- Landmacht
- Cultureel
- Traditieregimenten
Garderegiment Fuseliers Prinses Irene
17 Pantserinfanteriebataljon (17 Painfbat) Garderegiment Fuseliers Prinses Irene (GFPI) zet de tradities voort van Garderegiment Fuseliers Prinses Irene. Het bataljon maakt deel uit van 13 Gemechaniseerde Brigade en is
gelegerd op de Generaal-majoor De Ruyter van Steveninckkazerne in Oirschot.
Oorspronkelijk behoorde het bataljon tot het Regiment Chassé. In 1984 werd dit regiment omgewisseld voor het Regiment Limburgse Jagers. Begin jaren 90 nam het bataljon het Garderegiment Fuseliers Prinses Irene over van het toenmalige 13 Pantserinfanteriebataljon en kennen we de eenheid onder de huidige naam: 17 Painfbat GFPI.

De geschiedenis van het Garderegiment Fuseliers Prinses Irene begint op 11 januari 1941, als de Koninklijke Nederlandse Brigade in Congleton (Groot-Brittannië) wordt opgericht. Op 27 augustus van dat jaar ontvangt de eenheid een eigen vaandel en de erenaam ‘Prinses Irene’, vernoemd naar de op dat moment jongste kleindochter van koningin Wilhelmina. Irene betekent in het Grieks vrede.

Het einde van de Tweede Wereldoorlog betekent ook het einde van de Irenebrigade, die een bijdrage leverde aan de bevrijding van Nederland. Koningin Wilhelmina benoemt het in 1946 opgerichte Regiment Prinses Irene op 1 juni 1948 tot Garderegiment. Op 12 maart 1952 verleent koningin Juliana het predikaat ‘Fuselier’ - het oude woord voor geweerschutter - aan het Garderegiment. Het huidige GFPI zet ook de tradities voort van 5 Indiëbataljons: 3-, 4-, 5-, 6- en 7-(G)RPI.

Het baretembleem van Garderegiment Fuseliers Prinses Irene.

Op 27 augustus 1941 reikte koningin Wilhelmina het vaandel uit aan de Koninklijke Nederlandse Brigade Prinses Irene in Engeland. Het ‘Engelse’ vaandel werd in 1947 uitgereikt aan het Garderegiment Prinses Irene.
In 1965 werd het oorspronkelijke vaandel vervangen door een nieuw en kleiner exemplaar. Dit tweede vaandel was echter geen lang leven beschoren want in 1974 waaide het kapot tijdens een herdenking op de stranden van Normandië. Het huidige vaandel van het GFPI, het derde dus, wordt bewaard in de kamer van de regimentscommandant. Op het vaandel staan de volgende opschriften:
- Saint Come 1944;
- Pont Audemer 1944;
- Beeringen 1944;
- Tilburg 1944;
- Hedel 1945.

In 1977 zijn 2 cravattes (vaandeldecoratie) toegekend aan het vaandel met de opschriften West-Java 1946 – 1949 en Oost-Java 1947 – 1949.
In 2004 is het vaandel vervangen en zijn de opschriften van de cravattes op het vaandel aangebracht. De cravattes kwamen daarmee te vervallen. Het vaandel is in 1945 onderscheiden met de Militaire Willemsorde der vierde klasse.

- Iedereen die bij GFPI is ingedeeld, evenals militairen van andere wapens en dienstvakken die dienen bij parate onderdelen van het regiment, mogen het invasiekoord dragen. Dit nassaublauwe-oranje koord werd na de Tweede Wereldoorlog als persoonlijke onderscheiding uitgereikt aan militairen van de Prinses Irene Brigade die in Normandië aan land kwamen.
In 1979 verliet de laatste actief dienende militair die het koord voor deze bijdrage had ontvangen de dienst. Men wilde het invasiekoord voor het parate deel behouden. In 1982 droegen de oud-strijders van de Irene Brigade het invasiekoord over aan de Fuseliers van (toen) 13 Painfbat GFPI.
Sinds 1992 reiken oud-strijders het koord uit aan nieuwe fuseliers op een historische plaats. Het invasiekoord wordt gedragen op het dagelijks tenue, of op het gevechtstenue bij speciale gelegenheden. Overigens krijgt iedereen die met 17 Painfbat op uitzending is voor de duur van de uitzending ook het koord uitgereikt, bijvoorbeeld de mariniers tijdens TFU Battlegroup-10.

- Parate militairen van een garderegiment ‘dienen onder het oog van de vorst’. Zij zijn ook belast met de uitvoering van ceremoniële diensten, zoals deelname aan Prinsjesdag. Toetreden tot een garderegiment gebeurt niet zomaar. Voor elke militair geldt de zogenaamde ‘rode pattentijd’. Na het behalen van de ‘rode pattentest’ volgt indeling bij het Garderegiment.
- De geboortedag van het regiment, 11 januari, wordt gevierd met onder meer een Engels ontbijt, een Irene-cross, sport- en schietwedstrijden en een herdenking.
Als melodie voor het regimentslied wordt de Irenemars gebruikt, gecomponeerd in 1943 door wachtmeester Lammers. Hij was kapelmeester van het muziekkorps van de Irene Brigade en tevens de eerste gesneuvelde van de brigade in Normandië. De tekst van de mars is geschreven in 1992 door F.H.J. Choinowski, de eerste regimentsadjudant na de traditieoverdracht naar 17 Painfbat.
Wij zijn fuselier
Vol trots hier in ons Brabantse land.
Irene is de naam
Van ’t Regiment in ´t Oirschotse zand.
Oud-strijders gaan ons voor
Dat geeft ons moed en berenkracht.
Goed voorbeeld doet goed volgen.
Een fuselier die altijd lacht!
‘Volo et Valeo’
‘Ik wil het en ik kan het’
Sociale Media