- Landmacht
- Cultureel
- Geschiedenis
De Republiek als grote mogendheid (1648–1713)
Nederland had amper de Spaanse vijand bedwongen of er doemde een nieuwe vijand op: Frankrijk. De Franse koning Lodewijk XIV wilde het grondgebied van zijn land fors uitbreiden.
Lodewijk XIV beschouwde de Rijn als Frankrijks natuurlijke noordgrens en liet om te beginnen zijn oog vallen op de zuidelijke (Spaanse) Nederlanden. Daarna wilde hij de Republiek innemen. Uit deze tijd dateert het politieke principe dat het Nederlandse buitenlandse beleid lang heeft beheerst: 'Frankrijk als vriend, niet als buurman' ('Gallia amica, non vicina').
De zeventiende eeuw wordt ook wel de Gouden Eeuw genoemd. De Republiek was in korte tijd bijzonder rijk en machtig geworden. Nederland:
- was het centrum van de wereldhandel;
- domineerde de Europese scheepvaart;
- had een groot handelsimperium gevestigd in:
- Azië, waar de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC) handel dreef;
- Amerika, waar de Westindische Compagnie (WIC) actief was.
Het economische succes van Nederland wekte de jaloezie van de nabuurlanden, die steeds meer een mercantilistische politiek gingen voeren: zij gingen de buitenlandse handel, scheepvaart en nijverheid (bijvoorbeeld die van de Republiek) tegenwerken met in- en uitvoerrechten, tarieven en belastingen. Deze onderlinge handelsconflicten leidde tot enkele oorlogen met Engeland die ter zee werden uitgevochten.
De Nederlandse vloot ontplooide zich wereldwijd en was een krachtig instrument om het nationaal belang te verdedigen. De oprichting van het ‘regiment van marine’ in 1665 was een belangrijke versterking van de slagkracht van de marine. Regiment van marine bestaat nog steeds als het Korps Mariniers.
Met de Nederlandse landstrijdkrachten ging het minder goed. Het leger was na de Vrede van Munster ingekrompen door bezuinigingen. Dat zouden wij tegenwoordig 'vredesdividend' noemen. Het leger telde - en dat alleen maar op papier - slechts 26.000 man voetsoldaten (infanterie) en 3.000 ruiters (cavalerie). De troepen waren slecht geoefend, de financiën en bewapening werden verwaarloosd en vestingen en forten werden niet meer onderhouden. Nederland rekende op diplomatie en het sluiten van bondgenootschappen om zich nationaal te kunnen verdedigen.
Onder invloed van de Franse dreiging moest de Republiek nadenken over een militair plan van verdediging:
- Een belangrijk deel van het veldleger stationeerde zich in het oosten van het land omdat een aanval vermoedelijk via de Rijn zou komen.
- Talloze vestingsteden aan de oost- en zuidgrens werden versterkt.
- De marine verdedigde uiteraard de kust.
- Toen de oorlog was uitgebroken zette de Republiek al improviserend een ander verdedigingsmiddel in gebruik: inundering. Inundering wil zeggen het onder water zetten van laag gelegen terreinen in Holland ter verdediging van het achterliggende gebied. Dit was het begin van de Hollandse Waterlinie die later een grote rol zou spelen bij de verdediging van het westen van ons land.
Vanaf 1670 begon Lodewijk een diplomatiek offensief tegen de Republiek. Frankrijk had bondgenoten die hem hierbij steunden:
- Engeland (stond op slechte voet met de Republiek door economische rivaliteit en conflicten over handel en scheepvaart);
- Zweden;
- de vorstbisschoppen van Munster en Keulen
In 1672 vielen Frankrijk en zijn bondgenoten de Republiek binnen. Dat jaar staat in de Nederlandse geschiedenis bekend als het 'rampjaar'. Daarmee is geen woord te veel gezegd, want de strijd bracht de Republiek aan de rand van de afgrond. De oorlog duurde voort tot 1678. De voormalige vijand Spanje steunde de Republiek tegen de Franse expansiepolitiek.
De Prins van Oranje, Willem III, die in 1672 tot opperbevelhebber van de Staatse troepen was benoemd, wist in 1673 het tij te keren. De oorlog verplaatste zich naar de Zuidelijke Nederlanden. In 1678 sloot de Republiek vrede met Frankrijk. Willem III bleef daarna op het Europese toneel een bijzonder actieve rol spelen. Zijn doel was de territoriale uitbreiding van Frankrijk een halt toe te roepen met diplomatie en oorlogvoering (indien nodig). De instandhouding van een groot leger was daarvoor een belangrijke voorwaarde.
De Republiek deed mee in 2 grote Europese oorlogen, de Negenjarige Oorlog (1688-1697) en de Spaanse Successieoorlog (1702-1713). De sterkte van het leger werd krachtig opgevoerd: tot 90.000 man tijdens de eerstgenoemde oorlog en tot 110.000 man tijdens de tweede.
Tijdens de Negenjarige Oorlog slaagde Willem III, die op dat moment tevens koning van Engeland was, er in een grote coalitie tegen Frankrijk te smeden. Tal van Europese staten deden hier aan mee. Frankrijk boekte veel succes in het strijdveld tegen de coalitie. Toch moest zij de strijd opgeven door economische en financiële problemen.
Prins van Oranje, Willem III, kreeg na de Negenjarige Oorlog te maken met een probleem. De Spaanse koning Karel II zou vermoedelijk kinderloos sterven. Door de ingewikkelde erfopvolging (de 'successie') was er een kans dat de Spaanse troon naar Lodewijk XIV of een van zijn familieleden zou gaan. Dit zou het Europese machtsevenwicht enorm verstoren. Opnieuw dreigde een oorlog, met een hoofdrol voor de Republiek en haar leger. In 1702 brak deze oorlog inderdaad uit: de Spaanse Successieoorlog.
Frankrijk verloor na 10 jaar strijd zijn greep op Spanje en - heel belangrijk voor Nederland - op de Zuidelijke Nederlanden. De Zuidelijke Nederlanden kwamen onder bestuur van Oostenrijk. De grote Europese landen overvleugelden Nederland, op politiek en diplomatiek gebied, steeds meer. Het was het begin van een politieke en militaire neergang die zich in de achttiende eeuw voortzette.
Sociale Media