]> Geschiedenis van landgoed De Zwaluwenberg | Ministerie van Defensie

Ministerie van Defensie. Ga naar hoofdmenu / submenu / content / zoekveld.

  1. Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht
  2. Geschiedenis

Geschiedenis van landgoed De Zwaluwenberg

Het landgoed De Zwaluwenberg is vanaf 1946 in gebruik bij Defensie; het is de verblijfplaats van de Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht (IGK). Het huidige complex heeft een omvang van ruim 17 hectare. Een schitterend landgoed met op het hoogste punt een Engelse villa.

Uiteraard heeft dit landgoed een rijk verleden waarbij meerdere eigenaren een belangrijke rol speelden. De geschiedenis voor de Zwaluwenberg begint eigenlijk met de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648). In deze periode werd veel hout gekapt waardoor grote heidevelden ontstonden. In die tijd kon men vanaf de heuvel van het landgoed in noordoostelijke richting de Zuiderzee zien liggen. De heidevelden waren staatseigendom en werden beheerd door de Dienst der Domeinen waarbij de Erfgooiers de gebruiksrechten hadden op deze gronden.

In 1837 werden de heidevelden geprivatiseerd. De Erfgooiers werden eigenaar van twee derde van de gebieden (circa 3700 hectare) en het overige gedeelte (circa 1700 hectare) werd door de staat verkocht aan particulieren. Deze particulieren hadden 2 oogmerken: als eerste geldbelegging en exploitatie, vooral hout en als tweede recreatie in de zomermaanden. Hierdoor werd met name in die periode, de negentiende eeuw, veel bomen aangeplant en ontstonden de huidige bossen.

Particulier bezit

De eerste particuliere eigenaar was de familie Bodeman, een korte periode van 1837 tot 1842. Vervolgens werd het landgoed verkocht aan Johannes Ruijs, makelaar te Amsterdam en broer van de bekende Rotterdamse reder Willem Ruijs. Deze eigenaar heeft met name in noordelijke richting veel bomen laten aanplanten en breidde zijn eigendom door aankoop ook steeds verder uit in oostelijke richting.

Ook gebruikte hij zijn eigendom als vakantieverblijf voor zijn gezin. In de jaren zestig liet hij op het hoogste punt een uitkijktoren met logeerfaciliteit bouwen. Dit bouwwerk stond in de weide omgeving bekend als de toren van Ruijs. Zijn rentmeester Pieter Teunis Scherpenzeel bewoonde de uitkijktoren en zag toe op het landgoed. De koepel werd in 1880 door de bliksem getroffen en brandde volledig af. Ruijs liet op dezelfde plaats een nieuwe woning bouwen, compleet met schuren en een koetshuis.

Het bijzondere van die periode was, dat dit particuliere terrein doorsneden werd door enkele openbare wegen die voor iedereen toegankelijk bleven. Elke zondag, vooral in de zomermaanden, trokken de inwoners van Hilversum en omgeving al wandelend en recreërend naar de berg. Dit moet voor Johannes Ruijs de reden zijn geweest om na de brand ook een publiek theehuis, een speeltuin en een doolhof aan te leggen, een geweldige attractie voor die tijd.

In 1874 werd de spoorlijn Hilversum - Utrecht aangelegd, iets wat Johannes Ruijs probeerde tegen te houden. Deze aanleg was voor hem een bron van ergernis. Zijn landgoed werd immers in tweeën gedeeld. Ruijs stierf in 1883 en korte tijd later verkocht zijn zoon het landgoed aan de familie Copijn.

Deze nieuwe eigenaren gebruikten het landgoed uitsluitend voor zandafgraving, wat nu nog steeds goed te zien is aan de achterzijde (zuiden) van de tuin van de villa. Een gebied wat zeker 10 meter lager ligt. Dit zand werd per spoor afgevoerd naar Amsterdam en gebruikt voor de fundering van nieuwbouw van de Indische Buurt.

Engelse villa

In 1900 ging het landgoed weer in de verkoop en nam de Nederlandsche Bouwmaatschappij , een projectontwikkelaar het over. Die wilde op het landgoed een villapark aanleggen. De gemeente Hilversum wist deze plannen tegen te houden op basis van financiële maar ook sociale argumenten. Voor de projectontwikkelaar was de lol eraf. Weer ging de Zwaluwenberg in de verkoop.

