]> De Tachtigjarige Oorlog (1568–1648) | Ministerie van Defensie

Ministerie van Defensie. Ga naar hoofdmenu / submenu / content / zoekveld.

  1. Landmacht
  2. Cultureel
  3. Geschiedenis

De Tachtigjarige Oorlog (1568–1648)

De oorsprong van de Koninklijke Landmacht ligt in de 16e eeuw. De Nederlanden bestonden toen uit 17 gewesten en maakten deel uit van het Spaanse wereldrijk. Het grondgebied van de Nederlanden bestond ongeveer uit het huidige Nederland, België en Luxemburg.

Koning Filips II heerste van 1555 tot 1598. Een landvoogd vertegenwoordigde Filips II en bestuurde de Nederlanden. Deze landvoogd zetelde in Brussel. Hij werd geadviseerd door een college van hoge edelen, de Raad van State. 

Het bewind van Filips stuit op verzet

Het bewind van Filips stuitte al spoedig op verzet. De koning wilde het bestuur van de noordelijke provincies moderniseren en centraliseren. Hij bemoeide zich actief met bestuurlijke hervormingen en wilde nieuwe belastingen invoeren. Filips II was overtuigd katholiek en fel gekant tegen de opkomst van de protestantse kerken (de 'Hervorming') in de Nederlanden. Door zijn beleid joeg hij verschillende bevolkingsgroepen tegen zich in het harnas.

Edelen en protestanten komen in opstand

In de eerste plaats kwam de hoge adel in opstand. De hoge edelen hadden bezwaren tegen Filips’ bemoeienis met het bestuur en de godsdienstkwestie. De edelen eisten zelf meer macht. Ook de lagere adel, die het vooral op lokaal niveau voor het zeggen had, betreurde de toegenomen invloed van de koning. Hun voorrechten en inkomsten kwamen in gevaar. Tot slot waren ook de protestanten, toentertijd calvinisten en volgelingen van Johannes Calvijn, felle tegenstanders van de politiek van koning Filips II. Filips wilde namelijk de calvinistische kerken met ruwe hand onderdrukken. 

Plundering van kerken tijdens de Beeldenstorm

Van godsdienstvrijheid wilde Filips niets weten. Daar kwam bij dat in de jaren 1560 vooral in de zuidelijke provincies een economische crisis heerste. Deze crisis leidde tot grote maatschappelijke onrust. De vlam sloeg in de pan toen in 1566 opstandige Calvinisten in de zuidelijke provincies katholieke kerken plunderden, de Beeldenstorm. Filips besloot de orde met harde hand te herstellen. In 1567 arriveerde een nieuwe landvoogd: de Hertog van Alva. Hij kreeg militaire volmacht om af te rekenen met de rebellerende bevolking. 

Strijden tegen het Spaanse bestuur

Het was Willem van Oranje, een hoge edele en lid van de Raad van State, die zich opwierp als leider van de rebellerende gewesten. Hij bracht de eerste, in grote haast gerekruteerde, militaire eenheden bijeen. De militairen waren Nederlandse en Duitse huurlingen die voor de duur van een campagne geworven werden. In 1568 begon de strijd van de opstandige Nederlandse gewesten tegen de Hertog van Alva en het Spaanse bestuur. 

Opstandige gewesten boeken succes na enkele jaren strijd

De opstandige gewesten boekten pas na enkele jaren belangrijke successen. Vanaf 1572 was er een volledige oorlog waarin beide partijen hard en meedogenloos optraden. Langzaam maar zeker werd de strijdmacht van de gewesten beter georganiseerd. De strijdmacht kreeg de naam ‘Staatse leger’ (afkomstig van ‘Staten-Generaal’). Het Nederlandse leger is voortgekomen uit het Staatse leger.

Staten-Generaal

De Staten-Generaal hadden het bevel over het Staatse leger. Vertegenwoordigers van de gewesten hadden zitting in de Staten-Generaal. De Staten-Generaal was een soort parlement dat het bestuur van de gewesten steeds meer naar zich toe trok. 

Zuidelijke en noordelijke gewesten groeien uit elkaar

In de loop van de oorlog groeiden de zuidelijke en de noordelijke gewesten uit elkaar. De zuidelijke gewesten (min of meer het huidige België) bleven katholiek en trouw aan de koning. De noordelijke zetten de opstand voort. Zij sloten zich aan bij wat spoedig de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden ging heten (in het vervolg kortweg de Republiek genoemd). Het Staatse leger was de strijdmacht van de Republiek. 

Professionalisering van het Staatse leger

Pas na 1585, door toedoen van Prins Maurits, werd het Staatse leger een meer professionele strijdmacht. Het Staatse leger was in die tijd erg klein. In de tijd van Maurits telde het veldleger hoogstens 10.000 man. Frederik Hendrik slaagde er in een veldleger van 30.000 man op de been te brengen. Hij kon deze prestatie maar korte tijd volhouden. Financiële en logistieke factoren beperkten de militaire mogelijkheden in die tijd heel sterk. 

Einde van de oorlog

De Vrede van Munster (1648) betekende het einde van de Tachtigjarige Oorlog. De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden wordt erkend als een onafhankelijke en soevereine staat. De strijd tegen de Spaanse overheersing staat bekend als de Tachtigjarige Oorlog (tot de vrede van Munster in). In het buitenland heet de strijd de 'Nederlandse Opstand'.


Sociale Media