- ...
- Actueel
- Landmacht log
- Archief
Wat wil je later worden? (18-07-2007)
Als klein jongetje wilde ik brandweerman, politieagent, straaljagerpiloot of soldaat worden, net als de meeste andere kleine jongetjes. Het precieze beroep hing vaak af van het moment, de dingen die je zag of wat je aan het doen was. Zo werd ik na het zien van een brandweerauto later beslist brandweerman, op Bevrijdingsdag soldaat en bij het zien van een vliegtuig piloot.
Op de route waarover wij verplaatsten, stonden, zaten of liepen overal kinderenVandaag ontdekte ik, tot mijn vreugde, dat kinderen overal in de wereld hetzelfde zijn. Op de route waarover wij verplaatsten, stonden, zaten of liepen overal kinderen. Ze zoeken contact met de soldaten in de grote en logge militaire voertuigen. Net zoals ik dat vroeger met mijn vriendjes deed, rennen ze soms een stukje mee of kijken gewoon vol bewondering naar onze voertuigen. Voertuigen die hier net zo opvallen als de Enterprise van Captain Kirk in de Randstad.
Met een brede glimlach zwaai ik naar de kinderen. De meesten lachen gelijk terug en beginnen te zwaaien, steken hun duim op. Ze beginnen naar ons te roepen en ergens hoor ik ineens een kindje roepen: ‘Hoe gaat het?’ Het contact met de bevolking is blijkbaar erg goed en dus antwoord ik lachend naar het jongetje: ‘Goed!’ en steek mijn duim op. Hij maakt er een spelletje van en samen met zijn vriendjes steekt hij twee duimen op en knipoogt. Ik ga er in mee en doe hem na waarna hij mij toeroept: ‘Wats kebeurd’?
Het jongetje met zijn vriendjes is dichterbij gekomen. 'Bjen, bjen?' roept hij.Twee-nul voor dit Afghaanse jongetje en zijn vriendjes. Mijn Pashtun bestaat uit welgeteld nul woorden die ik kan onthouden. Ik moet alles oplezen vanaf een handig kaartje met een stuk of wat belangrijke en handige woordjes en zinnetjes. Een soort vakantiewoordenboekje zeg maar. En als dat niet lukt heb ik nog een kaartje met plaatjes waarop ik kan aanwijzen wat ik bedoel.
Het jongetje roept weer wat tegen me maar ik hoor hem even niet. Mijn blik is gevangen door een klein Afghaans meisje gekleed in een prachtig jurkje met felle kleuren, afgezet met goudkleurige pailletjes. Haar felle ogen kijken me strak aan en ik moet denken aan die foto van de National Geographic, misschien wel de beroemdste foto ooit van een mens gemaakt. Dat was toch ook een Afghaans meisje, bedenk ik ineens.
Het jongetje met zijn vriendjes is dichterbij gekomen. Hij heeft zijn ene hand open en maakt met de wijsvinger van de andere hand een schrijvende beweging. ‘Bjen, bjen?’ roepen hij en zijn vriendjes. Ze willen pennen, begrijp ik al snel. In onze auto staat een enorme doos, bedoeld om weg te geven. Hoewel ik betwijfel of ze ook daadwerkelijk papier hebben om op te schrijven, geven we de kinderen een paar pennen. Op straat zullen ze wel een stuk zwervend papier of karton vinden waarop ze kunnen schrijven of tekenen.
Als we weer verder rijden weet ik het zeker: kinderen zijn over de hele wereld hetzelfde en dus denk ik dat ze straks een tekening gaan maken met hun nieuwe pen. Een tekening van wat ze later willen gaan worden - brandweerman, politieagent, piloot, het maakt eigenlijk niet uit wat. Als ze de kans krijgen om te leren schrijven met die pen kunnen ze later alles worden wat ze maar willen…
Sociale Media