- Landmacht
- Eenheden
- Korps Commandotroepen
Defensie Para School
De Defensie Para School (DPS) verzorgt alle parachuteopleidingen binnen de krijgsmacht. Sinds maart 2009 zijn de opleidingen van de landmacht, luchtmacht en marine verenigd in de DPS. De opleiding is in eerste instantie bedoeld voor het Korps Commandotroepen, Marinierseenheden en eenheden van de Luchtmobiele Brigade. De school zit in de Seeligkazerne in Breda en kan jaarlijks 800 tot 1000 mensen opleiden.

De DPS is verantwoordelijk voor alle opleidingen rond militair parachutespringen en ondersteunt daarnaast bij oefeningen en operaties. Daarvoor beschikt de DPS over ongeveer 1500 zogenoemde ronde en 500 vrije val parachutes. De parachute is een transportmiddel, eenmaal op de grond wordt het gevecht hervat of een actie gedaan. Aangezien een vliegtuig in bepaalde gevallen op slechts 400 meter hoogte over vliegt, wordt het doelgebied voor iedere operatie verkend en veilig gesteld.
De DPS verzorgt een groot aantal opleidingen. Niet alleen kunnen militairen leren parachutespringen, maar bijvoorbeeld ook hoe ze parachutes moeten herstellen en inpakken. De belangrijkste opleidingen zijn echter de verschillende vormen van parachutespringen.

Bij deze basisvorm leren militairen afspringen op een hoogte van 400 meter afspringen. Bij deze sprong zitten ze met een lijn aan het vliegtuig vast, waarmee na de sprong vrijwel direct de parachute wordt geopend. Deze opleiding wordt gevolgd door 11 Luchtmobiele Brigade, het Korps Mariniers en in sommige gevallen door duikers die specialistische 'drops' op lage hoogte leren maken. Na een week grondtraining volgt een week praktijkspringen in Frankrijk of Tsjechië, waarbij de cursisten 8 sprongen bij nacht maken met rugzak en wapen.

Bepaalde eenheden, voornamelijk verkenningseenheden van het Korps Mariniers, volgen ook de Staticline square opleiding. Hierbij wordt geleerd te springen en precies te landen met een bestuurbare 'square' parachute.

Special Forces van KCT en het Korps Mariniers leren hierbij springen vanaf 4,5 kilomter hoogte en maken een vrije val van 40 tot 60 seconden. De cursisten krijgen een week grondtraining en windtunneltraining, dit laatste om het vrije valgevoel te ervaren en om te oefenen met parachuteopening. De praktijk bestaat uit 2 weken in Frankrijk of USA, waar 20 nachtelijke sprongen met volledige bepakking worden gemaakt.
Special Forces teams van 6 tot 8 man springen bij nacht van grote hoogte, met uitrusting en wapens, en proberen dicht bij elkaar te landen. Hierbij wordt ook het vliegen in de lucht, met het team, getraind. Het team leert landen op onbekende landingzones door gebruik te maken van GPS navigatiesystemen.

Specialistische teams van het KCT springen met zuurstofmaskers vanaf een hoogte van 10 kilometer en kunnen vervolgens door de lucht afstanden van wel 40 tot 60 km afleggen aan een geopende parachute. Dergelijke glijvluchten kunnen wel 45 minuten duren, waarbij de parachute al na 8 seconden wordt geopend. Het doel van dergelijke vluchten is het onopgemerkt binnendringen van vijandelijk gebied. Aan een zogenoemde HALO sprong, waarbij de parachute op het laatste moment wordt geopend, gaat een vrije val van 2 minuten vooraf. Hierdoor kan gericht op een doel worden gesprongen zonder dat vliegtuigen binnen het bereik van luchtafweer komen.

- Para-Instructeursopleiding;
- Oxygenmasteropleiding (voor instructeurs);
- Tandemmasteropleiding (om b.v. een springstofspecialist of arts in te springen);
- Zware last opleiding (springen met een last van 80-120 kg);
- Tandem zware last (para-instructeurs kunnen met lasten tot 225 kg springen);
- Vrijevalinstructeursopleidingen;
- Parachuteherstelleropleidingen (DPS repareert zelf);
- Parachutepakkeropleiding.
Sociale Media