokker werden in 1920 20 D-VII-jachtvliegtuigen en 60 C-I-verkenners aangeschaft. Dit kwam neer op een luchtmacht met 3 squadrons verkenners.

Bezuiningen in jaren 20 en 30

Vanwege de toenemende bezuinigingen werd de vaderlandse luchtvloot in de jaren 20 en 30 gedomineerd door kleine series moderne vliegtuigen uit de Fokkerfabriek. Eind jaren 30 vormden de Fokker CV, D21 en de GI de ruggengraat van de Nederlandse militaire luchtvaart. Bij Fokker werden 16 T5-bommenwerpers, 36 D21-jachtvliegtuigen en 36 G1-jachtkruisers besteld. De G1 werd afgeleverd in 1939, de beide andere typen in 1938. Tevens werd in 1939 het verkenningsmaterieel aangevuld met 18 Amerikaanse Douglas-Northrop-verkenningsvliegtuigen. Samen met de Fokker C10- en C5-verkenners vormden deze toestellen de kern van de inmiddels tot Wapen der Militaire Luchtvaart getransformeerde LVA, dat in de meidagen van 1940 de Luftwaffe het hoofd moest bieden.

Tweede Wereldoorlog

Tijdens de Tweede Wereldoorlog vlogen Nederlanders in Britse dienst boven West-Europa, onder andere met jachtvliegtuigen als de befaamde Spitfire en de Typhoon. Ook geallieerde bommenwerpers werden door Nederlandse militairen bemand. 

Nederlandse vliegers behorend tot de Militaire Luchtvaart van het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (ML KNIL) werden in de jaren 1941-'45 actief ingezet boven onder andere bezet Nederlands-Indisch gebied en andere delen van Zuidoost Azië. In de strijd tegen de Japanse bezetter vlogen zij met de standaardjager van het ML KNIL, de Brewster Buffalo, en later met de Glenn Martin-bommenwerper en Curtiss P-40 Kittyhawk. Na de capitulatie vlogen zij bij de Australische luchtmacht en bemanden onder meer de B-25 Mitchell.


Sociale Media