De overheid heeft minimale vlieghoogten vastgesteld voor militaire en civiele vliegtuigen en helikopters. Defensie wijkt van deze hoogten af bij laagvliegoefeningen.
In Nederland gelden onderstaande vlieghoogten.
Militaire vluchten:
- Jachtvliegtuigen: minimaal 360 meter (1200 feet);
- Helikopters: minimaal 50 meter (150 feet);
- Propellervliegtuigen: minimaal 300 meter (1000 feet);
- Voor opleidingsdoeleinden bestemde propellervliegtuigen: minimaal 150 meter (500 feet).
Civiele vluchten:
- Algemeen: 0-450 meter (1500 feet);
- Helikopters: 0-450 meter (1500 feet);
- Verkeersvliegtuigen: hoger dan 450 meter (1500 feet).
Vliegers moeten ook oefenen in laag boven de grond vliegen. Dit is nodig omdat ze tijdens hun missies daar ook mee te maken kunnen krijgen. Door zo laag mogelijk te vliegen kan een vlieger buiten het radarbeeld van een tegenstander blijven. Tijdens laagvliegoefeningen boven de laagvlieggebieden en -routes in Nederland gelden de volgende vlieghoogten:
- Jachtvliegtuigen: minimaal 75 meter (250 feet);
- Helikopters: 30 meter (100 feet)*;
- Propellervliegtuigen: minimaal 75 meter (250 feet).
* Of lager, als het voor de uitvoering van de opdracht noodzakelijk is om te landen, te sluipvliegen (langzaam en laag vliegen) of om personeel, bluswater of ladingen op te pikken.