- ...
- Museum en tehuis Bronbeek
- Tehuis
- Bronbekers spreken
Dhr. Nijland vertelt
Derk Nijland vertelt over zijn verleden en zijn leven op Bronbeek. 'Je mag gaan en staan waar je wilt'
“Mijn naam is Derk Nijland, 83 jaar. Ik woon nu 3 weken op Bronbeek. Over het algemeen genomen vind ik het goed hier, de verzorging, het eten. Zowel de bewoners als het verplegend personeel zijn aardig, de meeste doen hun best om je te helpen. Ik heb een prachtig huis in Nunspeet moeten achterlaten. Daar heb ik 19 jaar gewoond. Maar ik heb wat rondgezworven, ik ben nu voor de 21e keer verhuisd.”
“Ik mis mijn hond Tara, een cocker spaniël, en mijn papegaai Jaco heel erg. Mijn papegaai heb ik gebracht naar een papegaaienopvang in Veldhoven. Daarna was ik droevig en blij, want hij krijgt een geweldige oude dag.”
“Waarom ik naar Bronbeek ben verhuisd? Omdat ik 4 jaar alleen heb gewoond. Avond aan avond was ik alleen en dat viel me zwaar. Vier jaar geleden is mijn vrouw overleden. En door mijn doofheid kan ik moeilijk sociale contacten opbouwen. Toen zeiden mijn kinderen, neem een hond. Dat heb ik gedaan, en inderdaad, ik heb ontzettend veel plezier beleefd aan Tara. Maar desondanks, als ik alleen woon en er overkomt me iets, dan zat de huisarts in Nunspeet op 25 minuten. Een vriend van mij is ook 3 dagen na zijn dood pas gevonden. Dat wil ik niet meemaken.”
“Ik had al van Bronbeek gehoord en ben hier naartoe verhuisd. Ik mag niet mopperen over mijn gezondheid, ik rij nog steeds auto en je mag hier gaan en staan waar je wilt. Daar doet niemand hier moeilijk over.”
“Na 41,8 dienstjaren ben ik 28 jaar geleden uit dienst gegaan. De laatste 4 jaar verbleef ik in Duitsland. Ik was sergeant majoor administrateur bij de Koninklijke Landmacht, maar was gedetacheerd bij de Luchtmacht.”
“Ik kwam op 13 april 1945 in contact met Defensie. Op die datum is Olst bevrijd, waar ik zat ondergedoken. Na de bevrijding ben ik gelijk bij de Binnenlandse Strijdkrachten gegaan. We spoorden NSB’ers op die we gelijk aanhielden. Dat was een mooie tijd en dat zijn dingen, die vergeet je je hele leven niet meer. Op 12 juli 1945 ging ik naar het 1e Bataljon 11 Regiment Infanterie en vetrok op 16 oktober voor vijf jaar naar Indonesië. Twee jaar later, op 12 juli 1947 ging ik naar het Depot Militaire Politie.”
“In 1946 ben ik in Indonesië getrouwd met mijn vrouw Martha Elisabeth. Binnen 3 maanden. Iedereen zei, wat snel, maar wij dachten daar anders over. We zijn ruim 53 jaar getrouwd geweest en we kregen samen een dochter en een zoon.”
“Mijn toekomst in Bronbeek? Ik ben nu aanbeland in mijn laatste levensfase en ik zou niet weten waar ik anders naartoe zou moeten gaan. Ik heb in de eerste 3 weken van mijn verblijf al vrienden opgedaan. We wandelen wat en drinken een borrel samen. Gisteren heb ik een reünie gehad van de marechaussee. Ik kwam daar een man tegen met wie ik in de jaren 50 heb samengewerkt. Geweldig was dat. En morgen ga ik weer naar een veteranendag van de marechaussee.”
Sociale Media