In 1912 werd het landgoed, 35 hectare groot, gekocht door jonkheer Ernest de Pesters, toen directeur Binnenland van de Beiersche Bierbrouwerij De Amstel. De Pesters gaf opdracht het woonhuis tevens restaurant af te breken. Op dezelfde locatie, het hoogste punt van de Zwaluwenberg mocht architect Fouke Kuypers een Engelse villa bouwen. De echtgenote van de Pesters was van Schotse afkomst. Zij was bereid in Nederland te wonen, maar dan wel in een echte Engelse villa. Overigens verdwenen met het woonhuis ook de speeltuin en het doolhof.

Op 18 juli 1916 werd de eerste steen gelegd door de oudste zoon. Het gezin bestond toen uit 4 kinderen, 2 Engelse gouvernantes die verantwoordelijk waren voor de opvoeding en het onderwijzen van de kinderen en een dienstbode. De eerste steen bevindt zich rechts naast de ingang van de villa. Boven de deur van de villa bevindt zich links een tulp en rechts een roos. Deze bloemen symboliseren Nederland en Engeland. Vroeger hing tussen deze 2 bloemen het wapenschild van de familie wat later, in 1966, is vervangen door het huidige embleem van de IGK. Het familiewapen werd overhandigd aan de familie De Pesters. Ook de tuinen werden in Engelse stijl aangelegd, symmetrisch van vorm en geflankeerd door opengewerkte muren. Het verhaal gaat dat mevrouw De Pesters speciaal voor haar rozen grond uit Schotland liet aanvoeren.

Ook was zij een groot liefhebber van ballet. Ze liet regelmatig voorstellingen geven in de hal van de villa. In 1929 heeft zelfs de bekende Russische ballerina Anna Pavlova een privévoorstelling in deze hal gegeven.

In 1933 overleed mevrouw De Pesters en het gezin verliet het landgoed. De Pesters zelf ging in Wenen wonen bij zijn 40 jaar jongere vriendin waarmee hij later trouwde. De kinderen bleven in Nederland achter.

De villa heeft toen tot 1939 leeg gestaan. In dat jaar werd het gevorderd voor legering tijdens de mobilisatie. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de villa gebruikt door de Duitsers om er een Duitse luchtafweereenheid en een brandweereenheid in onder te brengen. De Duitsers hebben in die periode de villa laten aansluiten op de waterleiding, een prima verbetering. Direct na de oorlog werd voor korte tijd een Canadese verbindingseenheid in de villa ondergebracht.

Eigendom Defensie

Vervolgens sloot in 1946 Defensie een huurcontract af met de familie De Pesters en werden de villa en het landgoed in gebruik genomen door Inspecteur-Generaal van de Koninklijke Landmacht prins Bernhard met zijn staf. Pas in 1951 kwam het landgoed in bezit van de staat. Defensie kocht het landgoed en de villa, toen nog slechts 17 hectare groot, voor een bedrag van 300.000 gulden.

De inrichting en aankleding van de villa herinnert nog sterk aan de periode De Pesters, een typisch Engels landhuis maar ook aan een periode van 30 dienstjaren van de eerste IGK, prins Bernhard.

In 1993 onderging de villa een grondige renovatie waarbij is geprobeerd zowel de buiten als de binnenzijde haar identiteit te laten behouden. Iets wat zeker gelukt is.

De villa is niet toegankelijk voor het publiek. Toch stelt de IGK 1 keer per jaar, tijdens de Open Monumentendag, de poort van de Zwaluwenberg open voor het publiek en kan de villa worden bezichtigd. Een dag waarop veel belangstellenden komen kijken. Bij toeval werd ontdekt dat de huidige villa niet is ontworpen door Fouke Kuypers, maar door een Engelse architect Ernest Newton. Exact dezelfde villa werd 19 jaar eerder, in 1897 in het Engelse plaatsje Wokingham gebouwd. De villa in Hilversum is dus een replica.


Sociale Media