]> Zoekt en gij… nee Golf zal vinden (25-09-2007) | Ministerie van Defensie

Ministerie van Defensie. Ga naar hoofdmenu / submenu / content / zoekveld.

  1. ...
  2. Actueel
  3. Landmacht log
  4. Archief

Zoekt en gij… nee Golf zal vinden (25-09-2007)

Het lijkt of we iets gevonden hebbenHet lijkt of we iets gevonden hebbenNiels schreef dit blog vlak voor de dood van pantsergenist sergeant 1 Martijn Rosier. Rosier kwam op 26 augustus om het leven bij een aanslag met een geïmproviseerd explosief (IED). Korporaal Bas van Mourik raakte bij deze aanslag gewond. G (lees: Golf) is bij ons de naam van de genie groepen. Het zijn zogenaamde enablers, mannen die ervoor zorgen dat wij ons werk beter kunnen uitvoeren. De mannen zijn goud waard voor iedereen die hier in Afghanistan de poort uitgaat.

Naar aanleiding van informatie  van de lokale bevolking stond er voor één van onze pelotons een patrouille gepland. Op de doorgaande routes in het gebied zouden een aantal IED’s (geïmproviseerde bommen) gelegd zijn. IED’s zijn op zijn zachts gezegd vervelend. Je ziet ze over het algemeen niet zomaar liggen, maar dat betekent niet dat ze er niet zijn! Het is net de Postcodeloterij: je weet niet waar de postcodekanjer valt maar iedereen doet mee. Het verschil is dat niemand hier wil winnen.

Wij lossen dit soort problemen op samen met G. De mannen zijn getraind op het zoeken en vinden van deze rommel. Dat vinden kan, zoals ze dat zelf altijd relativerend zeggen, op twee manieren: de goeie en de slechte manier. Het liefst doen we het natuurlijk op de goeie manier: we zien iets verdachts, onderzoeken het en ja hoor, hebbes! De slechte manier hoeven we niet te weten…

Om de veiligheid voor zowel onszelf als voor de lokale bevolking te handhaven, controleren we de belangrijke wegen op de aanwezigheid van deze ‘huis-, tuin-, en keuken bommen’. ‘We’ is hierbij een groot woord. Wij zorgen alleen maar voor de beveiliging. G mag het vuile werk opknappen.

Als iedereen eenmaal in het plaatje zit vertrekken we. Door een tijdelijk gebrek aan bestuurders voor de rupsvoertuigen wordt er een beroep gedaan op mijn dienstplichtige verleden. Ik kruip achter de sticks (het stuur) van een YPR en rij als voorste voertuig de poort uit.

Het searchen gaat weer verderHet searchen gaat weer verder

Johnny, de voertuigcommandant, komt op de intercom: “Wist u dat dit het voertuig was van Timo Smeehuijzen?” Ik weet het – de groep van Timo had het me verteld en ik had ze beloofd goed voor ‘hun’ auto te zorgen – maar nu wil ik het even niet horen. Mijn antwoord is dus laf en ontwijkend: “Weet je dat de kans dat ze met een IED twee keer dezelfde auto treffen nihil is?” Blijkbaar lucht het antwoord op. De stilte op de intercom maakt plaats voor de gebruikelijke meldingen en af en toe een grap.

Het eerste stuk kunnen we redelijk doorrijden, maar dan gaat het beginnen. Op het afgesproken punt op de route maken we plaats voor G. Ze komen ons voorbij en stijgen uit. Vanaf hier starten we met searchen, zoals wij het zoeken naar IED’s noemen. Met al hun apparatuur stijgen de genisten uit en het tempo gaat drastisch omlaag. Onze snelheid bedraagt nog maar zo’n 1 tot 2 km/u.

Hoewel we vroeg zijn gestart veroorzaken we op de route toch al een behoorlijke opstopping. We laten een tolk aan de mensen uitleggen wat we aan het doen zijn. Het is de meest bizarre ‘file’ waar ik ooit in heb gestaan: auto’s, motoren, fietsen, ezels, trekkers met aanhangers vol mensen, schapen, kippen, graan en ga zo maar door. Waarschijnlijk is onze colonne voor hun minstens net zo vreemd als die van hun voor ons.

De mensen hebben over het algemeen begrip voor wat er zich hier afspeelt. Ze zwaaien, steken hun duim op of lachen vriendelijk. Zonder G uit het oog te verliezen lach ik terug. Uit mijn tas pak ik een sinaasappel die ik naar een klein meisje langs de weg gooi. Haar vader ruikt eraan en pelt hem voor haar. De angstige blik van het meisje voor onze woest uitziende voertuigen maakt plaats voor een brede glimlach. ‘Manana’, dank je wel, roept haar vader. Ik knik en rij weer een klein stukje verder.

De temperatuur is ondertussen weer als vanouds. Langs de weg is geen beschutting en in de brandende zon loopt de genie groep met Johnny en een paar van zijn mannen voor me. Af en toe wachten ze tot ik passeer en vragen ze om water. Ze zijn geheel doorweekt van het zweet en we zijn pas halverwege!

Ruim zes uur later zit de klus erop. We hebben ongeveer veertien kilometer afgelegd en van alles gevonden, maar gelukkig géén IED’s. Als ik de G-groep in de ogen kijk zie ik de opluchting en vermoeidheid. Ik heb niets dan respect voor deze mannen na deze zowel fysiek als mentaal zware klus. Een klus die misschien niets heeft opgeleverd maar zeker niet voor niets is geweest!


Sociale Media