]> Een slopende patrouille (24-07-2007) | Ministerie van Defensie

Ministerie van Defensie. Ga naar hoofdmenu / submenu / content / zoekveld.

  1. ...
  2. Actueel
  3. Landmacht log
  4. Archief

Een slopende patrouille (24-07-2007)

’s Morgens vroeg rollen we met een behoorlijke stoet aan voertuigen de poort uit’s Morgens vroeg rollen we met een behoorlijke stoet aan voertuigen de poort uitNa een paar kortere ritjes buiten de poort is het vandaag zover. Ik ga op HOTO-patrouille, mijn eerste meerdaagse patrouille hier. HOTO staat voor Hand Over, Take Over. Het doel van deze patrouille is om zoveel mogelijk inzicht te krijgen in het gebied, kennis te maken met de belangrijkste gesprekspartners en verder alles te leren wat belangrijk is om te weten.

’s Morgens vroeg rollen we met een behoorlijke stoet aan voertuigen de poort uit. Ik heb er zin in en heb alle sensoren op 'aan' staan om maar zoveel mogelijk informatie op te kunnen nemen: Cheese crossing, Irish crossing, Satur Baba, Sorkh Murgab, Rosi Khan, Mazullah, China Ab, Wano bridge, de post van Manan, enz, enz, enz. Het zijn allemaal namen van mensen of plaatsen die hier belangrijk zijn. 

Naast deze namen zijn er dan natuurlijk nog de stammen: Hazara, Popolzai, Gilzai, Barakzai. Regelmatig heb ik moeite om Mariola en Ralf te volgen, maar ze stellen me gerust. Ook zij hebben er wel even over gedaan om alles een klein beetje te begrijpen.

Het warm en het verplaatsingstempo ligt laag. Dit heeft twee redenen. Ten eerste wordt er goed uitgekeken of er geen IED’s – zelfgemaakte bommen in Barbapapa-taal – liggen. En ten tweede laat het terrein het vaak simpelweg niet toe om sneller te verplaatsen. Het voordeel is dat ik hierdoor meer tijd krijg om alles in me op te nemen. 

Regelmatig stoppen we op vooraf doorgesproken locaties. Mariola, die een eigen tardjoman of tolk bij zich heeft, wil dan even een gesprekje voeren met wat mensen in het dorpje waar we dan zijn. Soms gewoon met een paar willekeurige voorbijgangers, maar soms ook heel bewust met een Mullah of een dorpsoudste.

We laten de voertuigen achter en lopen de dorpjes in. Als we ergens staan te praten kom ik in contact met de kinderen die bij ons zijn komen staan. Ik steek mijn hand naar ze uit en gauw gaan ze een paar passen achteruit. We verstaan elkaar niet en dus praten we met gebaren. Uit mijn jas haal ik een kaartje met wat woordjes in het Pashtun:

“Zma noem Niels dey” lees ik in mijn best Pashtu voor terwijl ik naar mijzelf wijs. Ik heet Niels. Vragend kijk ik hen aan. Even is het stil en daarna beginnen zij. Door elkaar heen beginnen ze hun namen te roepen en vragen al wijzend naar Mariola: “Staso noem tse dey?” Ze willen weten hoe ze heet, begrijp ik.

Zo gaat het een tijdje door en dan durven ze eindelijk dichterbij te komen. Zittend op mijn hurken schudden we handen en leer ik ze een high five te geven. De kinderen vinden het geweldig en geven mij als beloning vers geplukte amandelen. “Manana…” Dank je, zeg ik en probeer net als zij de amandelen met mijn tanden te kraken. Als het niet lukt beginnen ze te lachen en geven me een steen om het probleem op te lossen. Even later gaan we weer weg, zelfs van één van de oudere mannen krijg ik een high five“De goedai paman”, tot ziens, lees ik voor en ik zie dat Mariola dit zonder kaartje ook wel wist.

's Middags is het te warm om te werken en dus houden Niels en zijn collega's een siësta's Middags is het te warm om te werken en dus houden Niels en zijn collega's een siësta

Na een siësta doen we nog een patrouille bij nacht. Het is aardedonker en er zijn weinig mensen op straat. Hoewel ik het idee heb dat ik niet echt veel heb gedaan die dag, valt deze patrouille me zwaar. Mijn voeten gloeien en het gewicht van mijn uitrusting begint me te irriteren. De hitte heeft me langzaam maar zeker gesloopt en ik ben blij dat Bart, die de patrouille leidt, me vertelt dat het vanzelf beter wordt.

Tegen het eind van de avond staan we in de RON, Rest Over Night. Militairen blijven gek op afkortingen. Vannacht slapen we onder de Afghaanse sterrenhemel. Na een korte wacht slaap ik als een roos en de volgende ochtend gaan we weer vroeg op pad. We bezoeken nog een paar plaatsjes en spreken her en der nog met wat mensen. Ik zie dat Ralf de zak waarin hij zijn extra magazijnen heeft opgeborgen losmaakt en begrijp onmiddellijk dat we een gebied inrijden waar de risico’s wat groter zijn.

Vandaag blijft het rustig en komen we zonder verdere bijzonderheden weer 'thuis'. Een hoop wijzer en totaal gesloopt kruip ik ’s avonds vroeg mijn bed in. Mijn tas voor de volgende patrouille staat al weer klaar. Vanaf morgen heb ik dienst op de vooruitgeschoven post Poentjak voor de komende dagen, dus zal ik mijn rust hard nodig hebben.


Sociale Media