- ...
- Actueel
- Landmacht log
- Archief
Contact met thuis – deel 2 (05-08-2007)
Na mijn laatste telefoongesprek had ik het even lastig. Als je voor meerdere dagen de poort uit gaat, merk je dat je een product ben geworden van de westerse cultuur. Je bent er zo aan gewend dat je altijd en overal maar kunt bellen, mailen en faxen. Dan is het echt even wennen als dit niet kan.
Op Poentjak mag je één keer in de tien dagen tien minuten bellen. Tien minuten die ik eigenlijk al gelijk de eerste dag wil verbruiken. Alsof ik een jongetje ben dat voor het eerst verliefd is en het telefoonnummer van een meisje heeft weten te ontfutselen: zo brandt de gedachte om naar huis te bellen.
Zes dagen lang weet ik het verlangen te onderdrukken maar op zaterdag wordt het me teveel. Ik ben daadwerkelijk de minuten aan het aftellen en besluit om Annelies uit bed te bellen. Hier is het een uurtje of tien – in Nederland net half acht – als de telefoon overgaat. Heerlijk om je eigen vrouw weer eens wakker te kunnen bellen.
Mareine, die bij mama in bed was gekropen omdat ze me mist, wil me graag aan de telefoon. Nieuwsgierig vraagt ze naar het eten hier in Afghanistan. Ik vertel haar dat het eten op het kamp net zo is als in Nederland en lekker smaakt, maar dat het anders is als we buiten zijn. Buiten eten we rantsoenen.
De rantsoenen staan in schril contrast met het eten op het kamp. Het zijn caloriebommen die je op chemische wijze verwarmt. Water in een zakje reageert met een verwarmingselement, voeg daar je maaltijd aan toe en in tien minuten is het warm. Het is niet echt mijn ding en smaak ontbreekt.
Toch vind ik het niet erg om rantsoenen te eten. Soms is het goed om iets te missen wat zo gewoon is. Je waardeert het dan extra als het er wel weer is. Bovendien blijkt hier op Poentjak dat het eten van rantsoenen alleen al gezellig is door het ruilen van delen van de inhoud met anderen. Zo scharrelt iedereen toch nog een enigszins smakelijke maaltijd bij elkaar.
Het verhaal over rantsoenen zegt Mareine weinig en ze geeft de telefoon weer terug aan Annelies. Die heeft begrepen dat het nog wel even duurt voordat ik terug ben op de base en vraagt of ik nog wat dingen nodig heb. Dat heb ik: drop en babydoekjes om mijn handen en gezicht te wassen op patrouilles…
‘Babydoekjes?!?! Hebben jullie dan geen water?’
‘Jawel, maar dat is bedoeld om te drinken.’
Ik leg uit dat we als we buiten zijn duidelijk prioriteiten stellen en dat wassen en scheren niet op nummer één staan. Dat een onderbroek vier dagen mee kan, twee dagen aan elke kant enz, enz.
‘Is Poentjak buiten?’
‘Poentjak is ook buiten ja’
Ze weet dat dit soort dingen erbij horen en ik weet dat ze blij is dat ze mij zo niet hoeft te zien: ongewassen, ongeschoren en met vette kop haar en stinkend kloffie. De tien minuten zijn bijna voorbij en langzaam maar zeker ronden we het gesprek af. Voor de tweede keer voel ik me die verliefde puber en ik probeer het moment van ophangen zo lang mogelijk uit te stellen.
‘Doe je voorzichtig?’
‘Altijd’
Door de telefoon geven we elkaar een kus en ik zie haar voor me zitten, tien minuten wakker in bed met Mareine en Ties ernaast. In de verte klinkt het:
‘Ik mis je.’
‘Zelfs met baard??’
‘Zelfs met baard.’
Sociale Media