- ...
- Actueel
- Landmacht log
- Archief
Zand, stof en hitte (14-06-2007)
Het Afghaanse landschap"Zand in mijn ogen, zand mijn oren, zand in mijn ogen, zand mijn mond, zelfs zand in mijn neus… haaatsjieee" (Herman van Veen)
Veel van mijn collega's praten over de 'zandbak' als ze het over Afghanistan hebben. Ook ik heb dat een tijdje gedaan, maar ik ben tot de conclusie gekomen dat die naam simpelweg niet klopt.
We zitten nu een paar dagen in Afghanistan en ik constateer dat de bodem hier in de zomer keihard is. Van zand is dus weinig sprake. In feite is het stof, stof dat overal in kruipt en me dus doet denken aan dat liedje van Herman van Veen.
Afgaande op alle foto’s had ik geconcludeerd dat dit een prachtig land moest zijn. Het ziet er ruig en ongerept uit. Mensen wonen hier niet waar je een stuk grond hebt gekocht, zoals bij ons, maar gewoon langs de rivier. Want daar groeien gewassen en kan vee grazen.
Overal stofHet leven moet hier keihard zijn, ook zonder vechtende partijen. Mensen dragen de sporen mee van het klimaat, van de temperatuur, van het stof. Honderddertig dagen wind doet het stof hier gedurende de zomer opwaaien. Er is zoveel stof dat ik in de eerste dagen bij een strak blauwe lucht moeite heb om de bergen achter het vliegveld echt goed te bekijken. Als een soort lichtbruine mist hangt het in de lucht en belemmert een helder uitzicht. Opstijgende vliegtuigen en helikopters veroorzaken ware stofwolken en een passerende auto doet je hele lichaam hullen in het fijne stof. Het zit overal en veroorzaakt irritatie in de neus en keel. Ongegeneerd zit ik met mijn vingers in mijn neus om het verklonterde stof weer te verwijderen. Gelukkig ben ik niet de enige.
Ook aan de hitte moet ik wennen. In tegenstelling tot de lokale bevolking zweet mijn lichaam pauzeloos, de hitte is verraderlijk en met collega’s hebben we het onderling over de kleur van de urine. We drinken liters water en proberen om onszelf zo goed mogelijk koel te houden.
Mijn lichaam heeft een paar dagen nodig om zich aan te passen. Hoewel ik de hitte nog steeds niet als prettig ervaar, zweet ik anders, mijn hartslag zakt weer naar normalere waarden en ik heb niet meer dat gevoel lood in mijn benen te hebben bij elke stap die ik zet. Ik heb niet meer de behoefte om zoveel mogelijk kleding uit te trekken. Sterker nog, ik merk dat kleding ook bescherming biedt tegen de hitte.
Spelende kinderenTulbanden, lange gewaden en burka’s lijken me uitstekende middelen om je te beschermen tegen de hitte, het opwaaiende stof en de brandende zon. De mensen hier hebben hun leven aangepast aan de natuur, een schril contrast met Nederland waar de natuur bijna volledig is aangepast aan onze woonwensen. Seizoenen bepalen wat er gebeurt en niet de jaarplanning. Werken van acht tot vijf is hier totaal onbekend maar bovenal onmogelijk. Vanaf een uurtje of twaalf ligt het leven hier schijnbaar stil. Mensen zoeken de schaduw en rusten uit tot de temperatuur werken weer toelaat.
Zelf sta ik op dat moment op de schietbaan om de justering van mijn wapen te controleren. Ik heb alle uitrusting om: helm, scherfvest, opsvest (operatievest) en handschoenen. Als ik in de jeep ga zitten brand ik mijn benen aan de gloeiend hete zitting en als ik even later zonder handschoenen mijn wapen oppak dat een paar minuutjes in de zon gelegen heeft, brand ik bijna mijn handen.
Mijn collega lacht naar me en zegt dat hij die fout in het begin ook een paar keer heeft gemaakt. Hij start de jeep en rijdt naar de schietbaan. De wind blaast door mijn jas naar binnen en voelt heerlijk verkoelend. Als ik om me heen kijk zie ik het Hindu Kush gebergte, de green zone en een paar quala’s (ommuurde huizen). Het is een adembenemend mooi uitzicht op een land dat langzaam probeert op te krabbelen uit een uitzichtloze situatie.
Sociale Media