]> Vrienden voor altijd (19-10-2007) | Ministerie van Defensie

Ministerie van Defensie. Ga naar hoofdmenu / submenu / content / zoekveld.

  1. ...
  2. Actueel
  3. Landmacht log
  4. Archief

Vrienden voor altijd (19-10-2007)

Afghaanse militairSamenwerken met de Afghanen is één van de belangrijkste dingen die we hier doen. Niet de makkelijkste, maar, persoonlijk gezien, wel één van de leukste. Samenwerking bestaat hier op alle niveaus van een gesprek met de lokale bevolking, met de Mullah, de ANP (politie), de ANA (het leger) tot de regering van Afghanistan toe.

Afhankelijk van met wie we moeten samenwerken maken we een plan over het hoe en waarom, maar vooral welk doel we willen bereiken. Sinds kort werken we samen met een groep van de ANA. Normaal gesproken wordt de ANA begeleid door een Nederlandse instructeur (OMLT), maar dit keer moeten we het zelf doen. 

De groep zal worden begeleid door Serge, Wil en in een voorkomend geval door mij. Ze sluiten zich voor de komende dagen bij ons aan als we op patrouille gaan. Aan het einde van de dag komt de groep van Salim op Poentjak aan, het zijn tien tanige kereltjes behangen met wapens en munitie. Ze kijken me bij binnenkomst lachend aan. Hun trotse blik maakt indruk op mij. In totaal bestaat de groep uit twaalf man: Salim, Tjavez de tolk, Serge, Wil(of ik) en acht krijgers. 

Na de kennismaking drinken we samen Tjai, (thee) en proberen we wat met elkaar te praten. De mannen zijn blij hier met ons te zijn. Ze hebben een hardvochtige hekel aan de Taliban en willen niets liever dan samen met ons vechten tegen de Talib’s. Angst lijken ze niet te kennen. Met hulp van Tjavez praten we over Afghanistan en hoe wij hun het beste kunnen helpen bij de opbouw van het land. Het antwoord dat continu terug blijft komen is helder; zolang er Talib’s zijn in Uruzghan, kan er weinig worden opgebouwd. En dus moet er meer ANA komen in Uruzghan. De Afghanen zijn een trots volk en willen heel graag zelf meewerken aan de opbouw van hun eigen land. 

Later in de middag spreken we een patrouille door. De ANA is blij. Ze gaan mee in onze voertuigen wat het allemaal nog mooier maakt. Zodra we uitstappen nemen Salim en zijn mannen hun posities in en beginnen we aan de voetpatrouilles langs een aantal quala’s. De mannen blijken er een hoog tempo op na te houden en te beschikken over Arendsogen. Ze hebben wat wij noemen ‘smoel op het terrein’. 

Terwijl Salim zijn mannen aanstuurt, houdt Tjavez Serge en mij zo goed mogelijk op de hoogte. Als we tijdelijk even stil liggen loop ik achter de kerels langs, uit hun gebaren begrijp ik dat ze iets bijzonders zien. Ik besluit naast ze positie te kiezen. ‘Talib kamin, Talib kamin’ zeggen ze, wijzend naar het oosten. Tjavez is even niet in de buurt en dus grijp ik gauw mijn kaartje Afghaans. Kamin = hinderlaag lees ik. Ook ik zie ze ondertussen liggen en knik: Talib kamin. Salim wil dat we de aanval uitvoeren en vraagt 'hamla?' (aanvallen?) maar weet dat dit niet het doel is van onze patrouille. 'No, Talib hamla…, then we hamla' antwoord ik hem. 

Zonder in de kamin te lopen komen we terug op Poentjak. Met Salim en zijn mannen zitten we even later weer aan de Tjai. Op patrouille met de ANA is één van de mooiste dingen die ik ooit heb gedaan en als dank schenk ik Salim mijn pet. 'Toran, kapitein', zeg ik tegen Salim terwijl ik naar hem wijs. Tjavez legt het hem uit en Salim zet mijn pet op. Even later krijg ik de ketting, een talisman, van Salim omgehangen: ‘Mokst dostanja joe’ zegt hij erbij. 'Mokst dostanja joe' antwoord ik tot zijn verbazing direct terug. Tjavez wil nog uitleggen wat het betekent, maar ik weet het al: Salim en ik zijn vrienden en dat zal hierdoor altijd zo blijven.


Sociale Media