- Landmacht
- Cultureel
- Traditieregimenten
Regiment Limburgse Jagers
Het Regiment Limburgse Jagers is een onderdeel van de Koninklijke Landmacht met een lange en rijke geschiedenis en een bijzonder, geheel eigen karakter. Het regiment onderhoudt nauwe banden met de provincie waaraan het zijn naam ontleent. Binnen de huidige organisatie van de landmacht wordt het regiment gevormd door 42 Pantserinfanteriebataljon, dat daarom ook wel 42 Bataljon Limburgse Jagers (BLJ) wordt genoemd.

In 1950 vond binnen het Wapen der Infanterie een grote reorganisatie plaats. De oude genummerde regimenten werden gereorganiseerd tot naamregimenten. Zo werd op 1 juli van dat jaar het Regiment Limburgse Jagers (RLJ) gevormd uit het 2e, 6e en 11e Regiment Infanterie (RI). Om precies te zijn vormt RLJ de voortzetting van 2 RI (waaruit 11 RI in 1905 was voortgekomen) en bewaart RLJ daarnaast de tradities van 6 RI.
Het oudste stamonderdeel van 2 RI is op 23 november 1813 opgericht als Linieregiment van Phaff. 2 RI wordt op zijn beurt aangemerkt als de voortzetting van het 2e Regiment Infanterie van Linie van de Bataafse Republiek (1805), waarvan het oudste stamonderdeel op 18 november 1602 is opgericht als Regiment Lambert Charles.
De eerste regimentscommandant, J. Antoni, koos de naam ‘Limburgse Jagers’. Deze naam houdt de herinnering levend aan twee legereenheden uit het verleden, die ook deze naam hebben gedragen. Dat was ten eerste het Limburgse Bondscontingent uit de negentiende eeuw, een onderdeel van het leger van de Duitse Bond gedurende de periode dat de Nederlandse provincie Limburg als hertogdom deel uitmaakte van deze losse vereniging van Duitse vorstendommen en stadstaten (tot 1867). Later heeft het Bijzonder Vrijwillige Landstormkorps Limburgse Jagers bestaan, dat in de Eerste Wereldoorlog is opgericht en na de capitulatie in 1940 werd gedemobiliseerd en opgeheven.
Sinds 1950 zijn verschillende parate en te mobiliseren eenheden bij het regiment ingedeeld geweest. Afgezien van het Fanfarekorps der Limburgse Jagers, dat in 1995 is opgegaan in het Fanfarekorps Koninklijke Landmacht, zijn 16 Bataljon Limburgse Jagers (inmiddels opgeheven) en 42 Pantserinfanteriebataljon (BLJ) de belangrijkste onderdelen. 42 BLJ is onderdeel van 13 Gemechaniseerde Brigade, gelegerd te Oirschot, en vierde in 2008 zijn 50-jarig bestaan.

Luitenant-kolonel Antoni ontwierp het embleem in 1950. Het stelt een jachthoorn voor, gelegen op een opwaarts gericht zwaard. Door de hoorn en het zwaard is een gebladerde eikentak gevlochten. De jachthoorn is het traditionele embleem voor jagerregimenten (of ‘lichte infanterie’). Het zwaard is afkomstig uit het rijkswapen, waarin het in de klauw van de Nederlandse leeuw een symbool is van kracht en overwinning. Het eikenloof is ontleend aan het Limburgse volkslied en het is eveneens een teken van overwinning.

Bij de oprichting van RLJ in 1950 werd bepaald dat het regiment een nieuw vaandel zou ontvangen. Koningin Juliana reikte dit vaandel op 8 oktober 1951 uit aan het regiment. Aan het regiment zijn onderstaande vaandelopschriften toegekend, die de herinnering levend houden aan krijgsverrichtingen uit het verleden, waarbij stamonderdelen van het huidige regiment zich op bijzondere wijze hebben onderscheiden. Deze wapenfeiten zijn op het vaandeldoek geborduurd, of op de cravates die aan het vaandel zijn gehecht.
- Quatre-Bras en Waterloo 1815
- Tiendaagse Veldtocht 1831
- Citadel van Antwerpen 1832
Op de aangehechte cravates staan:
- Roermond 1940
- Venlo 1940
- Zutphen 1940
- West- en Midden-Java 1946 - 1949
- Noord-Sumatra 1947 - 1949
De vaandels van de regimenten waarvan RLJ de traditie voortzet dan wel bewaart, zijn overgedragen aan de traditiekamer van het regiment.
Minstens 1 keer per jaar komen officieren samen in hun huidige regimentsstad Weert voor het ‘Diner de Corps’. Tijdens het diner hangen de officieren bij de jongste officier het teken van het kalf om, nadat hij of zij zich heeft gepresenteerd aan de aanwezigen.
Limburgse Jagers mogen als enigen de koningin aanspreken met de titel ‘Hertogin van Limburg’. De bijbehorende toast die de Limburgse Jagers uitbrengen geschiedt met een glas witte wijn.
De Ganzen (A-cie), Bulldogs (B-cie), Eagles (C-cie) en Zwarte Panters (Staf) van 42 BLJ hebben hun eigen tradities. Elke nieuwkomer krijgt 2 drankjes aangeboden: 1 glas Pisang Ambon en 1 glas Campari, in de kleuren van het regiment. Na het nuttigen van de drankjes mag de nieuwkomer met trots de kleuren van het regiment gaan dragen.

De Limburgse Jagers onderhouden vriendschappelijke banden met hun zustereenheid binnen de Belgische Landmacht, het Régiment de Chasseurs Ardennais (Regiment Ardeense Jagers), gevestigd te Marche-en-Famenne.
'Niet beter, wel anders.'
Naast deze lijfspreuk voert het regiment de wapenspreuk 'Regi Limburgiae Juventus' ('de weerbare jeugd van Limburg voor de Koning').
Gecomponeerd door J. Jochems, voormalig kapelmeester van het Fanfarekorps der Limburgse Jagers.
Wij zijn van het regiment
Het welk is genoemd de Limburgse Jagers
Van ons embleem, symbool van kracht
Zijn wij de fiere dragers
Wij marcheren door de straten
Van ons mooie Limburgse land
En zijn trots hierin te mogen dienen
Voor Koningin en Vaderland
De muziek van het regimentslied is tevens de officiële inspectiemars van het regiment. Als officiële defileermars kent het regiment de Manoeuvremars, gecomponeerd door P.A. Stenz (van 1870 tot 1905 kapelmeester van het Stafmuziekkorps van het 6e Regiment Infanterie).
Sociale Media