- ...
- Onderwijs
- Werkstukken basisvorming
- Bosnië en Kroatië
Problemen rond ingrijpen
Waarom slaagde de wereld er niet in de strijd in Bosnië en Kroatië snel te beëindigen? Opvallend in de strijd in Joegoslavië was de afwezigheid van een heldere conflictsituatie.
In de Korea- en de Golfoorlog was duidelijk aan te wijzen welke van de 2 betrokken staten de agressor (aanvaller) was. In Bosnië en Kroatië waren veel meer partijen bij de strijd betrokken. Het was nauwelijks mogelijk om:
- één partij de schuld te geven;
- een doelstelling voor ingrijpen te formuleren.
Regeringen en publiek in de westerse landen hadden hierdoor weinig vertrouwen in een langdurig en massaal ingrijpen.
VN-lidstaten moesten zich bovendien in een ongeregelde oorlog mengen. Verschillende partijen bestreden elkaar. De blauwhelmen konden deze strijdende partijen nauwelijks van elkaar onderscheiden. Veel gewapende strijders droegen geen uniform of liepen zelfs in buitgemaakte VN-uniformen rond.
Alle partijen schonden op grote schaal de mensenrechten. De etnische zuiveringen zijn hier een schokkend voorbeeld van. R. de Wijk, politiek adviseur van de minister van Defensie zei hierover in 1996:
“Conflicten waarin etnische en religieuze sentimenten een rol spelen worden veelal gekarakteriseerd door anarchie en chaos. Het conflict gaat immers niet zozeer om concrete kwesties, zoals grondgebied, maar veelal om bepaalde vrijheden of identiteit. Voor concrete kwesties valt uiteindelijk wel een rationele oplossing te bedenken; voor zaken als identiteit nauwelijks.
Een etnische of religieuze groep die voor zijn overleven vecht, lijkt daarom bereid elke prijs te betalen, enorme verliezen te aanvaarden, elke afspraak te schenden en dat heel lang vol te houden. [...] Bovendien wordt dit soort conflicten niet uitgevochten door reguliere strijdkrachten, maar door ongeregelde strijdgroepen die veelal niet onder centraal gezag staan. [...].”
Toen de troepen van de Verenigde Naties eenmaal ter plaatse waren, bleken de militaire middelen die in de Koude Oorlog waren ontwikkeld, niet geschikt. Ook de moderne wapens die tijdens de Golfoorlog zo effectief waren kon de VN niet inzetten. De strijd werd immers niet gevoerd met grote aantallen tanks of vliegtuigen.
De strijdende partijen opereerden meestal in kleine groepen en met lichte wapens. Je kunt een sluipschutter niet met een kruisraket uitschakelen. De VN-militairen moesten zich terughoudend opstellen in het gevecht:
- Het risico om slachtoffers onder de burgerbevolking te maken was erg groot.
- Strijdende partijen hebben meerdere keren VN-militairen en VN-waarnemers gegijzeld en als menselijk schild gebruikt. VN-militairen liepen tijdens een gevecht altijd het risico dat ze onverhoopt op de eigen (gegijzelde) mensen schoten.